Samenvatting

Een stabiel aandeel Utrechters is gelukkig en tevreden met zijn of haar leven. Een op de zeven Utrechters ontvangt vanwege gezondheidsproblemen informele hulp, bijvoorbeeld in de huishouding of bij geldzaken en de administratie.

Kerncijfers

 2016201720182019
score persoonlijk welbevinden17,77,77,77,7
% (zeer) eens met: ik ben tevreden met mijn leven86888886
% (zeer) eens met: ik ben gelukkig81828282
score zelf-organiserend vermogen2---7,1
score veerkracht3--7,87,7
% inwoners dat vanwege gezondheidsproblemen informele hulp ontvangt (van partner/familie, vrienden, buurtbewoners of een vrijwilliger(sorganisatie)4---14
% inwoners dat niet zelf hulp regelt als dat nodig is4---7
% inwoners dat intensieve mantelzorg verleent59-11-

1 Score persoonlijk welbevinden is tot stand gekomen op basis van de volgende stellingen: ik ben tevreden met mijn leven en ik ben gelukkig.
2 Zelf-organiserend vermogen is berekend op basis van drie aspecten: of iemand zelf hulp regelt als dat nodig is, vrienden, familie of kennissen om hulp vraagt en zich weet te redden in moeilijke tijden.
3 Veerkracht is berekend op basis van drie aspecten: of iemand weer doorgaat als het even tegenzit, opziet tegen veranderingen en snel van slag raakt als iets tegenzit. 
4 In verband met een veranderende vraagstelling, is het cijfer van 2019 niet vergelijkbaar met cijfers uit voorgaande jaren.
5 Deze indicator komt uit de Gezondheidspeiling en kent een andere basis, namelijk inwoners vanaf 19 jaar.
Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht; Gezondheidspeiling, gemeente Utrecht

Persoonlijk welbevinden Utrechters al jaren stabiel

86% van de Utrechters van 16 jaar en ouder geeft aan tevreden te zijn met zijn of haar leven en 82% zegt gelukkig te zijn. Beide gegevens zijn al jaren stabiel. Op basis van deze indicatoren is de score persoonlijk welbevinden tot stand gekomen, een cijfer dat al jaren op een 7,7 uitkomt. De score persoonlijk welbevinden ligt voor de 55 tot en met 64-jarigen en voor de groep 65+ iets lager (7,3) dan het Utrechts gemiddelde, voor de Utrechters met een jongere leeftijd ligt dat hoger.

Een op de tien Utrechters ervaart ernstige eenzaamheid

Uit de Gezondheidspeiling 2018 blijkt dat 10% van de Utrechters van 19 jaar en ouder ernstige eenzaamheid ervaart. Bij het meten van eenzaamheid wordt onderscheid gemaakt tussen sociale eenzaamheid (gemis aan mensen om je heen) en emotionele eenzaamheid (een gemis aan een intieme en hechte emotionele relatie). Ernstige eenzaamheid komt vaker voor bij Utrechters die een lager opleidingsniveau hebben, deel uitmaken van een eenoudergezin, alleen wonen of een niet-westerse migratie-achtergrond hebben. Daarnaast is de groep 40- tot 54-jarigen en Utrechters van 80 jaar of ouder vaker ernstig eenzaam. De wijk Overvecht kent een hoger aandeel Utrechters die ernstige eenzaamheid ervaart (17%) dan gemiddeld in de stad. Voor de wijken Oost (7%) en Vleuten-De Meern (5%) is dit aandeel juist lager.

Zelf-organiserend vermogen en veerkracht

Op basis van een aantal stellingen is in kaart gebracht in welke mate Utrechters een zelf-organiserend vermogen hebben. Dit is van toepassing wanneer iemand gemakkelijk zelf hulp regelt en organiseert wanneer dat nodig is of zijn netwerk daarvoor in kan schakelen. Daarnaast is gekeken of iemand zich weet te redden in moeilijke tijden. De andere score betreft veerkracht en omvat de mate waarin iemand weer doorgaat als het tegenzit, van slag raakt van tegenslag of onduidelijkheden of opziet tegen veranderingen. Voor beide scores (met een schaal van 1 tot 10) geldt dat een hogere score ofwel een sterker zelf-organiserend vermogen dan wel een hogere mate van veerkracht betekent.

Verschillen naar leeftijd en wijk in mate van zelf-organiserend vermogen en veerkracht

Utrechters hebben een gemiddelde score van 7,1 voor het zelf-organiserend vermogen. Vergeleken met het stadsgemiddelde scoren inwoners uit Overvecht (6,3) Zuid (7,0) en Zuidwest (6,8) gemiddeld lager en de Binnenstad (7,6) hoger. Naarmate de leeftijd toeneemt, neemt de mate van zelf-organiserend vermogen af. De mate van veerkracht kent juist een andere verdeling naar leeftijd: hier scoort juist de jongere leeftijdsgroep (16 tot en met 29 jaar) lager dan gemiddeld (7,5 versus 7,7). De groep 30 tot en met 54-jarigen en 55 tot en met 64-jarige scoren met een 7,8 en 7,9 gemiddeld hoger. Hier geldt voor de wijk Overvecht (7,2) een lagere score voor veerkracht en voor Noordoost (8,0), Binnenstad (8,0) en Vleuten-De Meern (7,9) een hogere score dan gemiddeld.

Meetellen

In een peiling van Meetellen in Utrecht is ook onderzoek gedaan naar de mate waarin men zichzelf kan redden. Meetellen in Utrecht is een panel voor mensen in een kwetsbare positie in de stad. Dit zijn bijvoorbeeld mensen met psychiatrische problemen, een verslaving of mensen die dakloos (geweest) zijn. 78% van de panelleden vindt dat ze zichzelf op dit moment goed kunnen redden. Veel van hen krijgen hulp in het dagelijks leven. Deze hulp op een bepaald leefgebied, zoals financiën is soms nodig, zodat ze zich kunnen blijven redden op andere gebieden. Uit interviews met sociaal kwetsbare Utrechters blijkt dat als zij regie houden over hun leven en zelf hulp inschakelen als dat nodig is, dit hun gevoel van zelfredzaamheid kan versterken. Tweederde van de sociaal kwetsbare Utrechters heeft voldoende mensen om zich heen en vraagt ze ook om hulp.

14% van de Utrechters ontvangt informele hulp vanwege gezondheidsproblemen

In 2019 is gevraagd in hoeverre inwoners hulp krijgen vanwege gezondheidsproblemen van mensen om hun heen (informele hulp) of van betaalde hulporganisaties. 14% van de Utrechters ontvangt vanwege gezondheidsproblemen informele hulp, bijvoorbeeld van partner/familie, vrienden, buurtbewoners of een vrijwilliger(sorganisatie). Een op de tien Utrechters ontvangt vanwege gezondheidsproblemen informele (niet-betaalde) hulp in de huishouding, bijvoorbeeld met boodschappen doen of schoonmaken. Voor alle categorieën geldt dat inwoners meer hulp krijgen uit hun informele netwerk (partner, kinderen, familie, vrienden, buurtbewoners of vrijwilligers) dan van formele (betaalde) hulporganisaties. Uit de Gezondheidspeiling 2018 blijkt dat het aandeel inwoners van 19 jaar en ouder dat intensieve mantelzorg verleent stabiel blijft ten opzichte van voorgaande jaren (11%).

Potentieel informeel netwerk in kaart gebracht

Om inzichtelijk te maken wat het potentieel vangnet is van inwoners van de stad, is een vraag voorgelegd bij wie men terecht zou kunnen voor bepaalde vormen van hulp, zoals hulp bij klusjes in en om het huis, hulp in de huishouding of advies over geldzaken. Over het algemeen kunnen mensen het vaakst terecht bij hun partner, gezin of familie, gevolgd door vrienden en/of kennissen. Er zijn verschillen waarneembaar wie men in kan schakelen voor specifieke vormen van hulp. Zo zouden buren of buurtbewoners vaker ingeschakeld kunnen worden voor het geven van water aan de planten of het verzorgen van huisdieren en voor klusjes in en om het huis, dan voor het lenen van geld of advies over geldzaken. Een klein deel van de inwoners geeft aan bij niemand terecht te kunnen voor bepaalde vormen van onbetaalde hulp. Bijna een kwart zou nooit hulp vragen voor het lenen van geld voor noodzakelijke uitgaven zoals eten, drinken of kleding.

Aandeel inwoners dat vanwege gezondheidsproblemen informele hulp ontvang (van partner/familie, vrienden, buurtbewoners of vrijwilligers(organisatie))*

 2016201720182019
bij hulp in de huishouding (boodschappen, schoonmaken)---10
bij het klaarmaken van warme maaltijden---8
bij persoonlijke verzorging (wassen, aankleden)---5
bij medische verzorging ---6
bij vervoer en/of begeleiding bij bezoeken (arts, kapper)---7
bij regelen van geldzaken en/of administratie ---8

* In verband met een veranderende vraagstelling, is het cijfer van 2019 niet vergelijkbaar met cijfers uit voorgaande jaren.

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Aandeel inwoners dat vanwege gezondheidsproblemen formele hulp ontvangt (van betaalde hulp of organisatie)*

 2016201720182019
bij hulp in de huishouding (boodschappen, schoonmaken)---3
bij het klaarmaken van warme maaltijden---0
bij persoonlijke verzorging (wassen, aankleden)---1
bij medische verzorging ---3
bij vervoer en/of begeleiding bij bezoeken (arts, kapper)---1
bij regelen van geldzaken en/of administratie ---2

* In verband met een veranderende vraagstelling, is het cijfer van 2019 niet vergelijkbaar met cijfers uit voorgaande jaren.

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht