Samenvatting

De woningvoorraad is in 2019 toegenomen naar 156.678 woningen. De groei in 2019 was 6% kleiner dan in 2018. Begin 2019 bestond 35% van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen van woningcorporaties of particuliere verhuurders. De sociale voorraad wordt voor 77% bewoond door huishoudens met lagere inkomens, die tot de doelgroep van corporaties behoren. Circa 47% van de voorraad betreft een koopwoning. Deze koopwoningen worden met name bewoond door huishoudens met hoge inkomens.

Kerncijfers

 20162017201820192020

totaal aantal woningen*

149.322

148.212

150.825

153.845

156.678

aantal woningen per hectare

15

15

15

16

16

gemiddelde aantal bewoners per woning (woningbezetting)

2,4

2,4

2,4

2,4

2,4

aantal koopwoningen

-

68.472

70.846

71.682

-

aantal huurwoningen

-

77.453

76.958

78.979

-

overig of onbekend

-

2.287

2.818

3.184

-

onttrekking**

-

640

120

212

-

toevoeging***

-

3.264

3.126

3.064

-

mutatiesaldo woningvoorraad****

-

2.613

3.020

2.833

-

* Trendbreuk in registratie in 2017.
** Sloop, samenvoeging, verbouw en transformatie gebruiksfunctie (incl. overige ontrekkingen).
*** Nieuwbouw, verbouw en splitsing (incl. overige opleveringen).
**** Vanwege administratieve correcties is de som van de woningstand plus onttrekkingen en toevoegingen niet exact gelijk aan de woningstand van het opeenvolgende jaar.
Bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), gemeente Utrecht; Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (BghU)

Ontwikkeling woningvoorraad

Op 1 januari 2019 telde Utrecht 153.845 woningen. In 2019 waren er 3.064 toevoegingen aan de woningvoorraad, waarvan 3.015 opleveringen uit nieuwbouw, verbouw en splitsing. Daarnaast waren er 212 onttrekkingen uit de woningvoorraad, voornamelijk door sloop en verbouwing. Hiermee neemt de woningvoorraad in 2019 toe met 2.833 woningen (incl. administratieve correctie: -19). De totale voorraad op 1 januari 2020 komt daarmee op 156.678 woningen. De beschreven voorraad en mutaties zijn exclusief onzelfstandige wooneenheden, woonboten en woonwagens.

Samenstelling van de woningvoorraad

De woningvoorraad op 1 januari 2019 bestond voor 47% uit koopwoningen en voor 51% uit huurwoningen. Van 2% van de woningen is de eigendomsverhouding onbekend. Voor nog eens 2% is ook de WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) onbekend, waardoor er voor deze woningen geen prijssegment bepaald kan worden. De 96% van de woningen waarvan een WOZ-waarde of (geschatte) huurprijs bekend is, zijn ingedeeld in prijssegmenten. Ruim een derde van de woningvoorraad betreft een sociale huurwoning van een woningcorporatie of particuliere verhuurder (35%). Een kleiner aandeel woningen heeft een huurprijs vanaf €720,42 tot €966,15 (middenhuur, 11%) of daarboven (dure huur, 5%). Meer dan een kwart van de woningen is een dure koopwoning, met een WOZ-waarde boven €307.400,- (26%). Goedkope woningen (7%, WOZ < €220.000,-) en betaalbare woningen (12%, €220.000 < WOZ < €307.400,-) zijn er minder.

Bewoning van de woningvoorraad

De woningvoorraad biedt plek aan ruim 180 duizend huishoudens. Sommige woningen worden bewoond door meerdere huishoudens. Voor circa 7.000 woningen is de huishoudenssamenstelling van de bewoner(s) niet bekend. De lager geprijsde woningsegmenten worden voornamelijk bewoond door alleenstaanden. Alleenstaanden bewonen een groot aandeel van alle goedkope koopwoningen (77%), middenhuurwoningen (68%) en sociale huurwoningen (65%). In minder dan een kwart van de sociale huurwoningen wonen huishoudens met kinderen (paar met kinderen plus eenoudergezinnen). Dure koopwoningen worden het vaakst bewoond door huishoudens met kinderen (51%), gevolgd door betaalbare koopwoningen (30%) en dure huurwoningen (29%). Van alle segmenten worden middenhuurwoningen en goedkope koopwoningen het minst vaak bewoond door huishoudens met kinderen (elk 11%). In alle prijssegmenten wordt tussen de 8% en 17% van de woningen bewoond door paren zonder kinderen (goedkope koop en middenhuur elk 8%; dure koop, 17%).

Woningvoorraad en inkomen van huishoudens

Het meest recente inzicht in de samenstelling van de woningvoorraad naar de inkomens van huishoudens komt uit het WoonOnderzoek Nederland 2018. Aansluitend bij de inkomensgegevens van huishoudens zijn dan ook de huurgrenzen van 2018 gebruikt. Woningen in middenhuur en goedkope koop worden door huishoudens vanuit iedere inkomensgroep bewoond. Iets meer dan de helft van deze woningen wordt bewoond door huishoudens met een middeninkomen of lager, circa 47% wordt bewoond door huishoudens met een hoge inkomens van meer dan €46.261,-. In sociale huurwoningen (< €710,68 euro) wonen vaak huishoudens met een laag inkomen (aandachtsgroep plus overige doelgroep corporaties, 77%). Ongeveer een op de tien sociale huurwoningen wordt bewoond door huishoudens met een hoog inkomen. Betaalbare koopwoningen worden voor twee derde bewoond door huishoudens met hoge inkomens. In dure koopwoningen wonen bijna alleen huishoudens met hoge inkomens (83%). Van alle huishoudens met een hoog inkomen bezit 74% een koopwoning. Circa 30% van de huishoudens met een laag- of middeninkomen bezit een koopwoning.