Eén jaar corona

Het afgelopen jaar was voor Utrecht en al haar bewoners een bijzonder turbulent jaar. Dit zien we terug in de cijfers zoals gepresenteerd in deze nieuwste versie van de Utrecht Monitor. De stad en haar inwoners zijn hard geraakt door de coronapandemie. Het virus zelf en de maatregelen die volgden, veroorzaakten ook in onze stad een gezondheids- , economische en maatschappelijke crisis.

De impact van de crisis op de gezondheid van Utrechters is groot. Door de relatieve jonge bevolking is in 2020 de sterfte aan corona (187 Utrechters) en het aantal ziekenhuisopnames (728) wel lager dan gemiddeld in Nederland en in de overige G4-steden. Lang bleef de tevredenheid van mensen over hun eigen leven nog op peil, begin 2021 zien we zowel landelijke als lokale cijfers met betrekking tot welbevinden sterk dalen. De laatste coronapeiling (februari) onder leden van het Utrechtse Bewonerspanel toont een substantiële verslechtering van de sfeer in Utrechtse huishoudens. Ook het saamhorigheidsgevoel nam af en steeds meer (40%) panelleden voelden zich eenzamer. Eén op de drie Utrechters bewoog minder dan voor het begin van de crisis (RIVM/GGD, najaar 2020).

De Nederlandse economie vertoonde afgelopen jaar een ongekende krimp van 3,7%. De regionale economie kromp met zo’n 3% (Stadsgewest Utrecht). De grootste klappen zijn voor de consumentendiensten (delen van de detailhandel, horeca, toerisme, evenementen en de kunst- en cultuursector) en een deel van de zakelijke diensten, zoals de schoonmaakbranche. Een faillissementsgolf blijft vooralsnog uit. In 2020 daalde het aantal faillissementen in Utrecht zelfs. Naar eigen zeggen verkeert eind 2020 echter wel een kwart van de Utrechtse ondernemers (provincie) in zwaar weer. Bijna één op de drie ontvangt minimaal één landelijke steunmaatregel (iets onder het Nederlands gemiddelde). Ruim 15.000 Utrechtse zzp-ers ontvangen in 2020 een Tozo-uitkering. Driekwart van hen geeft aan niet of nog maar net in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Bijna de helft heeft schulden of betalingsachterstanden, 45% ervaart behoorlijk veel tot veel stress. Aantallen bezoekers tonen een cultureel leven dat welhaast tot stilstand is gekomen en een binnenstad met weinig toeristen. Een gebied sowieso onder druk door een toename van de winkelleegstand.

De gezondheids- en economische crisis veroorzaken ook een maatschappelijke crisis. In Utrecht was al sprake van ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen en wijken. Corona vergroot scheidslijnen. De kwetsbare groepen worden hard geraakt en hebben niet de hulpbronnen om snel te herstellen. Zij zullen extra ondersteuning nodig hebben. Daarnaast is er vaak sprake van een stapeling van negatieve effecten: op gezondheid, individueel welbevinden, onderwijs, werksituatie en/of inkomen. Dit gaat deels om bekende groepen, zoals mensen met een onzekere arbeidsmarktpositie (mensen met flexcontracten, arbeidsmigranten, mensen met een niet-westerse migratieachtergrond, mensen zonder startkwalificatie en mensen met een opleiding tot MBO-niveau), maar ook om nieuwe groepen als kinderen, jongeren, jongvolwassenen, zzp'ers en ondernemers.

Ook bij een deel van de kinderen en jongeren stapelen effecten. Ontstane leerachterstanden (in Utrecht gemiddeld twee à drie maanden in groep 5, 6 en 7) zijn meer dan 60% groter bij leerlingen uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status. In februari nog rapporteert het Trimbos Instituut dat 84% van de 16-24-jarige Nederlanders zich enigszins tot sterk eenzaam voelt. Een cijfer zeer relevant voor een studentenstad als Utrecht. Onder een deel van de jongeren stapelt problematiek als huiselijk geweld, GGZ-problematiek, schulden, armoede, geringe opleiding, beperkte kansen op de arbeidsmarkt, gezondheidsproblemen, overlast en criminaliteit. De crisis vergroot problematiek die er vaak al was. De verwachting is dat psychische problematiek bij een deel van de jongeren nog lang na het eind van de crisis kan doorwerken. In de stad neemt de druk op de jeugdhulp zienderogen toe.

Maatschappelijke onvrede en onrust groeit. Het draagvlak voor de coronamaatregelen daalde gaandeweg het jaar, wat ook in Utrecht uitmondde in demonstraties en rellen. Het afgelopen jaar verdubbelde het aantal demonstraties. Polarisering en radicalisering steken de kop op. In de tweede helft van 2020 komen bijna twee keer zo veel signalen van radicalisering binnen als in de halfjaarlijkse periodes ervoor. Onder invloed van de coronapandemie is er een toename van complotdenken.

Utrecht toont in de cijfers echter evengoed zijn veerkracht. Veel Utrechters doorstaan de  economische crisis goed. Een kwart van de leden van het Bewonerspanel zag het inkomen het afgelopen jaar zelfs verbeteren (bij 59% bleef het inkomen gelijk). Vaak gaat het om mensen met een betaalde baan in loondienst. Nederlandse banken zien spaartegoeden groeien. De stad had bij de start van de crisis ook een goede uitgangspositie. Utrecht scoort als enige G4-stad altijd hoog op de sociaaleconomische index van de Atlas voor Gemeenten (3e positie in 2020). Het gaat hierbij om opleidingsniveau, arbeidsdeelname, uitkeringen en armoede. Begin 2021 kende de Rabobank de regio Utrecht een eerste plek toe op de brede welvaartsindex. Een indicator die naast materiele welvaart rekening houdt met kwaliteit van leven, gezondheid en milieu. Utrecht kent een gunstige economische structuur met een grote vertegenwoordiging van groeisectoren als de zorg, life sciences, overheid en techniek. Utrecht zal hoogstwaarschijnlijk het meest recente groeiscenario van het Centraal Planbureau kunnen volgen: 2,1% economische groei in 2021 en 3,5% in 2022.

We zitten op dit moment nog niet aan het eind van de pandemie. Veel is nog onduidelijk over de middellange en lange-termijn sociale, economische en maatschappelijke effecten, ook op mensen die de crisis in eerste instantie goed lijken te doorstaan. We blijven dit zorgvuldig monitoren en zullen er in een volgende Utrecht Monitor verslag van doen.


Groei van de stad

Utrecht blijft groeien

De coronapandemie heeft een grote invloed op de bevolkingsontwikkeling van Utrecht. Met name door een lagere immigratie (buitenlandse vestigers) groeide de bevolking in 2020 minder snel dan de jaren ervoor. De stad groeide met 1.636 inwoners in plaats van tussen de 4.000 en 5.000 van de afgelopen jaren. Op 1 januari 2021 had Utrecht 359.355 inwoners. Naast de lagere immigratie is ook het toegenomen vertrek naar elders in Nederland een oorzaak van de lagere groei: er vertrokken 2.153 meer mensen uit de stad dan er vanuit andere Nederlandse gemeenten naar Utrecht kwamen. Van deze ontwikkeling is onbekend in hoeverre deze samenhangt met de coronacrisis. Er is (nog) geen effect van de pandemie zichtbaar op het aantal geboortes. Utrecht bleef met een bevolkingsgroei van 0,5% nog wel boven het landelijke groeipercentage van 0,4%. Dit geldt niet voor de andere G4-steden: in Amsterdam bijvoorbeeld viel de bevolkingsgroei in 2020 nagenoeg stil. 

Eerstkomende jaren lagere jaarlijkse bevolkingsgroei Utrecht verwacht

Utrecht zal de komende jaren blijven doorgroeien, met name door natuurlijke aanwas (meer geboorten dan sterfte) en door buitenlandse migratie. Volgens de gemeentelijke bevolkingsprognose uit 2020 passeert Utrecht in 2027 de grens van 400.000 inwoners. Echter vanwege de coronapandemie is de groei van de stad de eerstkomende jaren onzeker. Het CBS verwacht dat Nederland ook in 2021 een lagere groei zal meemaken. In de jaren 2022 en 2023 groeien de prognosecijfers dan weer naar het oude niveau. Voor Utrecht zou dit kunnen betekenen dat de grens van 400.000 inwoners een jaar later wordt bereikt. De groei op lange termijn blijft naar verwachting hetzelfde, wat betekent dat Utrecht in 2040 de 450.000 inwoners bereikt. Het effect van corona op de bevolkingsgroei laat zich echter moeilijk voorspellen.


Veerkracht en gelijke kansen

Mentaal welbevinden daalt tijdens lockdowns

Utrecht streeft ernaar dat iedereen mee kan doen en dat mensen in een kwetsbare situatie kansen krijgen zich te ontwikkelen. Volgens de laatste Utrecht Monitor vóór corona zijn Utrechters grotendeels gelukkig (82%) en tevreden met hun eigen leven (88%). In het afgelopen coronajaar zien we echter wel duidelijke effecten op het mentaal welbevinden en ervaren eenzaamheid. De laatste coronapeiling (februari) onder leden van het Utrechtse Bewonerspanel toont dat panelleden zich in toenemende mate vaker onrustig voelen en ze corona minder vaak zien als een periode van kansen of een periode van rust en bezinning. Een aanzienlijk deel (40%) voelt zich eenzamer dan vóór corona. Een steeds groter deel van de panelleden beoordeelt de sfeer in het huishouden als negatief. Daarnaast staan aspecten van een gezonde leefstijl onder druk. Ongeveer de helft van de Utrechters die meedoet aan de RIVM-peilingen beweegt bijvoorbeeld tijdens de coronaperiode minder.

Landelijk onderzoek bevestigt de Utrechtse bevindingen. Zo rapporteert het Trimbos instituut een duidelijke achteruitgang van de psychische gezondheid als de periode voor en na corona wordt vergeleken. Het RIVM ziet in maandelijkse peilingen het mentaal welbevinden steeds verder afnemen en constateert eveneens aanzienlijke veranderingen in leefstijl. Alle onderzoeksbronnen, zowel landelijk als lokaal, zien een extra grote impact op jongeren en jongvolwassenen. Onderzoek van de Universiteit Utrecht onder studenten van het Grafisch Lyceum Utrecht en Nimeto laat zien dat studenten vergeleken met de periode voor corona vaker sociale problemen hebben, vaker hyperactiviteit en druk door schoolwerk rapporteren en minder tevreden zijn over hun leven.

Saamhorigheid kende een duidelijke piek    

Kort na de eerste lockdown zagen we een duidelijke piek in de saamhorigheid in de samenleving. Meer dan de helft (58%) van de leden van het Utrechtse Bewonerspanel geeft kort na maart/april 2020 aan meer saamhorigheid te ervaren. In februari 2021 is dit nog maar 18%. Eén op de drie (30%) panelleden zet zich extra in voor anderen. In maart 2020 lag dat aandeel op 38%. Vanuit partners in de stad horen we ook dat zich veel nieuwe vrijwilligers melden (vooral na de eerste lockdown) en dat er nieuwe laagdrempelige hulpinitiatieven in de stad ontstaan. Utrechters hebben van alle G4-steden het meest vertrouwen in (overheids)instituties en de medemens. Ook hier signaleert het netwerk in de stad echter een groeiende voedingsbodem voor polarisatie. Onder andere veroorzaakt door gebrek aan perspectief, een (gevoel van) ervaren onrecht en de duur van de coronamaatregelen. Steeds meer mensen hangen complottheorieën aan of hebben anti-overheidssentimenten. Dat blijkt uit een verharding in gedrag en een toename van zorgelijke uitingen op social media. Maar ook uit enquêteonderzoek naar het draagvlak voor coronamaatregelen (RIVM gedragsunit).

Na een jarenlange daling neemt beroep op WW en bijstand nu toe

Corona maakt een eind aan een jarenlange trend van daling in het aantal WW-uitkeringen en huishoudens met bijstand in Utrecht. Met name in de eerste maanden na de uitbraak van corona liepen WW en bijstand snel op. Daarna bleven aantallen min of meer gelijk, mede door de uitgebreide overheidssteun voor zelfstandigen (Tozo) en bedrijven (NOW). Het aantal WW-uitkeringen steeg in 2020 met 28%, het aantal bijstandsuitkeringen met 5%.

Nog geen sterke stijging zichtbaar van armoede en/of schulden, deze wordt wel verwacht

Zowel panel- als registratiedata (driegesprekken, schulddienstverlening) geven een indicatie van financiële problemen. We zien in Utrecht (nog) geen toename van schulden en financiële problemen. Zowel landelijk (SCP) als lokaal (Bewonerspanel) wordt de verandering in huishoudeninkomens bijgehouden. Van de leden van het Bewonerspanel komt momenteel 56% rond of houdt een beetje geld over; 29% spaart zelfs veel. Ook de Nederlandse bank ziet mensen veel sparen. Tegelijkertijd ontstaan bij met name zzp’ers en kleine en middelgrote ondernemers wel problemen. Utrechts onderzoek onder de ontvangers van Tozo-2 toont aan dat 23% niet in het levensonderhoud kan voorzien en 59% nog maar net. Bijna de helft (47%) heeft schulden of betalingsachterstanden. En daarbij zijn er zowel landelijk als lokaal wel degelijk signalen dat een aantal groepen stevig in inkomen achteruit zijn gegaan of zullen gaan en daarmee in de financiële problemen dreigen te komen. Vóór de coronacrisis zagen we al enkele jaren een stabiele omvang van armoede in Utrecht. De groep mensen in langdurige armoede nam in omvang wel elk jaar licht toe, tot ca. 5.200 huishoudens met een inkomen langer dan 4 jaar op bijstandsniveau. De huidige crisis maakt de kans kleiner dat deze huishoudens uit de armoede komen en de kans groter dat hun problemen (waaronder het risico op schulden) toenemen.

Druk op kansengelijkheid

De effecten van de coronacrisis lijken harder aan te komen bij groepen die al kwetsbaar waren. Het gaat deels om bekende groepen, zoals mensen met een onzekere arbeidsmarktpositie (mensen met flexcontracten, arbeidsmigranten, mensen met een niet-westerse migratieachtergrond en mensen zonder startkwalificatie), maar ook om nieuwe groepen als kinderen, jongeren, zzp’ers en ondernemers. We zien bij kinderen bijvoorbeeld leervertraging ontstaan, die in Utrecht gemiddeld ligt op twee à drie maanden in groep 5, 6 en 7. Deze vertraging is 60% groter bij leerlingen uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status.


Zorg dichtbij en op maat

Mantelzorgers ervaren negatieve effecten corona

Utrecht organiseert de zorg en ondersteuning dichtbij bewoners en zo eenvoudig mogelijk. Mantelzorg is daar een voorbeeld van. Ongeveer één op de vijf leden van het Bewonerspanel gaf de afgelopen periode mantelzorg. Van hen ervaart bijna iedereen (93%) effect van de coronamaatregelen. Velen hebben moeite met het houden van afstand. Dat zorgt voor minder lijfelijk contact en in sommige gevallen ook voor een slechtere sociale band. Veel respondenten geven aan dat ze zich zorgen maken om de gezondheid van de familieleden of vrienden waar ze voor zorgen. Met name omdat ze minder of geen bezoek mogen ontvangen, met eenzaamheid en onrust tot gevolg. Ook zijn mantelzorger voorzichtiger en alerter, wat soms tegen hun gevoel van hulpverlenen ingaat. Veel mantelzorgers zijn ook drukker met het verlenen van mantelzorg. Ze zijn bijvoorbeeld meer tijd kwijt met het doen van boodschappen of met reizen. Anderen zijn juist minder bezig met mantelzorg omdat ze niet meer op bezoek mogen komen.

Zwaardere problematiek bij nieuwe instroom zorg en ondersteuning

De cijfers over de hulpverlening van de Utrechtse buurtteams en de zorg vanuit de Jeugdwet en de Wmo, laten zien dat, ten opzichte van voorgaande jaren, zich over heel 2020 minder inwoners hebben gemeld. In de afname van de vraag zien we een duidelijke golfbeweging bij aanscherping en versoepeling van coronamaatregelen. Ook onder Utrechtse Bewonerspanel is nog enige huiver met betrekking tot zorg: in februari ging ongeveer de helft liever niet naar de huisarts of het ziekenhuis als het niet al te ernstig is. Wel lijkt begin 2021 de omvang van de vraag naar hulp en ondersteuning weer terug te keren op het niveau van vóór corona. De partners in de stad zien vaker zwaardere en complexere problematiek bij inwoners en gezinnen die zich melden. Cliënten blijven langer in zorg (minder uitstroom) bij zowel de buurtteams als bij de zogenaamde aanvullende zorg. Hierdoor dalen wachtlijsten niet en ervaren professionals grote druk. Professionals geven aan dat met name jongeren en jongvolwassenen het zwaar hebben. Dit sluit aan bij het landelijk beeld dat vooral deze groep op dit moment vaker in de GGZ terecht komt.


Wonen

Woningvoorraad groeit met circa 3.000 woningen per jaar

Utrecht wil binnen de stad voldoende betaalbare, duurzame en toegankelijke woningen voor huidige en toekomstige inwoners. Om dit te bereiken is een langdurig hoog bouwtempo van nieuwe woningen nodig. In 2020 zijn voor het vierde jaar op rij meer dan 3.000 nieuwe woningen opgeleverd. De Utrechtse woningvoorraad nam vorig jaar toe naar 159.671 woningen. Daarnaast zijn er circa 3.600 woningen in aanbouw genomen (start bouw). Begin 2020 bestond 35% van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen van woningcorporaties of particuliere verhuurders, evenals in 2019. Dit aandeel komt overeen met de college-ambities voor de opbouw van de woningvoorraad in 2040. De verdeling in prijssegmenten van huurwoningen is vrijwel stabiel, terwijl bij koopwoningen een verschuiving zichtbaar is naar hogere prijsklassen. Het aandeel koopwoningen loopt de laatste jaren iets terug, van 47% in 2019 naar 45% in 2021. In diezelfde periode steeg het aandeel particuliere verhuurwoningen binnen de totale woningvoorraad van 20% naar 23%.

Particuliere verhuur blijft stijgen

De woningvoorraad bestaat begin 2021 voor meer dan de helft (54%) uit huurwoningen (circa 85 duizend). De huurvoorraad (+5%) is vorig jaar sneller gegroeid dan de totale woningvoorraad (+2%). Dit als gevolg van een relatief sterke groei van het aantal particuliere huurwoningen (+7%). Utrecht kent bijna 36 duizend particuliere huurwoningen, ongeveer 2.500 meer dan een jaar eerder.

Koopwoningen duurder dan ooit

In 2020 lag het aantal transacties van koopwoningen in Utrecht weer iets hoger dan in 2019. De relatief grote vraag naar koopwoningen gecombineerd met een lage hypotheekrente zorgt voor een verdere stijging van verkoopprijzen. Deze stijging is in Utrecht sterker dan in de andere grote steden. De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning in Utrecht bedraagt inmiddels 406 duizend euro en is hiermee hoger dan ooit.

Sociale huur- en koopwoningen ongelijk verdeeld over de stad

Om de kwaliteit van wonen in wijken te verbeteren, is het de bedoeling nieuwe koop- en huurwoningen beter over de stad te verdelen. De verschillen tussen wijken zijn echter groot. In Overvecht ligt het aandeel sociale huur op 66% en het aandeel koopwoningen op 21%, terwijl in Noordoost en Vleuten-De Meern een gering aandeel (18% en 23%) van de woningen onder sociale huur valt en relatief veel in de koopsector (58% en 69%). Deze stedelijke verschillen zijn niet gewijzigd sinds 2019.


Vergroenen en verdichten in balans

De bevolkingsdichtheid neemt toe

Omdat we met steeds meer mensen samenwonen in de stad, kiest Utrecht ervoor om gezond leven bovenaan te zetten. Tot 2040 komen er in Utrecht minimaal 47.000 woningen bij. In die periode groeit de bevolkingsomvang met 95.000 inwoners. De meeste nieuwe woningen zullen worden gebouwd in de wijken Zuidwest (Merwedekanaalzone) en Leidsche Rijn. Ook in de wijken Oost en Binnenstad staan veel nieuwe woningen gepland. Dit zorgt in de stad voor verdichting. Met de groei van het inwonertal zal ook de bevolkingsdichtheid in Utrecht sterk toenemen. Op dit moment wonen er in Utrecht rond de 3.600 inwoners per km². Dit zal in 20 jaar tijd groeien naar bijna 4.600 inwoners per km².

Door corona meer waardering van bewoners voor groen in de buurt

De coronacrisis leidt tot een andere ervaring van Utrechters met de openbare ruimte in de stad. Bijna driekwart (71%) van de leden van het Utrechtse Bewonerspanel waardeert het groen in de eigen buurt meer dan vóór de crisis. Meer dan de helft vond het in juni 2020 stiller in de eigen woonomgeving. In de toekomst verwacht een derde van de panelleden vaker te gaan wandelen in de buurt van het eigen huis. Ook verwacht één op de drie panelleden vaker te gaan ontspannen in een stadspark. Gemiddeld genomen is er op dit moment per Utrechts huishouden 68 m² openbaar groen aanwezig. Een oppervlakte dat afgelopen jaren niet is gewijzigd. Utrechtse tuinen (privégroen) zijn met 42% aan groenoppervlak (de rest is oppervlakte aan bestrating, schuurtjes en kale grond) minder groen dan tuinen in andere grote steden (bijv. 51% in Amsterdam en ook gemiddeld in Nederland).


Digitale stad

Meer online dienstverlening gemeente Utrecht

Digitale oplossingen kunnen bijdragen aan verbeteringen in de stad en de dienstverlening van de gemeente Utrecht. In 2020 kwamen er voor inwoners meer manieren om hun dienstverlening online te regelen, zoals chatten en videobellen. Door het coronavirus zijn nieuwe digitale producten en regelingen ingevoerd, zoals de Tozo-regeling voor ondernemers. Deze laatste is meer dan 10.000 keer aangevraagd. Het aantal bezoekers aan het online loket van de gemeente Utrecht nam in 2020 toe van 1,4 miljoen (2019) naar 1,7 miljoen bezoekers. Ook neemt het aantal digitale aanvragen (zowel webformulieren als meldingen openbare ruimte) op Utrecht.nl sterk toe (+38% in 2020). Het aandeel inwoners dat moeite heeft met digitale aanvragen neemt geleidelijk af (van 27% in 2018 naar 23% in 2019).

Meer digitale ontmoetingen, bewustzijn online risico’s

Door de coronamaatregelen maken mensen meer gebruik van het internet, voor werk, aankopen, maar ook voor sociale contacten. Landelijk onderzoek beschrijft een toename van het aantal digitale ontmoetingen. In Utrecht zien we dat in juni 2020 ongeveer de helft (52%) van de leden van het Bewonerspanel dagelijks gebruik maakte van digitale ontmoetingstools als Teams of Zoom. Dit brengt ook vragen over de digitale veiligheid met zich mee. Ruim vier op de vijf leden van het Bewonerspanel is zich bewust van de risico’s die samenhangen met het gebruik van sommige online chat- en vergaderapps of -programma's. Als het echter gaat om privacy is het bewustzijn minder groot. Ruim de helft (55%) van de panelleden checkt voordat zij een programma of app installeren of op een veilige manier wordt omgegaan met persoonlijke gegevens. De toename van het internetgebruik biedt  cybercriminelen nieuwe gelegenheidskansen. In Utrecht neemt het aantal meldingen over cybercrime en (online) fraude snel toe. Met 166 meldingen verdubbelt cybercrime in 2020 in Utrecht (+93%). Ook fraude met online handel (+11%) en identiteitsfraude (+74%) laten een toename zien. Binnen de G4 kent Utrecht wel het laagste groeipercentage cybercrime.


Samenwerking in buurt, stad en regio

Participatie kent nieuwe vormen in 2020

Door de inbreng van bewoners, organisaties en bedrijven goed te benutten, komt Utrecht tot
betere resultaten. Utrechters zijn op verschillende manieren betrokken om hun buurt of stad vorm te geven. Meedenken met plannen van de gemeente is één van deze manieren. In 2019 maakte ruim één op de vijf Utrechters (22%) gebruik van de mogelijkheid om het beleid van de gemeente te beïnvloeden (indienen klacht of zienswijze, deelname aan bewonersgroep of bijwonen van bewonersbijeenkomst). Een lichte groei ten opzicht van het jaar daarvoor (19% in 2018). In 2020 krijgt digitale participatie in Utrecht een stevige impuls. Participatiegesprekken vinden voor het eerst op grote schaal plaats via digitale tools, zoals het digitale participatieplatform ‘DenkMee’. Uit landelijk onderzoek blijkt dat er steun is voor digitale alternatieven voor participatie, maar dat vooral inwoners die al offline participeerden, dat ook online willen doen.

Meer mensen zetten zich in voor anderen ten tijde van corona

Bijna één op de drie (30%) leden van het Bewonerspanel zet zich extra in voor anderen als gevolg van het coronavirus (peiling februari 2021). Aan het begin van de crisis was dit aandeel hoger (38%). Vanuit de Vrijwilligerscentrale klinken signalen dat door corona de wat oudere en meer kwetsbare vrijwilligers (tijdelijk) gestopt zijn met vrijwilligerswerk. Tegelijkertijd zien ze meer jongeren die zich vrijwillig willen inzetten. Vóór de crisis zette ongeveer 40% van de Utrechters zich in als vrijwilliger, 12% gaf zorg of hulp aan buurtbewoners en 35% gaf aan dit te willen doen (Inwonersenquête 2019).

Nieuwe initiatieven ontstaan, door corona minder doorgang van aanvragen Initiatievenfonds

Landelijk onderzoek toont dat met name in de grotere gemeenten door het coronavirus meer initiatieven in de samenleving ontstaan. Ook in Utrecht zien we nieuwe samenwerkingsvormen en initiatieven (bijvoorbeeld boodschappendiensten en belmaatjes) om met elkaar in contact te blijven. Initiatieven vinden ook hun weg naar de gemeente via het Initiatievenfonds. Het Initiatievenfonds ondersteunt plannen van inwoners die zich vrijwillig willen inzetten voor elkaar, de buurt, wijk of stad. In 2020 zijn in totaal 892 aanvragen voor initiatieven gehonoreerd. Dit zijn er minder dan in eerdere jaren (-30%) omdat een flink aantal initiatieven door corona geen doorgang konden vinden en dus nooit tot goedkeuring zijn gekomen. Het aantal aanvragen voor een initiatief met betrekking tot de openbare ruimte, bewegen of sport nam wel toe (+20%, 382 aanvragen).


Werk voor iedereen

Werkgelegenheid neemt met ruim 10.000 banen toe tussen april 2019 en september 2021

Utrecht werkt samen met werkgevers en onderwijsinstellingen aan toekomstbestendig werk voor iedereen. De werkgelegenheid in Utrecht nam tussen april 2019 en april 2020 toe met 7.449 werkzame personen naar 281.075. Een toename van 2,7%. Tussen april en september 2020 (extra peilmoment vanwege corona) kwamen er nog eens 2.754 banen bij. De grootste toename van het aantal banen zien we in de handel (+6,9%). Ook in andere grote sectoren als de zorg (+5,0%) en de overheid (+3,9%) steeg het aantal banen bovengemiddeld. In de horeca zijn nu minder banen (-2,8%). Dit geldt ook voor de industrie en de cultuur, sport en recreatiesector, waar tussen april en september 2020 het aantal banen iets is afgenomen. Sommige sectoren zijn hard geraakt door de corona-maatregelen, maar dit is niet goed zichtbaar in deze cijfers. Dit heeft te maken met de steunmaatregelen en het aantal startende bedrijven in deze sectoren. Uit de provinciale Ondernemerspeiling blijkt wel dat zes op de tien ondernemers (58%) in de provincie Utrecht in oktober 2020 een lagere maandomzet had dan dezelfde maand een jaar eerder.

Corona heeft vooral invloed op mensen met slechte arbeidsmarktpositie

Corona maakt een eind aan jaren waarin een steeds groter deel van de Utrechters actief aan het arbeidsproces deelnam en het aantal mensen met een WW-uitkering en huishoudens met bijstand afnam. Met name in de eerste maanden na de uitbraak van corona liepen WW en bijstand snel op. Daarna bleven aantallen ongeveer gelijk. Het aantal WW-uitkeringen nam in heel 2020 met 28% toe, het aantal bijstandsuitkeringen met 5%. Dit heeft alles te maken met de uitgebreide overheidssteun om zelfstandigen (Tozo) overeind te houden. In de drie rondes van Tozo zijn 8.471 (Tozo 1), 3.373 (Tozo 2) en 3.373 (Tozo 3 tot 9 maart) toekenningen gedaan.

De Utrechtse werkloosheid liep in 2020 op van 3,5% naar 4,0% en is het laagste in de G5 (CBS). De werkloosheid steeg harder in groepen met een slechtere arbeidsmarktpositie zoals jongeren (9,5%), mensen met een niet-westerse migratieachtergrond (7,4%) en mensen zonder startkwalificatie (10,1%). Mensen met een flexibel of tijdelijk arbeidscontract en zzp’ers verliezen vaker hun baan of opdracht. De arbeidsparticipatie is in Utrecht met 76,2% hoog in vergelijking met andere grote steden en Nederland. De netto participatie daalde in 2020 licht van 73,7% naar 73,2%. Doordat de beroepsbevolking in Utrecht groeit, neemt het aantal Utrechters met betaald werk wel toe. Met name het aantal zelfstandigen groeit. In het Bewonerspanel geeft een even groot deel van de leden aan dat hun arbeidsmarktpositie is verbeterd als verslechterd sinds corona (14%).

Aanhoudend grote personeelstekorten in techniek, zorg en ICT

De spanning op de arbeidsmarkt in de regio Midden-Utrecht nam vorig jaar ten gevolge van corona iets af. Volgens het UWV is echter nog steeds sprake van krappe arbeidsmarkt. Met name binnen de zogenoemde duurzame sectoren waar werkgelegenheid nu en in de toekomst naar verwachting zal toenemen. Het gaat om technische beroepen, werk in de zorg en beroepen in de ICT.
Tegenover de krapte staan sectoren waar de arbeidsmarkt ruimer is (zoals de sectoren die nu geraakt worden door corona) of waarvan de verwachting is dat deze op termijn ruimer gaan worden omdat de vraag naar functies afneemt. Een kwart van de werknemers in loondienst in de regio Midden-Utrecht werkt in een krimpsector (91.500 werknemers).

Meer kantoorruimte en winkelruimte in gebruik

De voorraad kantoorruimte nam in 2020 toe, met name door toevoegingen in het Stationsgebied. De opname van kantoorruimte daalde het afgelopen jaar sterk van 158.400 naar 57.300 m2. De leegstand nam iets toe en ligt nu op frictieniveau (4,9%). Het totale oppervlak in gebruik nam afgelopen jaar ook toe. De fysieke detailhandel heeft duidelijk last van de coronamaatregelen, maar staat al langer onder druk. Hier tegenover staat een flinke toename van de omzet in webwinkels. Corona versnelt de transitie in de detailhandel. In Utrecht Centrum nam de winkelleegstand het afgelopen jaar toe van 9% naar 10%. Dit neemt niet weg dat er in het centrum van Utrecht nu meer winkelruimte in gebruik is dan vorig jaar. In de hele stad nam de winkelleegstand juist af (van 7,7% naar 6,7%).


Duurzame energie

Alle nieuwbouw in 2020 is aardgasvrij opgeleverd

Utrecht wil dat de toekomstige warmtevoorziening in de stad duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar is. De ambitie is om voor 2030 zo'n 40.000 woningen van het aardgas af te halen. Alle nieuwbouw in 2020 is aardgasvrij opgeleverd. Ook bestaande woningen moeten aardgasvrij worden. Overvecht-Noord met circa 8.000 woningen is de eerste aangewezen wijk die uiterlijk in 2030 aardgasvrij moet zijn. Op 1 november 2020 zijn er 483 woningen en gebouwen op particulier initiatief van het aardgas afgesloten. Goede isolatie is de eerste stap in het stappenplan om Utrechtse woningen te verduurzamen. Dubbelglas of voorzetramen zijn het meest populair: vier op de vijf Utrechters heeft dubbelglas of voorzetramen in zijn of haar woning.

17% van de daken heeft zonnepanelen

Het aandeel daken met zonnepanelen groeide van 8% in 2017 naar 17% in 2020. De ambitie van het college is dat in 2025 op 20% van alle daken zonnepanelen liggen. Utrechters met een koopwoning treffen vaker energiebesparende maatregelen in hun woning dan mensen met een huurwoning. Van de inwoners met een koopwoning heeft 20% zonnepanelen op zijn dak om elektriciteit op te wekken. Bij de sociale huurwoningen is dit 14%. Ook bij minder gebouwgebonden maatregelen zoals groene stroom scoren kopers hoger (59%) dan huurders (35%). Het totale energiegebruik in Utrecht nam tussen 2018 en 2019 met 4% af, vooral door een lager zakelijk gebruik van zowel warmte, gas en elektriciteit. De CO2-uitstoot nam in dezelfde periode af met 9%, voornamelijk door de schonere elektriciteitsproductie in Nederland. Voorlopige cijfers over luchtkwaliteit laten een daling zien in de concentratie voor stikstofdioxide vanwege de coronamaatregelen.


Duurzame mobiliteit

Coronamaatregelen drukken Utrechtse mobiliteit

Landelijk zorgen de coronamaatregelen voor minder verplaatsingen. Een beeld dat we ook in Utrecht zien. Sinds corona zijn er in de stad gemiddeld een derde minder fietsers en snorfietsers geteld dan in  dezelfde periode vóór corona. De verkeersintensiteit van motorvoertuigen nam op een aantal meetplekken af met 31% ten opzichte van zowel 2019 als 2018. Verder telt het bus- en tramgebruik (U-OV) sinds corona op werkdagen gemiddeld ruim twee derde minder instappers dan in dezelfde periode vóór corona. Leden van het Bewonerspanel bevestigen dit beeld: bijna driekwart ervaart een drempel bij gebruik bus, tram en trein. De drempel is bij het gebruik van de fiets en de auto minder hoog (resp. 14% en 12%). Flink wat leden van het Utrecht Bewonerspanel verwachten na corona de fiets vaker te gaan gebruiken dan vóór corona (16% vaker, 3% minder vaak). Wat betreft auto en ov:  iets meer leden verwachten deze vervoersmiddelen in de toekomst minder vaak te gebruiken , dan het aandeel  dat verwacht ze juist meer te gaan gebruiken. Thuiswerken heeft invloed op de mobiliteit. Bijna de helft van de respondenten (46%) verwacht na corona vaker thuis te werken dan vóór corona.

Utrechtse duurzame mobiliteit scoort landelijk goed

In 2020 is Utrecht uitgeroepen tot beste fietsstad van de wereld (World Economic Forum) en Utrecht is opnieuw de stad met relatief de meeste deelauto’s: 1.461 per 100.000 inwoners. Het relatief aantal in Utrecht geregistreerde particuliere personenauto’s is al jaren stabiel (295 auto’s per duizend inwoners), terwijl het aantal plug-in hybride personenauto’s toeneemt  (3.275, +27% tov 2019). Ook het aantal elektrische personenauto’s neemt toe (4.668, +59% tov 2019, (incl. aandeel van in Utrecht gevestigde leasemaatschappijen). Utrecht telt van de G4-steden relatief de meeste elektrische voertuigen, namelijk 28 per duizend inwoners (sept. 2020).

Verkeersveiligheid neemt opnieuw toe

In 2020 daalde het aantal door de politie geregistreerde verkeersongevallen met 14%, een sterkere daling dan voorgaande jaren. De politie registreerde afgelopen jaar 1.494 verkeersongevallen, 367 verkeersgewonden en 5 verkeersdoden (op de gemeentelijke wegen)). Het aantal verkeersongevallen nam voor het vierde jaar op rij af.