Samenvatting

Steeds meer basisscholen stappen over van de Centrale Eindtoets (CET) naar alternatieve eindtoetsen, zoals de IEP-toets. Vanwege het dalende aantal deelnemers aan de CET wordt het moeilijk om scores door de jaren heen met elkaar te vergelijken. Sinds begin 2019 telt Utrecht twee excellente scholen; één basisschool en één VO-school. De onderwijsinspectie heeft in 2019 een nieuwe Utrechtse basisschool als zwak geclassificeerd, waardoor het totaal aantal nu op twee uitkomt. Het aantal zwakke afdelingen in het voorgezet onderwijs is van nul naar drie gegaan. Het betreft hier afdelingen van één school. De tevredenheid van de Utrechters over het basisonderwijs in de buurt schommelt de afgelopen jaren rond de 65%.

Kerncijfers

 2016/20172017/20182018/20192019/2020
% 17 t/m 22-jarigen met startkwalificatie of schoolinschrijving194949494
% voortijdig schoolverlaters2,12,32,32-
aantal zwakke basisscholen30012
aantal zwakke afdelingen voortgezet onderwijs31003
aantal scholen met inspectieoordeel "goed"---4
aantal scholen met predicaat excellent33332
% inwoners dat tevreden is met het basisonderwijs in de buurt464676466
% inwoners dat tevreden is met het voortgezet onderwijs in de stad460605959

1 Peildatum 1 januari.
2 Voorlopig cijfer.
3 Per kalenderjaar, 2018/2019 is kalenderjaar 2018.
4 Tevredenheid wordt gemeten o.b.v. het aantal inwoners dat een oordeel geeft (tevreden, ontevreden, neutraal). De categorie “weet niet” is hierbij buiten beschouwing gelaten. Bij tevredenheid met het bo is het percentage “weet niet” ruim 50% en bij tevredenheid met het vo 40%.
Bron: DUO; Onderwijsinspectie; Onderwijs, gemeente Utrecht; Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Centrale Eindtoets ook in Utrecht minder populair

De Centrale Eindtoets (CET) staat onder druk, omdat het aantal deelnemers daalt en de populariteit van andere toetsen toeneemt. Sinds schooljaar 2014/2015 kunnen basisscholen kiezen voor andere eindtoetsen dan de CET, zoals de ICE Eindevaluatie Primair onderwijs (of IEP)-toets, de Route 8-toets, de Dia-eindtoets en de AMN Eindtoets. Uiteenlopende leerlingpopulaties maken dus verschillende toetsen, waardoor verschillen in normering ontstaan. Volgens de Inspectie voor het Onderwijs ontbreken hierdoor geschikte data om zicht te houden op het onderwijsniveau van basisscholen (De Staat van het Onderwijs, april 2019). Ook in Utrecht zien we dat de CET minder afgenomen wordt. In 2019 nam 58% van de Utrechtse leerlingen in groep 8 deel aan de CET, vorig jaar nog 67%. De deelname aan de IEP-toets groeide in 2019 van 22% naar 25% en die aan de Route 8 toets van 6% naar 9%. De deelname aan de andere toetsen is nog gering. Vanwege het dalende aantal deelnemers aan de CET, wordt het moeilijk om scores door de jaren heen met elkaar te vergelijken. Vandaar dat we de eindscores niet meer opnemen in de kerncijfertabel. De eindtoets van 2019/2020 is overigens komen te vervallen in verband met de crisis die is ontstaan na de uitbraak van het Coronavirus. De prioriteit in het primair onderwijs lag daardoor meer bij de opvang van leerlingen en bij de organisatie van onderwijs op afstand.

Percentage Utrechtse jongeren met startkwalificatie stabiel op 94%

Van de Utrechtse jongeren in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar beschikt 94% in 2019 over een startkwalificatie of zit nog op school om deze te behalen. Dit cijfer is al jaren op rij stabiel. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of een diploma van het mbo (niveau twee of hoger). Met een startkwalificatie hebben jongeren meer kans op de arbeidsmarkt. In het schooljaar 2018/’19 ging ruim 2,32% van de jongeren van school vóór het behalen van een startkwalificatie. Het (voorlopige) aandeel voortijdig schoolverlaters lijkt vooralsnog een zeer geringe afname ten opzichte van 2017/’18 (2,34%). Het percentage in Utrecht ligt lager dan in andere grote steden (Den haag 2,76%, Amsterdam 2,92% en Rotterdam 3,19%), maar hoger dan landelijk (2,01%).

Aantal zwakke basisscholen en zwakke vo-afdelingen neemt toe

In 2019 telde Utrecht twee zwakke basisscholen, één meer dan in 2018. Het aantal zwakke afdelingen in het voorgezet onderwijs stond twee jaar lang op nul, maar is in 2019 gegroeid naar drie. Het betreft hier afdelingen van één school, waarbij de betreffende afdelingen als ‘zeer zwak’ zijn beoordeeld. Tot voor kort was het oordeel ‘voldoende’  het hoogst haalbare oordeel van de inspectie. Sinds 2019 is daar het oordeel ‘goed’ aan toegevoegd, voor scholen die duidelijk beter presteren dan ‘voldoende’. In 2019 beoordeelde de inspectie vijf Utrechtse scholen als ‘goed’: OBS Overvecht (met vier locaties), OBS De Kleine Dichter, OBS De Panda, OBS Tuindorp en de Utrechtse Schoolvereniging. Verder is er één school voor voorgezet onderwijs als ‘goed’ beoordeeld: het Utrechts Stedelijk gymnasium. In 2019 telt Utrecht twee excellente scholen: OBS Overvecht en Utrechts Stedelijk Gymnasium. Alleen scholen die zichzelf aanmelden en die als ‘goed’ beoordeeld zijn door de inspectie komen in aanmerking voor dit predicaat. Het predicaat geldt voor drie jaar.

Merendeel Utrechters tevreden over aanbod onderwijs

De tevredenheid van de Utrechters over het basisonderwijs in de buurt schommelt de afgelopen jaren rond de 65%. De tevredenheid is het hoogst in Leidsche Rijn, gevolgd door Vleuten-De Meern, Noordoost en West. De tevredenheid met het voortgezet onderwijs in de stad schommelt door de jaren rond de 60% en varieert in 2019 van 52% in Noordwest tot 66% in Oost.

PISA-onderzoek 2018: schoolprestaties 15-jarigen zakken steeds verder weg, leesvaardigheid daalt tot onder gemiddelde deelnemende Oeso-landen

Het Programme for International Student Assessment (PISA) is een driejaarlijks internationaal onderzoek waarin de prestaties van 15-jarigen worden gemeten. In 2018 namen bijna 5.000 Nederlandse leerlingen deel aan dit onderzoek. PISA toetst de algemene kennis en vaardigheden op drie domeinen: wiskunde, lezen en natuurwetenschappen. Uit het onderzoek blijkt dat Nederland de 26e plaats inneemt op de OESO ranglijst, elf plaatsen lager dan in 2015. Het niveau van wiskunde en natuurwetenschappen bleef stabiel, maar het niveau van leesvaardigheid is in Nederland achteruitgegaan ten opzichte van 2015. Drie jaar eerder was het juist andersom. Dit betekent dat ten opzichte van 2012 de niveaus van leesvaardigheid, wiskunde en natuurwetenschappen van de Nederlandse leerlingen achteruit is gegaan.

Bronnen: Onderwijs in cijfers 2019 en Resultaten PISA-2018 in vogelvlucht, Universiteit Twente, 2019.