Gevoel voor Utrecht
Samenvatting
Steeds meer Utrechters maken zich zorgen over de toekomst van Nederland. Over de toekomst van hun stad zijn zij minder somber. In wijken als Vleuten-De Meern en Overvecht maken inwoners zich het meest zorgen. In Oost en Noordoost zijn mensen juist vaker optimistisch. Tegelijkertijd blijft de trots op Utrecht groot: 78% van de inwoners is trots op de stad. Jongeren zijn vaker trots dan ouderen. Ook vinden veel inwoners het belangrijk dat de gemeente zich inzet voor mensenrechten, maar slechts een klein deel vindt dat de gemeente daar nu genoeg aan doet.
In het kort
- Bijna drie op de tien inwoners is niet hoopvol over Utrechts toekomst
- Toekomst van Nederland baart inwoners steeds meer zorgen
- Grote verschillen in zorgen over de toekomst naar kenmerken
- SCP: 59% vindt dat het de verkeerde kant opgaat met Nederland
- Veel Utrechters blijven trots op hun stad
- Inwoners vinden inzet voor mensenrechten belangrijk
| 2015 | 2019 | 2021 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| % inwoners dat het moeilijk vindt om hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht | - | 20 | 28 | 29 | - | 29 |
| % inwoners dat het moeilijk vindt om hoopvol te zijn over de toekomst van Nederland | - | 27 | 40 | 43 | - | 49 |
| % trots op de stad Utrecht | - | - | - | 77 | - | 78 |
De Inwonersenquête houden we elke twee jaar. Dit jaar zijn nieuwe cijfers over 2025 beschikbaar.
Bijna drie op de tien inwoners is niet hoopvol over Utrechts toekomst
Uit de cijfers van de Inwonersenquête blijkt dat het aandeel inwoners dat het moeilijk vindt om hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht de afgelopen jaren stabiel is gebleven. In 2025 gaf 29% van de inwoners dit aan. Bij de vorige meting in 2023 was dit ook 29%. In 2019 was dit aandeel nog 20%. Het gebrek aan hoop over de toekomst van Utrecht groeide sterk tussen 2019 en 2021 en sindsdien relatief stabiel is gebleven.
Toekomst van Nederland baart inwoners steeds meer zorgen
Als het gaat over de toekomst van Nederland dan is sprake van toenemende zorgen. In 2019 vond 27% van de inwoners het nog moeilijk om hoopvol te zijn over de toekomst van Nederland. Dit percentage steeg fors naar 40% in 2021 en 43% in 2023. In 2025 bereikt het pessimisme bijna de helft van de inwoners (49%). De bezorgdheid over de toekomst van het land is daarmee niet alleen groter dan die over Utrecht, maar groeit ook sterker.
Grote verschillen in zorgen over de toekomst naar kenmerken
Binnen Utrecht verschilt het aandeel inwoners die het moeilijk vinden om hoopvol te zijn over de toekomst van de stad sterk. De kenmerken leeftijd, opleiding, wijk en rondkomen verklaren verreweg het meeste van de verschillen tussen de groepen als het gaat over inwoners dat het moeilijk vindt om hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht.
Vooral inwoners van 55 jaar en ouder hebben moeite om hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht
Uit de Inwonersenquête blijk dat vooral inwoners van 55 jaar en ouder meer moeite hebben om hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht dan jongeren. Meer dan vier op de tien inwoners van 55 jaar en ouder geeft dit aan. Bij jongeren is dit aandeel de helft lager. Bij inwoners van 18 t/m 29 jaar geeft 21% aan dat ze het moeilijk vinden om hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht. Ook als het gaat over de toekomst van Nederland, dan heeft de groep inwoners van 65 jaar en ouder het hoogste percentage (61%).
Helft inwoners zonder startkwalificatie niet hoopvol over toekomst van Utrecht
Bijna de helft van de inwoners (49%) zonder startkwalificatie is niet hoopvol over de toekomst van Utrecht. In iets mindere mate geldt dit ook voor inwoners die een havo-/vwo- of mbo-opleiding hebben afgerond. Van deze groep geeft 45% aan het moeilijk te vinden om hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht. Dit is een sterke toename ten opzichte van het percentage van 2023 (21%). Voor inwoners met een hbo- of wo-opleiding geeft 23% aan niet hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht. Als het gaat over de toekomst van Nederland, dan zien we ook dat hbo- en wo-opgeleiden hoopvoller zijn dan inwoners zonder startkwalificatie of met een havo/vwo of mbo opleiding.
Inwoners van Vleuten-De Meern en Overvecht zijn minst hoopvol over toekomst van Utrecht
De hoogste mate van somberheid komt naar voren in Vleuten-De Meern (42%) en Overvecht (42%). In andere wijken is dit gevoel duidelijk minder aanwezig. Vooral in Oost (18%) en Noordoost (19%) zijn de percentages lager. Wanneer inwoners wordt gevraagd naar de toekomst van Nederland, dan liggen de percentages in alle wijken hoger dan bij de vraag over Utrecht. Dit wijst erop dat zorgen over het land breder gedeeld worden dan zorgen over de stad. De somberste wijken zijn opnieuw Overvecht (53%) en Vleuten-De Meern (53%), waar meer dan de helft van de inwoners moeite heeft om hoopvol te zijn over de toekomst van Nederland. De laagste waarden worden gevonden in Oost (46%), de Binnenstad (45%), en vooral Leidsche Rijn (43%), al blijft ook daar de bezorgdheid aanzienlijk.
Inwoners die goed kunnen rondkomen zijn minder somber
Inwoners die (zeer) goed kunnen rondkomen zijn minder somber over de toekomst van Utrecht dan inwoners die (zeer) slecht kunnen rondkomen. Dezelfde trend zien we ook als het gaat over de toekomst van Nederland.
SCP: 59% vindt dat het de verkeerde kant opgaat met Nederland
Het Continu Onderzoek Burgerperspectieven 2025-3 richt zich op het thema maatschappelijk onbehagen. Uit de laatste meting blijkt dat 59% van de respondenten vindt dat het de verkeerde kant opgaat met Nederland. Bij deze vraag konden respondenten ook een toelichting geven. De open antwoorden zijn geanalyseerd vanaf de start van het onderzoek in 2008. Hieruit komt naar voren dat vier thema's steeds een belangrijke rol spelen: politiek verval, moreel verval, economisch verval en cultureel verval. In 2025 is politiek verval sterker aanwezig dan in voorgaande jaren. SCP: “Mensen zien de politiek als schuldige van de door hen waargenomen achteruitgang”. Het SCP geeft aan dat de prominente rol van politiek verval in 2025 waarschijnlijk samenhangt met de bevinding dat het vertrouwen in de politiek dat jaar laag is. Volgens het SCP is maatschappelijk onbehagen van alle tijden. Dit ontstaat wanneer negatieve gevoelens over de samenleving samengaan met persoonlijke ervaringen van onmacht. In westerse samenlevingen, die sterk geloven in continue vooruitgang, vormt het denken in termen van verval dan ook een logisch onderdeel daarvan.
Veel Utrechters blijven trots op hun stad
Bijna acht op de tien inwoners (78%) is trots op de stad Utrecht, een lichte stijging ten opzichte van 2023 (77%). Vooral in de wijken Oost, Binnenstad en Noordoost is het gevoel van trots sterk aanwezig. In Vleuten-De Meern ligt dit aandeel het laagst, maar nog altijd is bijna zeven op de tien inwoners daar trots op Utrecht. De verschillen tussen bevolkingsgroepen zijn klein, maar wel zichtbaar. Jongeren zijn vaker trots op de stad dan ouderen, en ook inwoners met een hbo of wo-opleiding geven relatief vaker aan trots te zijn dan mensen met een havo-/vwo- of mbo-opleiding. Daarnaast speelt financiële draagkracht een rol: van de inwoners die (zeer) goed kunnen rondkomen voelt 81% zich trots op Utrecht, tegenover 67% van degenen die (zeer) slecht kunnen rondkomen.
Inwoners vinden inzet voor mensenrechten belangrijk
In november 2025 kregen panelleden vijf stellingen voorgelegd over mensenrechten. De meeste panelleden vinden het belangrijk dat de gemeente zich inzet voor mensenrechten. 84% is het hiermee eens. Ook inwoners, ondernemers en organisaties in de stad moeten zich hiervoor inzetten, vindt 74%. Toch geeft slechts 27% van de panelleden aan dat de gemeente op dit moment genoeg doet voor mensenrechten. Hierbij heeft 68% van de panelleden een neutrale positie of kan hier moeilijk een waardering over geven (weet niet/geen mening). Over de stad maakt slechts 11% van de panelleden zich zorgen, terwijl er grote zorgen zijn over de situatie buiten de stadsgrenzen. Over de schending van mensenrechten in Nederland maar meer dan de helft van de panelleden (55%) zich zorgen. Lees meer over deze stelling en het onderwerp mensenrechten in de rapportage van het Bewonerspanel.