Samenvatting

Het aandeel peuters met een risico op taalachterstand dat in 2019 voorschoolse educatie volgt daalde van 89% naar 82%. Het aantal Utrechtse kinderen dat naar een kinderdagverblijf ging, steeg fors in 2018. Jonge kinderen uit de wijken Noordoost en Oost bezoeken relatief het vaakst een kinderdagverblijf en kinderen uit de wijk Overvecht relatief het minst. De tevredenheid van Utrechters over de kinderopvang in hun buurt schommelt door de jaren heen rond de 60%.

 Kerncijfers

 2016201720182019
% 2,5–4 jarigen dat geplaatst is op een peuterspeelzaal (psz)36353532
% 2,5–4 jarigen dat geplaatst is op een peuterspeelzaal (psz) zonder VVE-indicatie16151514
% 2,5–4 jarigen dat geplaatst is op een peuterspeelzaal (psz) met VVE-indicatie20212019
% peuters met risico op taalachterstand dat voorschool bezoekt (per december)*91898982
aantal kinderen (0-3 jaar) dat naar kinderdagverblijf gaat11.43011.55012.280-
aantal kinderen (4-11 jaar) dat naar buitenschoolse opvang gaat12.25012.93013.670-
% kinderen (0-3 jaar) dat naar kinderdagverblijf gaat626469-
% kinderen (4-11 jaar) dat naar buitenschoolse opvang gaat404143-
totaal % kinderen (0-11 jaar) in formele opvang (kdv, bso en gastouderopvang, excl. psz)474951-
% inwoners dat tevreden is over kinderopvang (kdv, psz, bso) in hun buurt**57635858

* Percentage berekend als daadwerkelijk aantal peuters dat voorschool bezoekt, als percentage van  totaal aantal geïndiceerde peuters (door JGZ).
** Tevredenheid wordt gemeten o.b.v. het aantal inwoners dat een oordeel geeft (tevreden, ontevreden, neutraal). De categorie “weet niet” is hierbij buiten beschouwing gelaten. Bij tevredenheid met kinderopvang is het percentage “weet niet” ruim 57%.
Bron: JGZ (cijfers VVE); CBS (cijfers kinderopvang); Inwonersenquête, gemeente Utrecht (cijfer tevredenheid).

Aandeel Utrechtse peuters dat peuterspeelzaal bezoekt daalt

Van de Utrechtse peuters (2,5–4 jaar) heeft 32% een plaats op de peuterspeelzaal in 2019, wat minder is dan het jaar ervoor. Peuterspeelzalen in Utrecht werken gemengd, met zowel peuterspeelzaalplaatsen als VE-plaatsen (voorschoolse educatie voor kinderen die extra taalondersteuning nodig hebben). Circa één op de vijf Utrechtse peuters (19%) heeft een geïndiceerde VE-plaats en 14% bezoekt de peuterspeelzaal zonder VE-indicatie. Het percentage peuters met een risico op taalachterstand dat met VE bereikt wordt, nam sinds 2012 toe van 70% tot ongeveer 90% in 2018. In 2019 liet het bereik plotseling een afname zien. Het dalend bereik valt samen met een aangekondigde verandering in het aanbod van VE. Halverwege 2019 werd namelijk bekend dat het VE-aanbod in Utrecht per 1 januari 2020 verandert: het aanbod wordt overgenomen door vijf organisaties in de kinderopvang, de eigen bijdrage van ouders neemt toe en het aantal VE-uren gaat omhoog (dit laatste per augustus 2020). Het bedrag dat ouders gaan betalen wordt bovendien inkomensafhankelijk. Dit is een ontwikkeling die landelijk gezien al eerder is ingezet, als gevolg van de Wet Harmonisatie Kinderopvang.

Forse toename 0-3 jarigen dat naar kinderopvang gaat

Het aantal Utrechtse 0-3 jarigen dat in 2018 naar de formele kinderdagopvang gaat laat een flinke toename zien van ruim 700 kinderen, terwijl het totale aantal 0-3 jarigen in Utrecht juist afneemt. Het aandeel 0-3 jarigen stijgt van 64% naar 69%. Binnen de G4 is deze ontwikkeling vergelijkbaar met Rotterdam. In Amsterdam en Den Haag is groei in opvang nog groter. Ook het aantal kinderen dat de BSO bezoekt neemt toe, zij het niet zo opvallend als de dagopvang. Het aandeel 4-11 jarigen dat een (formele) buitenschoolse opvang bezoekt stijgt in 2018 van 41% naar 43%.

Naar wijken bezien geldt de toename in kinderdagopvang voor bijna elke wijk. Ook in de wijk Overvecht, waar traditioneel gezien het laagste percentage kinderdagopvang is, is een toename waar te nemen (van 16% naar 22%). Toch blijven de verschillen tussen de diverse Utrechtse wijken in het gebruik van kinderopvang zichtbaar. Nog steeds bezoeken jonge kinderen uit de wijken Noordoost en Oost relatief het vaakst een kinderdagverblijf (respectievelijk 92% en 84%). Ook het aandeel kinderen dat naar de BSO gaat groeit in bijna elke wijk. Voor de buitenschoolse opvang geldt dat vooral kinderen uit Noordoost en West een BSO bezoeken (respectievelijk 64% en 58%). Kinderen uit de wijk Overvecht maken relatief gezien het minst gebruik van BSO, hoewel het aandeel groeide van 7% naar 9%. De tevredenheid van Utrechters over de kinderopvang in hun buurt (kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang) schommelt door de jaren heen rond de 60%. Dit blijkt uit de Inwonersenquête. In 2018 bleef de tevredenheid stabiel op 58%. De tevredenheid is het hoogst in de wijken Vleuten-De Meern, Leidsche Rijn en Oost(circa 65% is tevreden).

Start nieuwbouwpilots integrale kindcentra in Utrecht

In het coalitieakkoord is opgenomen dat de gemeente Utrecht de totstandkoming van integrale kindcentra in de stad faciliteert en stimuleert. Eerder, in december 2017, had het Utrechts college al de visie “Het Kind Centraal” vastgesteld, met als doel de samenwerking tussen school, kinderopvang en VE te stimuleren. Binnen een integraal kindcentrum werken de partners intensief samen aan de toekomst van het kind, waarbij een gezamenlijke visie één van de uitgangspunten is. Het doel is om kinderen van 0-13 jaar zo goed mogelijk te ondersteunen via een ononderbroken ontwikkelingslijn en pedagogische begeleiding. Een IKC kan op verschillende manieren gehuisvest zijn. Zo kunnen de partners in één gebouw zijn gevestigd, maar ze kunnen ook elk vanuit een eigen pand opereren. Om met deze verschillende huisvestingsmogelijkheden te experimenteren, zijn in 2018 op een aantal nieuwbouwlocaties in Utrecht pilots voor integrale kindcentra gestart: in Leidsche Rijn (Leeuwesteyn, Rijnvliet) en in Vleuten-De Meern (Haarrijn en Haarzicht). De ervaringen uit deze pilots, samen met een onlangs uitgevoerde evaluatie, vormen input voor het huisvestingsbeleid voor integrale kindcentra en input voor beleid ten behoeve van de ontwikkeling van het (jonge) kind en doorgaande leerlijnen.