Samenvatting

Het aantal leerlingen in het Utrechtse basis- en voortgezet onderwijs blijft groeien. In Utrecht neemt bijna driekwart van alle Utrechtse basisscholen deel aan het programma De Vreedzame School. Verder kent Utrecht in 2018 elf Brede Scholen in het basisonderwijs en negen in het voortgezet onderwijs. Het aantal Utrechtse mbo-studenten neemt al een aantal jaren op rij toe. Het merendeel van hen volgt een opleiding in de economie of zorg en welzijn. Hoewel de technische sector juist een groot tekort aan personeel kent, groeit het aandeel mbo’ers dat een technische opleiding volgt niet. Het aantal studenten aan Utrechtse hbo-instellingen daalde het afgelopen jaar, terwijl dat aan de Universiteit Utrecht al een aantal jaren op rij toeneemt.

Kerncijfers

 2016/20172017/20182018/20192019/2020
aantal leerlingen Utrechts bo/vo 

45.293

46.09846.95148.031
waarvan basisonderwijs (bo)29.83930.04930.24530.184
waarvan speciaal basisonderwijs (sbo)534554606652
waarvan voortgezet onderwijs (vo)13.86414.42315.01816.053
waarvan (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so)1.0561.0721.0821.142
% basisschoolleerlingen met risico op taalachterstand*---18
% vo-leerlingen uit Utrecht in Utrecht op school69707273
% vo-leerlingen uit Utrecht buiten Utrecht op school31302827
% vo-leerlingen op Utrechtse school, afkomstig van buiten Utrecht19181818
aantal Utrechters dat mbo volgt6.5966.6747.048**7.090**
aantal studenten aan mbo-instelling met als hoofdvestiging Utrecht***24.90025.80027.00027.500
aantal studenten aan Utrechtse hbo-instelling***37.20037.00037.00036.800
aantal studenten aan Utrechtse wo-instelling***30.50031.00032.00032.500

* Trendbreuk vanwege veranderde methodiek van het Rijk.
** Voorlopige cijfers.
*** Benaderingscijfers (afgerond op honderdtallen).
Bron: DUO (aantallen leerlingen/studenten); CBS (mbo’ers uit Utrecht); gemeente Utrecht (studenten op Utrechts mbo, herkomst vo-leerlingen).

Aantal leerlingen op Utrechtse scholen blijft groeien

Het aantal leerlingen in het Utrechtse basis- en voortgezet onderwijs blijft groeien, met een gemiddeld groeipercentage van circa 2%. Ook in schooljaar 2019/’20 is de sterkste groei te zien binnen het speciaal basisonderwijs (+8%), gevolgd door het voortgezet onderwijs (+7%). Het aantal leerlingen in het speciaal voortgezet onderwijs groeide met bijna 6%. Voor het eerst in jaren daalde de populatie leerlingen in het (gewone) basisonderwijs. Deze afname is overigens zeer gering. Wat betreft het totaal aantal leerlingen op Utrechtse scholen voor basis- en voortgezet onderwijs is de verwachting dat dit aantal de komende jaren verder zal toenemen. De uitdaging hierbij is of Utrecht het groeiende lerarentekort, zoals dat momenteel ook in andere steden is te zien, kan bedwingen.

18% basisschoolleerlingen heeft risico op taalachterstand

In Utrecht heeft 18% van de Utrechtse basisschoolleerlingen een risico op taalachterstand. De wijken Overvecht, Noordwest en Zuidwest hebben een hogere score dan gemiddeld in Utrecht. Door een veranderde methodiek van het Rijk kunnen we geen vergelijking maken met voorgaande jaren. Met ingang van schooljaar 2019/2020 gebruikt OCW namelijk een nieuwe indicator, die eerder is ontwikkeld door het CBS. Met deze indicator worden onderwijsscores berekend per basisschoolleerling en vervolgens opgeteld tot een achterstandsscore per gemeente. Deze score is voor Utrecht lager dan in de andere grote steden. In Rotterdam heeft 32% van de basisschoolleerlingen een risico op taalachterstand, in Den Haag 28% en in Amsterdam 26%.

Aandeel Utrechtse VO-leerlingen op school buiten Utrecht daalt

Leerlingen kunnen binnen de gemeente Utrecht kiezen tussen 19 scholen voor voortgezet onderwijs, variërend van praktijkonderwijs tot gymnasium en vijf scholen voor speciaal voortgezet onderwijs. Van alle Utrechtse leerlingen volgt bijna driekwart (73%) voortgezet onderwijs in Utrecht en ruim een kwart (27%) buiten Utrecht. Het aandeel Utrechtse leerlingen dat voortgezet onderwijs buiten de gemeente Utrecht volgt neemt de laatste jaren af (in 2014/’15 was dit nog 32%). Deze leerlingen bezoeken met name scholen in Stichtse Vecht, Woerden, De Bilt, Zeist en Nieuwegein. Het zijn vooral leerlingen uit de wijk Vleuten-De Meern die een school buiten de gemeentegrenzen bezoeken; 36% van de vo-leerlingen uit deze wijk gaan naar een middelbare school buiten Utrecht. Op afstand volgen de wijken Noordoost (16%) en Leidsche Rijn (14%). Omgekeerd is 18% van de leerlingen op Utrechtse VO-scholen woonachtig buiten Utrecht. De afgelopen drie jaar is dit aandeel stabiel gebleven.

70% Utrechtse scholen neemt deel aan Vreedzame Basisschool

Zeven op de tien Utrechtse basisscholen (70%) neemt deel aan het programma De Vreedzame School. Procentueel is dit een afname ten opzichte van schooljaar 2018/’19, toen nog 74% een Vreedzame school was, maar absoluut gezien is het aantal Vreedzame scholen gelijk gebleven (62 scholen). Ook kent Utrecht twee Vreedzame Scholen voor voortgezet onderwijs, dit aantal is ongewijzigd. Net als bij andere scholen is het programma Vreedzame School gericht op het voorbereiden van kinderen op deelname aan de democratische samenleving. Een Vreedzame school onderscheidt zich door drie principes centraal te stellen: het leveren van een bijdrage aan de gemeenschap, open staan voor verschillen tussen mensen en op een vreedzame wijze kwesties oplossen. Vreedzame Scholen verbreden zich in toenemende mate tot Vreedzame Wijken, waarbij wordt gestreefd naar een samenhangende pedagogische aanpak van alle opvoeders (ouders, docenten en andere pedagogische professionals of vrijwilligers).

Bereik Brede Scholen opnieuw toegenomen

In oktober 2019 kent Utrecht 11 Brede Scholen in het basisonderwijs, met in totaal 50 samenwerkende scholen. Daarvan zijn er 38 deelnemende scholen en nog eens 12 (losse) scholen die meedoen aan de brede schoolactiviteiten. Een brede school  is een samenwerking van een of meerdere scholen met partners in de wijk, zoals welzijnspartners, kinderopvang, sport en cultuur. Het doel is ervoor te zorgen dat leerlingen kansen krijgen om hun talenten optimaal te ontwikkelen en goed op te groeien, zowel op school als in de vrije tijd. Na een daling in schooljaar 2018/19 zien we nu weer een kleine toename in het bereik van de Brede Scholen in het basisonderwijs; het bereik steeg met 1% naar 11.230 leerlingen. Het voortgezet onderwijs in Utrecht kent vanaf oktober 2019 één Brede school minder, maar het totale bereik nam toe met ruim 2% tot 7.170 leerlingen.

Aantal Utrechtse mbo’ers groeit, sectoren zorg en economie populair

In 2019/’20 volgen 7.090 Utrechters een mbo-opleiding. Het aantal Utrechtse mbo-studenten neemt al een aantal jaren op rij toe, hoewel de stijging in 2019 gering is (0,6%). De meeste Utrechtse mbo’ers volgen een opleiding in de sector economie (35%) of zorg en welzijn (35%). De afgelopen jaren is het aandeel Utrechtse mbo-studenten in de sector economie gedaald (van 39% in 2015/'16 naar 35% in 2019/'20) en het aandeel in de sector zorg en welzijn toegenomen (van 31% in 2015/'16 naar 35% in 2019/'20). Het aandeel Utrechtse mbo-studenten dat een technische opleiding volgt daalde een aantal jaren op rij (van 25% in 2015/'16 naar 21% in 2018/'19), maar die afname heeft zich in schooljaar 2019/'20 niet doorgezet (22%). Onderzoek van het UWV (maart 2019) laat zien dat gediplomeerden van de beroepsopleidende leerweg Operationele techniek (bol4) de beste arbeidsmarktpositie hebben, gevolgd door Verpleging & verzorging en Scheepvaart (beide bol4).

 Overige cijfers

 2016/20172017/20182018/20192019/2020
% Vreedzame Basisscholen73747470
aantal Vreedzame Scholen voor voortgezet onderwijs2222
aantal Brede Scholen basisonderwijs12121111
waarbinnen aantal deelnemende scholen40403838
waarbinnen aantal samenwerkende scholen10101212
aantal Brede Scholen voortgezet onderwijs1010109
bereik Brede Scholen* basisonderwijs11.70011.70011.20011.230
bereik Brede Scholen* voortgezet onderwijs5.3636.0307.0087.170

* Aantal kinderen waarvoor brede scholen subsidie krijgen (per kalenderjaar – 2018/2019 geldt als kalenderjaar 2018).
Bron: DUO; Jeugd, Zorg en Veiligheid, gemeente Utrecht; Onderwijs, gemeente Utrecht

De arbeidsmarktpositie van MBO-schoolverlaters

Volgens De staat van het onderwijs 2019 sluiten de vraag naar arbeidskrachten en het aanbod van mbo’ers niet altijd op elkaar aan. Vooral in de sector techniek is de vraag groter dan het aanbod en in een aantal andere sectoren is dat precies andersom. Bovendien ontwikkelen beroepen zich inhoudelijk snel, sommige beroepen zullen in de toekomst zelfs niet meer bestaan. Voor studenten is het lastig dat het onderwijs soms achterloopt op de ontwikkelingen in een beroep. In de techniek en de zorg zijn er veel initiatieven om de samenwerking tussen het onderwijs en het werkveld in de regio te versterken.

Uit ‘De arbeidsmarktpositie van mbo-schoolverlaters vergeleken’, een rapport van het UWV (maart 2019),  blijkt dat er grote verschillen zijn tussen de arbeidsmarktposities van gediplomeerden van de bedrijfsopleidende leerwegen (bol3 en bol4). Gediplomeerden van bol4 Operationele techniek hebben de beste arbeidsmarktpositie, gevold door bol4 Verpleging en verzorging en bol4 Scheepvaart. Gediplomeerden van bol3 Bedrijfsadministratief hebben de minst goede arbeidsmarktpositie, gevolgd door bol3 Groothandel/distributie en bol3 Automatisering.

Meer MBO’ers, minder HBO’ers

In Utrecht kunnen jongeren vervolgonderwijs volgen op middelbaar, hoger en universitair niveau. Het aantal studenten aan een Utrechtse mbo is het afgelopen jaar minder hard gestegen dan het jaar ervoor, namelijk met bijna 2% naar circa 27.500 Leerlingen. Deze studenten kunnen in totaal bijna 900 verschillende opleidingen volgen. Het aantal studenten aan Utrechtse hbo-instellingen daalt al een aantal jaren op rij, in 2019 meer dan het jaar ervoor (minus 180 studenten). Het aantal studenten aan de Universiteit Utrecht laat de afgelopen jaren een toename zien, met in 2019 een groei van 565 studenten.

Volgens de Staat van het Onderwijs 2019 (OCW) is de verwachting dat het totaal aantal mbo-studenten na 2020 gaat dalen. De verwachte afname wordt niet alleen veroorzaakt doordat minder leerlingen naar het vmbo gaan, maar ook omdat de populatie jongeren kleiner wordt. Regionaal zijn er grote verschillen in het verwachte aantal 17 tot 25-jarigen. Rond de grote steden blijft het aantal jongeren stabiel of licht stijgen.