Milieu
Samenvatting
De luchtkwaliteit is tussen 2015 en 2024 sterk verbeterd, maar voldoet nog niet aan de WHO-advieswaarden. Vier op de tien inwoners ervaart vaak last van lawaai. Er zijn grote verschillen in stankoverlast in de stad. De meeste inspanningen van inwoners om energie en milieu te sparen nemen toe tussen 2023 en 2025.
In het kort
- De luchtkwaliteit is tussen 2015 en 2024 sterk verbeterd
- Grote verschillen in stankoverlast in de stad
- Er zijn drie locaties met een sterke verontreiniging van PFAS
- 39% van de inwoners ervaart vaak overlast van lawaai
- Inspanningen om energie en milieu te sparen stijgen tussen 2023 en 2025
| 2015 | 2019 | 2021 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| berekende gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) in µg/m³ | 28,5 | 25,0 | 21,1 | 18,5 | 19,9 | - |
| berekende gemiddelde concentratie fijnstof (PM10) in μg/m³ | 20,6 | 19,5 | 18,2 | 16,5 | 16,3 | - |
| berekende gemiddelde concentratie zeer fijnstof (PM2,5) in μg/m³ | 12,7 | 11,4 | 10,5 | 9,0 | 9,5 | - |
| berekende gemiddelde concentratie roet (EC) in μg/m³ | 0,9 | 0,8 | 0,3 | 0,3 | 0,3 | - |
| aantal afgeronde bodemonderzoeken | 230 | 158 | 173 | 126 | 124 | 98 |
| aantal afgeronde bodemsaneringen | 23 | 12 | 11 | 13 | 16 | 20 |
| aantal aanvragen omgevingsrapportage bodeminformatie (met overzicht bodemrapporten, via internet) | 9.754 | 9.380 | 13.675 | 7.971 | 10.280 | 12.310 |
| % inwoners dat vaak overlast van lawaai ervaart | - | 35 | 38 | 39 | - | 39 |
| % inwoners dat vaak overlast van stank ervaart | - | 16 | 16 | 15 | - | 15 |
| % inwoners dat vaak overlast van luchtverontreiniging ervaart | - | 18 | 15 | 17 | - | 16 |
De Inwonersenquête houden we elke twee jaar. Dit jaar zijn nieuwe cijfers over 2025 beschikbaar.
In deze tabel nemen we alleen definitief door het RIVM berekende gemiddelde concentraties op en geen voorlopig gecorrigeerde concentraties op basis van vorige jaren.
De luchtkwaliteit is tussen 2015 en 2024 sterk verbeterd
Voor stikstofdioxide (NO2) zijn in Utrecht het wegverkeer en mobiele werktuigen bij bouwwerkzaamheden belangrijke lokale vervuilingsbronnen. Fijnstof (PM) is voornamelijk afkomstig van consumenten (houtstook, vuurwerk en roken), wegverkeer (slijtage van banden en remvoering) en de industrie.
De berekende jaargemiddelde concentraties van stikstofdioxide, fijnstof (PM10) en het fijnere deel van fijnstof (PM2,5) zijn vanaf 2015 tussen de 20% en 30% gedaald. De concentraties roet – vooral door het toepassen van roetfilters - zelfs met meer dan 60%. Bij het vergelijken van concentraties in opeenvolgende jaren spelen niet alleen emissies (uitstoot), maar zeker ook weersomstandigheden een rol. De ontwikkeling tussen 2023 en 2024 laat een gemengd beeld zien: de berekende concentraties NO2 en PM2,5 stegen licht, terwijl die van PM10 daalde. Voor fijnstof komt dit overeen met de metingen, maar de gemeten concentraties stikstofdioxide waren zowel landelijk als in Utrecht in 2024 wel iets lager. De verschillen tussen 2023 en 2024 vallen niettemin ruim binnen de onzekerheden van metingen en rekenmodel.
De (voorlopige vastgestelde) gemeten concentraties stikstofdioxide in 2025 zijn de eerste maanden van het jaar (iets) hoger dan die in 2024 en de tweede helft van het jaar (iets) lager.
De Europese grenswaarden (voor stikstofdioxide en fijnstof) worden overal in de stad gehaald. Maar aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van 2021 voor stikstofdioxide (NO2) en het fijnere deel van fijnstof (PM2,5) voldoet Utrecht nog niet. En aan die van fijnstof (PM10) nog bijna nergens in de gemeente.
Het aantal inwonersmeldingen over houtrook is in 2025: 589, hoger dan in 2024 (498). Buitenstook met hout is vanaf 1 januari 2025 verboden.
Grote verschillen in stankoverlast in de stad
In Overvecht heeft 24% van de inwoners vaak overlast van stank, in Oost (10%), Leidsche Rijn (10%) en Vleuten-De Meern (8%) is dat veel lager. Gemiddeld over de hele stad ervaart 15% vaak stankoverlast. Het gaat hier om stank van verkeer en stank van onder andere bedrijven of rioolwaterzuivering. De ervaren stankoverlast is zowel voor Utrecht als geheel als voor de wijken in 2025 stabiel gebleven ten opzichte van 2023. 9% van de inwoners ervaart vaak stank van verkeer en ook 9% van de inwoners ervaart vaak overlast van andere stank. Overlast van verkeersstank komt het vaakst voor in West en Overvecht (14%). In Overvecht (18%) en Noordwest (15%) heeft men het vaakst last van overige stank.
Het aandeel inwoners dat vaak last heeft van luchtvervuiling is 16%. Dat is stabiel ten opzichte van 15% in 2021 en 17% in 2023. Dit is iets minder ongelijk over de stad verdeeld dan stankoverlast. Overlast van luchtvervuiling wordt het meeste ervaren in Zuid (24%) en West (20%) en het minst in Vleuten-De Meern (10%) en Leidsche Rijn (10%).
Er zijn drie locaties met een sterke verontreiniging van PFAS
Voor alle PFAS-locaties zijn saneringsplannen ingediend. PFAS is een verzamelnaam voor ruim 4.000 stoffen die niet van nature in het milieu voorkomen, maar door de mens gemaakt zijn. PFAS kunnen een negatief effect hebben op milieu en gezondheid. Utrecht heeft voor twee bekende schadelijke stoffen (PFOS en PFOA) een gemiddelde concentratie die iets hoger is dan het landelijke gemiddelde. Voor andere PFAS-stoffen komt de gemiddelde concentratie overeen met het landelijke gemiddelde.
39% van de inwoners ervaart vaak overlast van lawaai
De ervaren overlast van lawaai bleef in 2025 gelijk ten opzichte van 2023: vier op de tien inwoners ervaren dit vaak. Het betreft zowel verkeerslawaai, lawaai van bedrijven als overig lawaai. Het aandeel inwoners dat vaak overlast van verkeerslawaai ervaart is het hoogst in Overvecht (45%) en Zuidwest (38%). In de Binnenstad ervaren inwoners relatief het meeste overig lawaai (37%) en het meeste lawaai van bedrijven (15%).
In de afgelopen tien jaar is de overlast van overig lawaai gegroeid van 17% (2015) naar 23% (2025). Het vaak ervaren van overig lawaai is het meest toegenomen in Zuidwest (van 19% naar 30%) en Leidsche Rijn (van 9% naar 18%). De ervaren overlast van verkeerslawaai steeg van 23% (in 2015) naar 29% (in 2025). Deze steeg vooral in Overvecht (van 31% naar 45%) en Zuidwest (van 24% naar 38%). De vaak ervaren overlast van lawaai van bedrijven steeg minder (van 4% naar 6%).
Inspanningen om energie en milieu te sparen nemen toe tussen 2023 en 2025
Het aandeel Utrechters dat geen of minder vlees eet om het milieu te sparen is tussen 2023 en 2025 gedaald van 44% naar 42%. Het daalt daarmee iets verder. Daar staan drie positieve ontwikkelingen tegenover: meer inwoners scheiden afval, geven aan regelmatig te lopen of de fiets te pakken om het milieu te sparen, en meer inwoners kopen fairtrade en biologische producten. Het aandeel inwoners dat groente en fruit van stadslandbouw koopt of in eigen moestuin verbouwt is stabiel.
| 2015 | 2019 | 2021 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| van verkeerslawaai | 23 | 28 | 30 | 30 | - | 29 |
| van bedrijfslawaai | 4 | 5 | 6 | 6 | - | 6 |
| van overig lawaai | 17 | 18 | 22 | 24 | - | 23 |
| van stank door verkeer | 9 | 11 | 12 | 10 | - | 9 |
| van overige stank | 6 | 8 | 9 | 9 | - | 9 |
De Inwonersenquête houden we elke twee jaar. Dit jaar zijn nieuwe cijfers over 2025 beschikbaar.
| 2015 | 2019 | 2021 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| aantal bewonersmeldingen houtrook | - | 45 | 498 | 301 | 498 | 589 |