Samenvatting

In 2018 leven 23.300 huishoudens van een inkomen tot de Utrechtse armoedegrens (125% van het Wettelijk Sociaal Minimum). Dit zijn er iets minder dan een jaar eerder. Ook het aantal Utrechtse huishoudens dat leeft van een inkomen op bijstandsniveau is gedaald. En minder kinderen groeien op in een huishouden met een minimuminkomen. De kleinere groep minima huishoudens die overblijven zijn wel vaker huishoudens die langdurig van een inkomen op bijstandsniveau leven.

Kerncijfers

 2016201720182019
aantal huishoudens met inkomen tot 125% Wettelijk Sociaal Minimum23.40023.60023.300-
% huishoudens met inkomen tot 125% Wettelijk Sociaal Minimum16,316,115,6-
aantal minderjarige kinderen in huishoudens met inkomen tot 125% WSM8.7008.7008.400-
aantal huishoudens met inkomen tot 101% WSM12.30012.50012.400-
% huishoudens met inkomen tot 101% WSM8,68,58,3-
aantal minderjarige kinderen in huishoudens met inkomen tot 101% WSM4.6004.5004.200-
% dat (zeer) slecht kan leven van inkomen6667
% meedoen gemiddeld in Utrecht*79808181
% meedoen bij inwoners die slecht kunnen leven van inkomen48565254

Bron: CBS (IIV), 2018 voorlopige cijfers; Inwonersenquête, gemeente Utrecht
* Een inwoner ‘doet mee’ als sprake is van ten minste drie van de volgende vier aspecten: het hebben van (vrijwilligers)werk of volgen van een opleiding, deelnemen aan sport/culturele activiteiten, actief zijn in de buurt en hebben van sociale contacten.

Aandeel minima huishoudens daalt

De voorlopige inkomenscijfers van het CBS laten zien dat in 2018 in Utrecht 23.300 huishoudens leven van een inkomen tot 125% van het Wettelijk Sociaal Minimum (125% WSM: de inkomensgrens voor de U-pas). Dit is een daling ten opzichte van 2017. Het aandeel huishoudens met een inkomen tot 125% WSM daalt sinds 2014 gestaag van 17% in 2014, naar 16,1% in 2017 en 15,6% in 2018. Landelijk en in de andere grote steden zien we een vergelijkbare trend. In alle vier de grote steden daalt het aandeel huishoudens met een laag inkomen wel sterker dan landelijk gemiddeld. De daling is het sterkst in Amsterdam en het minst in Den Haag. Het aandeel minima is in Rotterdam, Amsterdam en Den Haag nog aanzienlijk hoger dan in Utrecht (respectievelijk 26,5%, 23,3% en 23,0% op 130% WSM; 125% WSM is niet beschikbaar voor de andere steden, Utrecht 130% WSM: 16,8%). Voor het aandeel huishoudens dat leeft van een inkomen op bijstandsniveau zien we een vergelijkbare trend, maar minder sterk. In alle steden daalt het aandeel huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau minder dan met een inkomen tot 130% WSM. In Utrecht leeft 8,3% van de huishoudens van een inkomen op bijstandsniveau (101% WSM), in 2017 was dit 8,5%.

Aandeel huishoudens langdurig op bijstandsniveau neemt toe

Terwijl het aandeel huishoudens met een inkomen tot 125% WSM daalt sinds 2014, zien we een toename van het aandeel huishoudens dat langdurig leeft van een inkomen op minima niveau. In 2018 heeft bijna een op de tien huishoudens (9,9%) in Utrecht 4 jaar of langer een inkomen tot 125% WSM. Dit komt overeen met 12.600 huishoudens. In 2014 was dit nog 9% (11.500 huishoudens). Vooral het aandeel huishoudens dat langer dat 4 jaar met een inkomen op bijstandsniveau leeft is toegenomen van 2,9% in 2014 naar 3,9% in 2018. Landelijke en in de andere grote steden zien we eenzelfde ontwikkeling. In Utrecht gaat het om 5.000 huishoudens met 1.600 kinderen die 4 jaar of langer leven van een inkomen op bijstandsniveau.

Minder kinderen groeien op in minima huishoudens

In 2018 zien we ook een afname van het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 125% WSM en op bijstandsniveau. In Utrecht groeien 8.400 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 125% WSM, in 2017 waren dit er 8.700. De helft van deze kinderen (4.200) groeit op in een huishouden met een inkomen op bijstandsniveau (101% WSM), voor 1.600 daarvan gaat het om een langdurige situatie (langdurig: 4 jaar of langer). Dat is net zoveel als in 2017. Het gaat hier respectievelijk om 12,6%, 6,2% en 2,5% van de Utrechtse kinderen. Kinderen met een migratieachtergrond hebben een grotere kans op te groeien in een huishouden met een laag inkomen, 14,2% van de kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeit op in een gezin dat rondkomt van een inkomen op bijstandsniveau (versus 6,2% gemiddeld).

Meer alleenstaande minima huishoudens

Ruim tweederde van de Utrechtse huishoudens met een minimuminkomen (125% WSM) bestaat uit alleenstaanden (67%). De afgelopen jaren is het aandeel alleenstaande huishoudens iets toegenomen en het aandeel eenoudergezinnen (11%) en paren met kinderen (10%) iets afgenomen. De helft van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM heeft een migratieachtergrond. Iets minder dan een derde van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM heeft inkomen uit werk (27%), nog eens 30% heeft inkomen uit een pensioen, 32% uit een werkloosheidsuitkering of bijstand en 10% uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het aandeel werkende minima is in Utrecht iets hoger dan landelijk gemiddeld (19%). Vergeleken met landelijke gemiddeld heeft Utrecht een jonge (beroeps)bevolking en daardoor mogelijk relatief veel starters op de arbeidsmarkt (met een laag startsalaris) en relatief weinig gepensioneerden. Bovendien is de arbeidsparticipatie in Utrecht relatief hoog; het aandeel werkenden en werkzoekenden is hoger dan landelijk.

Veel minima huishoudens in Overvecht, toename in Leidsche Rijn

Vergelijken we verschillende bevolkingsgroepen in Utrecht dan zien we dat huishoudens met een migratieachtergrond vaker een minimuminkomen hebben (33,2%) dan huishoudens zonder migratieachtergrond (11,2%). Ook eenoudergezinnen (27%), werklozen (84,9%), arbeidsongeschikten (39,9%) en gepensioneerden (27%) hebben relatief vaak een minimuminkomen (tot 125% WSM). Het aandeel huishoudens met een minimuminkomen is het hoogst in de wijken Overvecht en Zuidwest. In het afgelopen jaar is alleen in Leidsche Rijn het aandeel arme huishoudens toegenomen. De toename in Leidsche Rijn doet zich vooral voor in Leeuwesteyn. Een wijk waar nog gebouwd wordt en een woonblok speciaal voor jongeren, statushouders en mensen uit maatschappelijke opvang is gerealiseerd. In vergelijking met andere wijken in de stad is het aandeel huishoudens met een minimuminkomen in Leidsche Rijn nog altijd laag.

Actieagenda Utrechters Schuldenvrij

Utrecht is koploper in gezond stedelijk leven. De ontwikkeling van de stad benutten we om te zorgen dat iedereen mee kan doen. Ondanks de economische groei hebben nog teveel huishoudens moeite met rondkomen en nemen problematische schulden toe. Het hebben van problematische schulden kan leiden tot armoede, sociale uitsluiting, stress en andere gezondheidsproblemen bij volwassenen en kinderen. In 2019 is daarom met hulp van partners, bewoners en betrokkenen in de stad een actieagenda opgesteld. Utrechters schuldenvrij is een breed actieprogramma met de ambitie: Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en zijn schulden(zorg)vrij.

Het actieprogramma heeft 6 pijlers:

  • rondkomen en meedoen: door met de armoedeaanpak
  • praat erover: geldzorgen en schulden bespreekbaar maken
  • op tijd erbij: uitbreiden vroegsignalering
  • lage drempel: goede hulp wordt snel gevonden
  • organiseer simpel: makkelijk uit de schulden komen en blijven
  • innovaties: doorbraken en allianties

Om te zorgen dat bij de uitvoering van de aanpak de leefwereld van Utrechters centraal staat zijn de volgende leidende principes: we benaderen schulden als ‘debt’ niet als ‘guilt’, we werken stress-sensitief, we lossen schulden op en werken altijd aan perspectief, we doen wat nodig is, ieder het zijne (maatwerk voor iedereen).

Bij de uitvoering van de actieagenda werkt de gemeente nauw samen met partners zoals werkgevers, schuldeisers, buurtteams, vrijwilligersorganisaties en Stadsgeldbeheer.

Om gebruik te maken van alle kennis, ideeën en ervaringen in de stad, volgen we de activiteiten en gaan hierover in gesprek met professionals, inwoners en ervaringsdeskundigen. Gezamenlijk bepalen we of we de goede dingen doen en of we de dingen goed doen. Op deze manier willen we zorgen dat Utrechters kunnen meedoen, rondkomen en schulden(zorg)vrij zijn.

Actieagenda Utrechters schuldenvrij, 2019 en verder

Minder meedoen bij slecht rondkomen en schulden

In de Inwonersenquête geeft 7% van de Utrechters aan (zeer) slecht te kunnen leven van hun inkomen. Mensen die aangeven slecht te kunnen leven van hun inkomen ervaren een lager persoonlijk en maatschappelijk welbevinden en doen minder mee in de maatschappij vergeleken met mensen die aangeven wel goed te kunnen leven van hun inkomen. Gemiddeld doet 81% van de Utrechters mee. Van de mensen die aangeven (zeer) slecht te kunnen rondkomen, doet 54% mee. Ook mensen met schulden doen minder vaak mee. Van de Utrechters met problematische schulden (betalingsachterstand woonlasten en/of andere schuld bij postorderbedrijf, webwinkel, telecom, e.a.) doet 69% mee.

Aandeel Utrechters met schulden daalt, aandeel met problematische schulden blijft gelijk

In de Inwonersenquête geeft 7% van alle Utrechters aan een betalingsachterstand woonlasten en/of een andere schuld te hebben bij een bedrijf of instantie (bijvoorbeeld een webwinkel, postorderbedrijf, telefoonmaatschappij, zorgverzekeraar of een persoonlijke lening bij een bank). Daarnaast heeft 27% een hypotheekschuld en 23% een studieschuld bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. 8% van de Utrechters heeft een schuld bij familie of vrienden. 48% van alle Utrechters geeft aan geen schuld te hebben. We zien een toename van het aandeel Utrechters dat aangeeft geen schulden te hebben, in 2018 was dit nog 43%. Het aandeel met een problematische schuld blijft echter 7%. We weten dat enquête-onderzoek mogelijk een onderrapportage geeft van het aandeel mensen met problematische schulden (mensen met veel schulden doen minder vaak mee aan onderzoek, mogelijk speelt schaamte ook mee bij wel/niet rapporteren). Op basis van de enquête en andere onderzoeken schatten we dat het werkelijke aandeel met problematische schulden ligt tussen de 7% en 20% (Panteia 2015, Armoedemonitor 2017).

Armoederegelingen gemeente Utrecht: ruim 38.000 U-pas houders

Utrecht kent meerdere armoederegelingen om te zorgen dat mensen kunnen meedoen: de U-pas, de collectieve zorgverzekering voor minima (U-polis), de Individuele Inkomens Toeslag (IIT), de Regeling Tegemoetkoming Zorgkosten (RTZ), de Bijzondere Bijstand (BB) en de Kwijtschelding gemeentebelastingen. De RTZ is feitelijk geen armoederegeling, maar een WMO-regeling die ook van toepassing is op mensen met een laag inkomen. Sinds 2016 is de inkomensgrens van de meeste regelingen verhoogd naar 125% van het WSM. De U-pas is een belangrijke basis bij de armoederegelingen. Eind 2019 zijn er ruim 38.052 U-pashouders.

Schulden in driegesprek buurtteam en vroegsignalering

Sinds 2016 is het buurtteam de eerste ingang voor hulp bij schulden. In een zogenaamd driegesprek (gesprekken met de inwoner, een generalistische medewerker van de buurtteams en een specialistische trajectbegeleider van Werk en Inkomen) wordt bekeken hoe een inwoner met schulden het best geholpen kan worden. Dit kan een schuldhulpverleningstraject zijn, maar ook ondersteuning bij administratie. In 2019 zijn met ruim 1.500 huishoudens een of meer driegesprekken gevoerd. De toegang tot schuldhulpverlening is eind 2019 geëvalueerd. In de evaluatie wordt aangegeven hoe deze verder kan worden verbeterd.

In 2019 zijn hiernaast mensen met schulden actief benaderd door middel van huisbezoeken van een buurtteammedewerker en een schuldhulpverlener en/of iemand van de woningcorporatie. Er zijn 300 huishoudens bereikt met deze manier van vroegsignalering. Met vroegsignalering wil de gemeente mensen eerder bereiken voordat schulden problematisch worden. De gemeente wil ook meer inwoners met schulden bereiken en zorgen dat zij professionele hulp krijgen.

Overige cijfers Armoede & schuldhulpverlening

 2016201720182019
aantal U-pashouders*38.75238.59139.72138.052
aantal unieke huishoudens waarmee een driegesprek is gevoerd**--1.2001.500
aantal bereikte huishoudens met vroegsignalering--200300
aantal Utrechters met professionele hulp bij schulden--2.2002.500
% huishoudens dat nu of in afgelopen 12 maanden problematische schulden had (betalingsachterstand woonlasten of schuld bij postorder, webwinkel e.d.)8877

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht; W&I, gemeente Utrecht

* Peildatum 31 december 2019.
** Gesprekken met de inwoner (klant), het buurtteam en een medewerker van Werk & Inkomen, waarbij afspraken worden gemaakt voor ondersteuning.