Samenvatting

Op 1 januari 2020 heeft Utrecht 357.719 inwoners. Utrecht is een jonge stad met veel studenten en starters. Het aandeel jonge kinderen in de stad neemt de laatste jaren af, terwijl het aandeel ouderen toeneemt. Deze trend vindt ook plaats in de andere G4-steden. Op landelijk niveau zijn deze ontwikkelingen al veel langer zichtbaar.

Bijna 130.000 Utrechters hebben een migratieachtergrond (36%). Ruim de helft van hen is in het buitenland geboren (1e generatie), de andere helft in Nederland (2e generatie). Utrecht is in 2020 weer iets diverser: het aantal nationaliteiten steeg van 161 in 2016 naar 172 nu.

 Kerncijfers

 20162017201820192020
aantal inwoners per 1 januari338.986343.134347.574352.941357.719
aantal 0 t/m 3 jarigen18.37418.14417.89417.74217.766
aantal 4 t/m 11 jarigen30.74531.25831.62631.81231.807
aantal 12 t/m 17 jarigen

18.575

19.25519.96520.42321.033
aantal 18 t/m 26 jarigen

62.126

61.74461.03761.24760.328
aantal 27 t/m 44 jarigen

105.446

106.492108.310110.553113.656
aantal 45 t/m 64 jarigen

69.282

71.24173.01074.57875.857
aantal 65-plussers

34.438

35.00035.73236.58637.272
% inwoners met Nederlandse achtergrond67,066,265,464,863,9
% inwoners met westerse migratieachtergrond10,811,211,411,712,0
% inwoners met niet-westerse migratieachtergrond22,122,623,123,524,1
aantal inwoners 1e generatie55.84858.98862.21865.07068.644
aantal inwoners 2e generatie55.87257.02257.98159.26860.503
aantal nationaliteiten161163166169172
aantal huishoudens op 1 januari*

175.284

176.575178.764181.174182.546
waarvan alleenstaand

92.678

92.74394.22895.25394.460
waarvan paar zonder kinderen35.44336.02335.84336.55637.948
waarvan paar met kinderen35.81236.27636.81837.42538.075
waarvan eenoudergezin9.77310.03010.27910.43910.585
waarvan overig huishouden1.5781.5031.5961.5011.478

Bron: BRP, gemeente Utrecht; bewerking afdeling Onderzoek & Advies. * Cijfers over huishoudens op 1 januari 2020 zijn voorlopig.

Utrecht is een jonge stad

In Utrecht wonen relatief veel twintigers en dertigers. De typische Utrechtse leeftijdsopbouw heeft te maken met de grote aantrekkingskracht van de stad voor studenten en starters. Ten opzichte van andere studentensteden blijven velen van deze nieuwe stedelingen langer in de stad wonen, ook als ze een gezin stichten. Dit is terug te zien in het grote aantal jonge kinderen in Utrecht. Het aandeel 0-3 jarigen ligt boven het landelijk gemiddelde (5,0% vs 4,0%) en is ook groter dan in de andere G4-steden.

Afname kinderen onder 4 jaar

In Nederland neemt het aantal jonge kinderen al sinds het begin van deze eeuw af. Sinds 2013 is deze trend ook zichtbaar in de G4-steden. In Utrecht is het aantal 0-3 jarigen in vijf jaar tijd met 5% gedaald. Vorig jaar bleef het aantal redelijk stabiel.

In de nieuwbouwwijken ten westen van het Amsterdam-Rijnkanaal was eerst een sterke toename van het aantal jonge kinderen en kinderen in de basisschoolleeftijd zichtbaar. Terwijl het aantal jonge kinderen in de wijk Leidsche Rijn nog steeds doorgroeit, neemt het in de wijk Vleuten-De Meern de laatste jaren af. Ook in alle andere wijken van Utrecht is het aantal 0-3 jarigen sinds 2015 afgenomen, het meest in Zuidwest en Oost.

Toename jongeren van 12-17 jaar

In de relatieve bevolkingsgroei per leeftijdsgroep valt op dat het aantal jongeren in Utrecht aanzienlijk is toegenomen. In tien jaar tijd is het aantal jongeren van 12-17 jaar met 6.000 toegenomen, waarvan meer dan 4.000 in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern. Het aantal jongeren neemt ook in de rest van de stad toe, maar lang niet zo sterk als in de Vinex-wijken.

Hoewel het aantal jongeren in de stad al sinds 2011 sterk groeit, neemt het aantal 18-26 jarigen sinds 2015 af. Deze ontwikkeling is niet los te zien van de verandering in de studiefinanciering (zie hoofdstuk Stand & ontwikkeling).

In Utrecht minder vergrijzing dan elders

Nederland vergrijst in rap tempo. In 20 jaar tijd is het aandeel 65-plussers in de Nederlandse bevolking gestegen van 13% naar 19%. De vergrijzing voltrekt zich in de grote steden minder hard. Terwijl de vergrijzing op landelijk niveau al lang en breed was ingezet, was in de G4-steden tot 2011 nog een afname van het aandeel 65-plussers te zien. Sindsdien neemt het aandeel 65-plussers ook in de G4 toe, maar met name in Utrecht is deze toename nog beperkt. De Utrechtse bevolking bestaat nu voor 10% uit 65-plussers, minder dan in de andere G4-steden en ver onder het landelijk gemiddelde. De omliggende gemeenten van Utrecht liggen daar tussenin. De omvang van de groep 65-plussers zal naar verwachting wel sterk groeien in Utrecht: van 37.000 in 2020 naar meer dan 61.000 in 2040. Volgens de bevolkingsprognose blijft Utrecht echter een relatief jonge stad (zie hoofdstuk Stand & ontwikkeling).

Meer jonge vrouwen dan mannen

In Utrecht wonen meer jonge vrouwen dan mannen. Er wonen bijna 43 duizend vrouwelijke twintigers en circa 35 duizend mannelijke twintigers. Een dergelijke aantrekkingskracht voor vrouwen bestaat ook in Amsterdam. Steden als Delft en Eindhoven waar meer technische studies te volgen zijn, trekken meer jonge mannen. Het verschil is ook in de totale bevolking zichtbaar: begin 2020 wonen er 182 duizend vrouwen in Utrecht tegenover 175 duizend mannen. Dit verschil is overigens kleiner geworden: tien jaar geleden woonden er 10 duizend meer vrouwen dan mannen in Utrecht. Dit is geleidelijk afgenomen tot een verschil van minder dan 7 duizend.

Ruim helft Utrechtse huishoudens is alleenstaand

Meer dan de helft van de Utrechtse huishoudens betreft een alleenstaande. Het grote aantal alleenstaanden hangt samen met het grote aantal studenten in de stad. Het aandeel alleenstaanden is het afgelopen decennium wel licht afgenomen, van 54% naar 52%. De verdeling naar soort huishouden is vergelijkbaar met andere studentensteden. Van de huishoudens in Utrecht bestaat 21% uit een paar zonder kinderen, 21% uit een paar mét kinderen en 6% uit een eenoudergezin.

Utrecht minder eenoudergezinnen dan andere G4-steden

Het aantal eenoudergezinnen in Utrecht is toegenomen van 7.100 in 2001 tot 10.600 in 2020. Landelijk gezien neemt het aantal eenoudergezinnen sterker toe, en daarmee ook het aantal kinderen met één ouder in het huishouden. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in Nederland 16% van de kinderen tot 18 jaar in een eenouderhuishouden woont. Naast het overlijden van een ouder kan die situatie ontstaan doordat ouders uit elkaar zijn gegaan of nooit hebben samengewoond. De zorg en opvoeding van de kinderen kan dan geregeld zijn in een co-ouderschap, de kinderen staan echter ingeschreven op het adres van één van de ouders (het merendeel bij de moeder, nl. 89%). Over het algemeen is het aandeel kinderen in een eenouderhuishouden groter in stedelijke gebieden. Utrecht vormt hierop een uitzondering: begin 2019 woonde 14% van de Utrechtse kinderen in een eenouderhuishouden. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde en ver onder het aandeel in Rotterdam (29%), Amsterdam (26%) en Den Haag (22%).

130.000 Utrechters met migratieachtergrond

Ruim een op de drie Utrechters heeft een migratieachtergrond (dit is een persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren): 12% heeft een westerse en 24% een niet-westerse migratieachtergrond. Van de bijna 130.000 Utrechters met een migratieachtergrond is 53% in het buitenland geboren (eerste generatie) en 47% in Nederland (tweede generatie). Het aandeel inwoners met een migratieachtergrond is in Utrecht toegenomen van 30% in 2003 tot 36% in 2020.

Het kenmerk migratieachtergrond geeft weer met welk land een persoon verbonden is op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf. De grootste migratiegroepen in Utrecht zijn inwoners met een Marokkaanse achtergrond (31.000), gevolgd door Turks (14.000), Surinaams/Antilliaans (11.000) en Indonesisch (8.000). De omvang van deze traditionele migratiegroepen neemt de laatste jaren niet meer zo sterk toe. Dit geldt ook voor de groep Utrechters zonder migratieachtergrond. De bevolkingsgroei vindt vooral plaats in de groep met westerse en overig niet-westerse migratieachtergrond (zie hoofdstuk Stand & ontwikkeling). De grootste groepen daarbinnen zijn nu Duitsland (6.000), India, China en het Verenigd Koninkrijk (ieder 2.500 à 3.500).

Bevolking Utrecht divers: 172 nationaliteiten

Utrecht heeft een diverse bevolking: de stad herbergt 172 verschillende nationaliteiten. Begin 2016 waren dit er 161. Het kenmerk nationaliteit geeft weer of iemand wettelijk onderdaan is van een bepaalde staat, ofwel het staatsburgerschap. Ongeveer een op de tien Utrechters bezit niet de Nederlandse nationaliteit.