Samenvatting

Ruim één derde van de Utrechters ervaart vaak overlast van lawaai. De ervaren stankoverlast (16%) is licht gestegen. De luchtkwaliteit is in 2018 (ten opzichte van 2017) voor stikstofdioxide (NO2) verbeterd, maar verslechterd wat betreft fijnstof (PM10 en PM2,5). Het uitzonderlijke weer speelde hierbij een belangrijke rol. PFAS in de bodem gaf stagnatie in de bouw.

Kerncijfers

 

2016201720182019
% inwoners dat vaak overlast van lawaai ervaart36343635
% inwoners dat vaak overlast door stank ervaart14141516
% inwoners dat vaak overlast van luchtverontreiniging ervaart15151818
berekende gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) in µg/m³29,027,926,7-
berekende gemiddelde concentratie fijnstof (PM10) in μg/m³20,420,021,1-
berekende gemiddelde concentratie zeer fijnstof (PM2,5) in μg/m³12,712,213,1-
berekende gemiddelde concentratie EC (roet) in μg/m³1,21,11,1-
aantal afgeronde bodemonderzoeken251190212158
aantal afgeronde bodemsaneringen48251212

aantal aanvragen omgevingsrapportage bodeminformatie (met overzicht bodemrapporten, via internet)

9.2568.1808.1229.380

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht, RIVM

Een derde van Utrechters ervaart vaak overlast van lawaai

De ervaren overlast van lawaai blijft stabiel: één op de drie bewoners ervaart dit vaak. Het betreft zowel verkeerslawaai, lawaai van bedrijven als overig lawaai. Het aandeel bewoners dat vaak overlast van verkeerslawaai ervaart is hoog in West (37%) en Overvecht (38%). Mensen in meergezinswoningen (appartementen/flats) hebben vaker last van geluidsoverlast door verkeer (32%) dan mensen in een eengezinswoning (24%). Ook hebben ze vaker last van lawaai van bedrijven (7% respectievelijk 4%) én ook vaker last van overig lawaai (22% respectievelijk 14%).

Ervaren stankoverlast licht gestegen

Het aandeel Utrechters dat aangeeft vaak overlast van stank te ervaren is in 2019 (16%) licht gestegen ten opzichte van 2018 (15%). Het gaat hier om stank van verkeer, maar ook stank van onder andere bedrijven of de rioolwaterzuivering. In Leidsche Rijn (7%) en Vleuten-de Meern (6%) is de stankoverlast het minst. In Overvecht is de overlast het hoogst (28%) én gestegen ten opzichte van 2018 (21%). In Utrecht West en Noordwest geeft 22 procent aan vaak last te hebben van stank. Gemiddeld in de stad ervaart 11% vaak stank van verkeer en 8% van de inwoners ervaart vaak overlast van andere stank. Overlast van verkeersstank komt het vaakst voor in West en Overvecht, daar heeft één op de vijf bewoners er vaak last van.

Van de Utrechters vindt 20% dat de gemeente voldoende optreedt tegen stankoverlast van bedrijven, 19% vindt van niet. Het grootste deel, 61% van de Utrechters, geeft aan niet te weten of de gemeente voldoende optreedt.

Luchtkwaliteit in 2018: beter én slechter

De luchtkwaliteit in 2018 was vergeleken met 2017 beter wat betreft NO2, maar slechter wat betreft fijnstof (PM10 en PM2,5). De cijfers over 2019 zijn nog niet bekend. Verkeer in Utrecht (inclusief dat op de snelwegen rond Utrecht) is verantwoordelijk voor bijna driekwart van de lokale uitstoot van luchtverontreinigende stoffen als stikstofoxiden en roet. Het uitzonderlijke weer van 2018 verklaart veel van het verschil met de voorgaande jaren. Zeer zonnig en zeer warm weer zorgt voor lagere stikstofdioxideconcentraties. Daarnaast leidt uitzonderlijk droog weer, met bovengemiddeld veel (noord)oostenwind, tot hogere fijnstofconcentraties.

De Europese normen (voor stikstofdioxide NO2, fijnstof PM10 en PM2,5) worden nergens in de stad overschreden, maar aan de WHO-advieswaarden voor fijnstof wordt nog niet (overal) voldaan. De hogere fijnstofconcentraties in 2018 zorgen ervoor dat bijna alle inwoners in de stad (89% voor PM10 en 100% voor PM2,5) worden blootgesteld aan fijnstofconcentraties boven de WHO-advieswaarden. Dit is van belang omdat bij concentraties beneden de Europese grenswaarden (en zelfs nog beneden de WHO-advieswaarden) nadelige gezondheidseffecten en voortijdige sterfte bij mensen optreden.

PFAS in de bodem gaf stagnatie in de bouw

De PFAS problematiek in de bodem heeft in 2019 tot stagnatie geleid in (bouw)projecten waarbij grond verplaatst wordt. Eind 2019 zijn landelijk tijdelijke achtergrondwaarden in de grond vastgesteld waardoor een groot deel van de projecten weer verder kon.

De afgelopen decennia heeft de gemeente inspanningen geleverd om de meest spoedeisende bodemverontreinigingslocaties te saneren. Daarnaast vindt in het kader van herontwikkeling bodemsanering plaats in opdracht van derden. De afgelopen jaren nam het aantal bodemsaneringen af. In 2019 is het aantal afgeronde en beschikte bodemsaneringen (12 stuks) hetzelfde als in 2018. In werkelijkheid is het aantal saneringen hoger, omdat kleinschalige bodemingrepen hierin niet worden meegeteld. In totaal zijn er in 2019 105 kleinschalige bodemingrepen gedaan.

Het aantal afgeronde bodemonderzoeken schommelt door de jaren heen en wordt onder andere bepaald door de woningbouwontwikkelingen in de stad en het aantal uitvoeringsprojecten dat wordt opgestart. In een bodemonderzoek wordt de kwaliteit van de grond en het grondwater bekeken. In 2019 zijn 158 onderzoeken uitgevoerd en aangeleverd voor registratie. Het aantal aanvragen omgevingsrapportage bodeminformatie (via internet) is hoger dan in voorgaande jaren. Dit wordt vaak aangevraagd door adviesbureaus voor historisch onderzoek of graafwerkzaamheden. Daarnaast vragen taxateurs en makelaars veel rapportages op.

% inwoners dat vaak overlast ervaart

 2016201720182019
van verkeerslawaai27272929
van bedrijfslawaai4455
van overig lawaai19181818
van stank door verkeer10101111
van overige stank7798

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht