Bevolking naar groepen
Samenvatting
Utrecht is een jonge stad met veel studenten en starters. Het aandeel jonge kinderen in de stad neemt de laatste jaren af, het aandeel ouderen neemt toe. Terwijl het aandeel eenpersoonshuishoudens in Nederland almaar toeneemt, blijft dit in Utrecht stabiel (rond 52%). Utrecht heeft een diverse bevolking met 172 verschillende nationaliteiten. Van de 378.000 Utrechters heeft 42% een migratieachtergrond en dit aandeel blijft toenemen.
In het kort
- Utrecht is een jonge stad
- Aantal kinderen onder 4 jaar neemt af
- Toename jongeren van 12 t/m 17 jaar
- In Utrecht minder vergrijzing dan elders
- Meer jonge vrouwen dan mannen
- Ruim helft Utrechtse huishoudens bestaat uit één persoon
- Meer Utrechters met herkomst buiten Nederland
| 2015 | 2019 | 2021 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| aantal inwoners per 1 januari | 334.295 | 352.941 | 359.355 | 367.984 | 374.374 | 376.735 | 378.140 |
| aantal 0-3 jaar | 18.626 | 17.742 | 17.531 | 16.952 | 16.495 | 16.124 | 15.384 |
| aantal 4-11 jaar | 30.352 | 31.812 | 31.589 | 31.106 | 31.068 | 30.870 | 30.915 |
| aantal 12-17 jaar | 17.699 | 20.423 | 21.480 | 22.510 | 22.739 | 23.065 | 23.231 |
| aantal 18-26 jaar | 61.426 | 61.247 | 59.338 | 62.243 | 64.638 | 63.732 | 63.235 |
| aantal 27-44 jaar | 104.886 | 110.553 | 114.836 | 117.398 | 119.944 | 121.336 | 121.538 |
| aantal 45-64 jaar | 67.489 | 74.578 | 76.668 | 78.403 | 79.226 | 80.140 | 81.229 |
| aantal 65+ jaar | 33.817 | 36.586 | 37.913 | 39.372 | 40.264 | 41.468 | 42.608 |
| % herkomst Nederland | 65,5 | 62,9 | 61,8 | 59,6 | 59,0 | 58,4 | 57,8 |
| % migrant | 17,2 | 19,4 | 20,3 | 22,4 | 23,1 | 23,6 | 24,1 |
| % kind van migrant | 16,4 | 16,8 | 17,1 | 17,2 | 17,1 | 17,2 | 17,4 |
| % herkomst onbekend | 0,9 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,8 | 0,7 |
| aantal nationaliteiten | 161 | 169 | 172 | 168 | 171 | 172 | 172 |
| aantal huishoudens op 1 januari | 173.967 | 181.400 | 183.018 | 188.657 | 195.052 | 195.913 | 196.401 |
| waarvan eenpersoonshuishouden | 93.273 | 95.592 | 93.568 | 97.917 | 103.520 | 103.539 | 103.648 |
| waarvan paar zonder kind | 34.263 | 36.468 | 38.872 | 39.245 | 39.548 | 39.960 | 40.112 |
| waarvan paar met kind(eren) | 35.445 | 37.404 | 38.232 | 38.830 | 38.540 | 38.697 | 38.758 |
| waarvan eenouderhuishouden | 9.418 | 10.472 | 10.762 | 11.037 | 11.535 | 11.800 | 12.087 |
| waarvan overig huishouden | 1.568 | 1.464 | 1.584 | 1.628 | 1.909 | 1.917 | 1.796 |
Utrecht is een jonge stad
In Utrecht wonen relatief veel twintigers en dertigers. De typische Utrechtse leeftijdsopbouw heeft te maken met de grote aantrekkingskracht van de stad op studenten en starters. Utrecht heeft relatief gezien ook meer jonge kinderen en minder ouderen dan Nederland en de andere G4-steden.
Aantal kinderen onder 4 jaar neemt af
Sinds begin deze eeuw daalt het aantal 0 t/m 3-jarigen in Nederland. In de G4-steden is deze daling rond 2013 ingezet. Met de bouw van Leidsche Rijn, de grootste Vinex-locatie van Nederland, nam het aantal jonge gezinnen in Utrecht begin deze eeuw sterk toe. Veel gezinnen bleven ook nog eens langer in de stad wonen. Na 2013 nam het vertrek van jonge stellen en gezinnen naar andere gemeenten in Nederland toe. Daarmee daalde ook het aantal jonge kinderen in de stad (sinds 2013 met 18%). Vanwege het lage geboortecijfer van de afgelopen jaren (zie hoofdstuk Ontwikkeling van bevolking) zal de daling nog even doorzetten. Naar verwachting gaat het aantal 0 t/m 3-jarigen in Nederland en in Utrecht na 2027 weer toenemen, onder meer door de geplande nieuwbouw.
In de nieuwbouwgebieden van Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern was tot 2013 een sterke toename van het aantal jonge kinderen en kinderen in de basisschoolleeftijd zichtbaar. Terwijl in de wijk Leidsche Rijn het aantal kinderen tot 12 jaar ook daarna sterk blijft doorgroeien (+43% sinds 2013), neemt in Vleuten-De Meern het aantal jonge kinderen sindsdien af. De daling van het aantal jonge kinderen was in de afgelopen tien jaar het sterkst in de wijken Binnenstad (-34%) en Oost (-37%).
Toename jongeren van 12 t/m 17 jaar
In de leeftijdsopbouw van de Utrechtse bevolking valt de sterke groei van het aantal jongeren op. Sinds 2001 is het aantal 12 t/m 17-jarigen in de stad met ruim 10.000 toegenomen (+78%), waarvan 8.000 in de laatste 15 jaar. Dit hangt sterk samen met het ouder worden van de vele jonge kinderen die in de Vinex-wijken Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern opgroeien. Naar verwachting stopt de groei van deze leeftijdsgroep en blijft de omvang tot 2040 stabiel (zie hoofdstuk Bevolkingsprognose).
In Utrecht minder vergrijzing dan elders
Nederland vergrijst in rap tempo. Daarbij is sprake van ‘dubbele vergrijzing’: er komen meer ouderen en die worden bovendien steeds ouder. In 20 jaar tijd steeg het aandeel 65-plussers in de Nederlandse bevolking van 14% naar 21%. De vergrijzing voltrekt zich in de grote steden minder hard. Terwijl de vergrijzing op landelijk niveau al lang en breed was ingezet, was in de G4-steden tot 2011 nog een afname van het aandeel 65-plussers te zien. Sindsdien neemt het aandeel 65-plussers ook in de G4 toe. Tussen 2013 en 2026 steeg het aantal 65-plussers in Utrecht met meer dan 10.000 (+32%).
De Utrechtse bevolking bestaat nu voor 11% uit 65-plussers. Dat is lager dan in de andere G4-steden en ver onder het landelijk gemiddelde. De omliggende gemeenten van Utrecht liggen daar tussenin. De omvang van de groep 65-plussers zal naar verwachting ook in Utrecht sterk groeien: van 43.000 in 2026 naar 62.000 in 2040. Niet alleen de omvang neemt toe, de 65-plussers worden gemiddeld ook ouder. Ten opzichte van andere steden blijft Utrecht echter een stad met een relatief jonge bevolking (zie hoofdstuk Bevolkingsprognose).
Meer jonge vrouwen dan mannen
In Utrecht wonen meer vrouwen dan mannen: 193.000 vrouwen tegenover 185.000 mannen in 2026. Dit sekseverschil doet zich vooral bij twintigers voor: de leeftijdsgroep van 18 tot 32 jaar is opgebouwd uit 58.000 vrouwen en 49.000 mannen. Dit hangt samen met het studieaanbod in Utrecht. Een dergelijke aantrekkingskracht voor jonge vrouwen is ook zichtbaar in Amsterdam. Net als landelijk heeft Utrecht ook meer vrouwelijke dan mannelijke 65-plussers (23.000 versus 20.000).
Ruim helft Utrechtse huishoudens bestaat uit één persoon
Ruim de helft van de 196.000 huishoudens in Utrecht betreft een eenpersoonshuishouden (53%), ook wel alleenstaande genoemd. Terwijl landelijk gezien het aandeel eenpersoonshuishoudens almaar toeneemt (van 33% in 2000 naar 40% nu), is dit aandeel in Utrecht redelijk stabiel gebleven. Utrecht heeft veel eenpersoonshuishoudens vanwege de grote studentenpopulatie in de stad. Van de ruim 100.000 alleenstaanden in Utrecht is 42% in de leeftijd van 18 tot 30 jaar, 41% van 30 tot 65 jaar en 17% 65 jaar of ouder.
De huishoudens in Utrecht zijn verder als volgt verdeeld: 20% paar zonder kinderen, 20% paar met kinderen en 6% eenoudergezin. In overeenstemming met de landelijke trend neemt ook het aantal eenoudergezinnen in Utrecht toe: van 8.700 in 2011 tot 12.100 in 2026. Het aandeel eenoudergezinnen ligt wel onder het landelijk gemiddelde en is aanzienlijk lager dan in de andere G4-steden. Voor een deel van de eenoudergezinnen geldt dat zorg voor de kinderen in co-ouderschap wordt gedeeld. Uit de Landelijke Jeugdmonitor van het CBS blijkt dat bijna een kwart van alle minderjarige kinderen in Nederland niet bij beide ouders woont (23%). In Utrecht ligt dit aandeel op 18%.
Meer Utrechters met herkomst buiten Nederland
Utrecht heeft een diverse bevolking: de stad herbergt 172 verschillende nationaliteiten. Het kenmerk nationaliteit geeft weer of iemand wettelijk onderdaan is van een bepaalde staat, ofwel het staatsburgerschap. Ongeveer een op de tien Utrechters bezit niet de Nederlandse nationaliteit.
Een andere manier om naar herkomst te kijken is via geboorteland. Van alle Utrechters is 24% in het buitenland geboren en naar Nederland gemigreerd. Dit heet in de nieuwe definitie van het CBS een migrant. Daarnaast is 17% van de Utrechters kind van migrant (dat wil zeggen zelf in Nederland geboren en één of beide ouders in het buitenland). Daarmee heeft 41% van de Utrechters een herkomst buiten Nederland. In 2001 lag dit aandeel op 30%.
De groei van het aantal Utrechters met een migratieachtergrond komt niet vanuit de traditionele migrantengroepenMarokko, Turkije, Suriname, Antillen, Indonesië, maar zit vooral bij ‘nieuwe’ migrantengroepen. Er zijn steeds meer Utrechters uit herkomstlanden vanwaar veel kenniswerkers en studiemigranten komen. Daarnaast is ook het aantal inwoners met een Oekraïense en Syrische herkomst toegenomen (zie hoofdstuk Vluchtelingen).