Armoede
Samenvatting
De dalende trend in armoede lijkt te stagneren. Het aantal huishoudens met een inkomen tot de Utrechtse armoedegrens blijft vrijwel gelijk. Wanneer naast inkomen ook uitgaven worden meegenomen, zien we dat het aandeel Utrechters dat in armoede leeft zelfs iets toeneemt. In de afgelopen jaren is het aandeel huishoudens met langdurig een inkomen tot bijstandsniveau niet gedaald.
In het kort
- Dalende trend aandeel huishoudens met inkomen tot 125% WSM
- 25% arme huishoudens heeft langdurig inkomen op bijstandsniveau
- Grootste deel huishoudens met inkomen tot 125% WSM bestaat uit alleenstaanden, een kwart heeft werk
- Meeste minimahuishoudens wonen in Overvecht, aandeel daalt
- 10,8% van de Utrechtse kinderen groeit op in armoede
- Inwoners die slecht kunnen rondkomen doen minder vaak mee
- Minder U-pas houders, maar groter aandeel budget besteed
| 2015 | 2019 | 2021 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| aantal huishoudens met inkomen tot 125% Wettelijk Sociaal Minimum | 23.500 | 23.300 | 22.200 | 22.300 | 22.300 | - |
| % huishoudens met inkomen tot 125% Wettelijk Sociaal Minimum | 16,6 | 15,0 | 14,1 | 13,8 | 13,6 | - |
| aantal minderjarige kinderen in huishoudens met inkomen tot 125% WSM | 8.800 | 8.100 | 7.500 | 7.300 | 7.300 | - |
| aantal huishoudens met inkomen tot 101% WSM | 12.600 | 12.100 | 11.700 | 12.100 | 12.100 | - |
| % huishoudens met inkomen tot 101% WSM | 8,9 | 8,0 | 7,4 | 7,5 | 7,3 | - |
| aantal minderjarige kinderen in huishoudens met inkomen tot 101% WSM | 4.600 | 4.100 | 3.700 | 3.400 | 3.500 | - |
| % Utrechters in armoede volgens landelijke armoededefinitie* | - | 8,0 | 5,9 | 3,6 | 4,0 | - |
| % dat (zeer) slecht kan leven van inkomen | - | 7 | 5 | 7 | - | 6 |
| % meedoen gemiddeld in Utrecht** | - | - | - | 82 | - | 84 |
| % meedoen bij inwoners die slecht kunnen leven van inkomen** | - | - | - | 58 | - | 62 |
| aantal U-pashouders*** | - | 42.413 | 39.912 | 40.991 | 42.481 | 38.487 |
De nieuwste inkomenscijfers van het CBS betreffen belastingjaar 2024. Het betreffen gegevens van de Belastingdienst, mensen doen pas in de loop van het jaar aangifte over het voorgaande jaar.
De Inwonersenquête houden we elke twee jaar. Dit jaar zijn nieuwe cijfers over 2025 beschikbaar.
* Nieuwe definitie CBS, SCP, Nibud
** Een inwoner ‘doet mee’ als sprake is van drie van de volgende vier aspecten: hebben van (vrijwilligers)werk, deelnemen aan sport/culturele activiteiten, actief zijn in de buurt en hebben van sociale contacten. De vraagstelling is in 2023 aangepast waardoor vergelijking met eerdere jaren niet mogelijk is.
** Aantal U-pashouders per U-pas jaar, dat van juli tot en met juni loopt; 2025 betreft dus de U-pashouders van 1 juli 2024 tot 1 juli 2025.
Nieuwe landelijke armoededefinitie: 4% van alle Utrechters arm
In 2024 hebben SCP, CBS en Nibud een gezamenlijk een nieuw armoedecijfer ontwikkeld. De drie instituten maakten voorheen los van elkaar inschattingen van armoede in Nederland. De gezamenlijke definitie van armoede houdt rekening met de gezinssamenstelling, de werkelijke kosten voor wonen en levensonderhoud en vermogen. Volgens de nieuwe methode is 3,1% van de Nederlandse bevolking in 2024 arm. De afgelopen jaren is de armoede in omvang landelijk afgenomen, maar de ernst nam toe. In Utrecht is in 2024 volgens deze nieuwe definitie 4,0% van de bevolking arm, in 2023 was dit 3,6%. Voor het monitoren van de armoede in Utrecht kijken we vooralsnog naar inkomensgrenzen en niet naar deze nieuwe definitie. Voor de nieuwe definitie zijn nog geen uitsplitsingen naar wijken en achtergrondkenmerken beschikbaar. Daarnaast is 125% van het Wettelijk Sociaal Minimum (WSM) de beleidsmatige grens voor de meeste Utrechtse armoederegelingen.
Dalende trend aandeel huishoudens met inkomen tot 125% WSM
Volgens de voorlopige cijfers over 2024 is het aantal huishoudens met een inkomen tot de Utrechtse armoedegrensUtrechtse armoedegrens is de inkomensgrens waarbij Utrechtse huishoudens een U-pas kunnen aanvragen. De inkomensgrens hiervoor is 125% van het wettelijk sociaal minimum. Met een U-pas kunnen huishoudens aanspraak maken op verschillende kortingen en regelingen om mee te kunnen doen. (125% WSM) met 13,6% iets lager dan in 2023 (13,8%). De afgelopen 10 jaar is sprake van een dalende trend. Absoluut gezien gaat het in 2024 net als in 2023 om zo’n 22.300 huishoudens. Het aandeel huishoudens dat moet rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau (101% WSM) is ook gedaald van 8,9% in 2015 naar 7,3% in 2024. Absoluut zijn dit 12.100 Utrechtse huishoudens. Voor zowel het aantal huishoudens met inkomen tot 125% WSM als 101% WSM, is het absoluut aantal huishoudens in 2024 gelijk gebleven. De armoederaming van het CPB voorspelt dat het aandeel inwoners onder de landelijke armoedegrens armoede definitie volgens de nieuwe definitie van CBS, SCP en Nibud. de komende jaren nog licht daalt en vanaf 2027 gelijk blijft.
25% arme huishoudens heeft langdurig inkomen op bijstandsniveau
Het CPB schetst landelijk: minder mensen in armoede, maar de overblijvende groep komt gemiddeld meer tekort. In Utrecht zien we een vergelijkbaar beeld. Het aantal huishoudens met inkomen tot de Utrechtse armoedegrens (125% WSM) is in het afgelopen jaar gelijk gebleven. Iets meer dan de helft van de arme huishoudens heeft een inkomen op bijstandsniveau (101% WSM: 54%). Kijken we langer terug dan zien we dat dit ook in 2015 het geval was. Het verschil is echter dat in 2024 het aandeel huishoudens dat langdurig (4 jaar of langer) een inkomen heeft tot 101% WSM is toegenomen. In 2015 was dit nog 17% van alle arme huishoudens, in 2024 is dit een kwart (25%). Dit betreft 3,9% van alle Utrechtse huishoudens in 2024, vergeleken met 3,2% in 2015. Hoewel er in de afgelopen jaren sprake was van een afname van het aantal huishoudens met een inkomen tot 125% WSM, is het aantal huishoudens met langdurig een inkomen op bijstandsniveau gestegen van zo’n 4.000 in 2015 naar 5.500 in 2024. De enige andere inkomensgroep die iets toegenomen is, is het aantal huishoudens met 4 jaar of korter een inkomen tussen 110% WSM en 125% WSM. Dit komt waarschijnlijk door de verhoging van het wettelijk sociaal minimum in 2023.
Grootste deel huishoudens met inkomen tot 125% WSM bestaat uit alleenstaanden, een kwart heeft werk
Het grootste deel van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM bestaat uit alleenstaanden: ruim twee derde (70%). Ruim een derde van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM heeft een inkomen uit een uitkering voor werkloosheid of bijstand (27%) of voor arbeidsongeschiktheid (10%). Nog eens bijna een derde heeft een inkomen uit pensioen of AOW (30% in 2024). Een kwart van de huishoudens met een inkomen tot 125% WSM heeft inkomen uit werk (25%). Voor gepensioneerden en arbeidsongeschikten gaat het veelal om een langdurige situatie, omdat zij weinig mogelijkheden hebben om hun inkomen te verhogen. Voor ruim de helft van de huishoudens met inkomen tot 125% WSM is dit al 4 jaar of langer de situatie (56%). Het CPB geeft aan dat mensen met een hoge armoede intensiteit (grote tekorten) relatief vaak werken. Zij vragen vaak geen regelingen aan en werken voor een laag uurloon of weinig uren.
Meeste minimahuishoudens wonen in Overvecht, aandeel daalt
Het aandeel huishoudens met inkomen tot 125% WSM verschilt sterk per wijk. In Overvecht is het aandeel het hoogst (28,3%), in Vleuten-De Meern het laagst (7,1 %). Een op de vijf huishoudens met een inkomen tot 125% WSM woont in Overvecht. Dit is bijna een op de drie huishoudens in de wijk (28,3%). Een op de vijf huishoudens in Overvecht leeft langdurig in armoede (21,6%: 4 jaar of langer). Dat is ruim twee keer zo veel als stedelijk gemiddeld (8,9%). In 2024 is het aandeel wel iets meer dan gemiddeld gedaald. Kijken we over een langere periode dan zien we dat het aandeel huishoudens met een inkomen tot 125% WSM tussen 2015 en 2024 het sterkst is gedaald in Zuidwest (van 22,3% naar 17,2%), Overvecht (van 32,8% naar 28,3%) en Noordwest (van 20,4% naar 16,1%). In deze drie wijken woont bijna de helft van alle huishoudens met een inkomen tot 125% WSM (49%).
10,8% van de Utrechtse kinderen groeit op in armoede
Uit de inkomensgegevens van 2024 blijkt dat 10,8% van de Utrechtse kinderen (0 t/m17 jaar) opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 125% WSM. Dit zijn zo’n 7.300 kinderen. In 2023 ging het ook om 7.300 kinderen (10,6%), in 2015 nog om 8.800 (13,7% van de kinderen). We zien de afgelopen jaren dat het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met inkomen tot 125% WSM, vooral is gedaald bij huishoudenstypen en in wijken waar het aandeel relatief hoog was. De daling van de afgelopen jaren lijkt wel te stagneren. Het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met langdurig een inkomen op bijstandsniveau (101% WSM) is ook vrijwel gelijk gebleven. Zo’n 3.500 Utrechtse kinderen in 2024. Voor 1.300 van deze kinderen gaat het om een langdurige situatie: 2,1% van de Utrechtse kinderen. Het CPB voorspelt voor komende jaren een lichte daling van het aantal kinderen in armoede.
Utrechters die slecht kunnen rondkomen doen minder vaak mee
Het aandeel inwoners dat aangeeft (zeer) slecht te kunnen leven van hun inkomen is licht gedaald van 7% in 2023 naar 6% in 2025. Utrechters geven vooral minder vaak aan spaarmiddelen te moeten aanspreken om rond te kunnen komen (7% in 2025 versus 9% in 2023, zie ook Schulden). Sommige inwoners hebben meer moeite met rondkomen dan anderen: bijvoorbeeld inwoners met een laag inkomen, met primair onderwijs/vmbo-opleiding en jongeren (18 t/m29 jaar) geven vaker aan (zeer) slecht te kunnen leven van hun inkomen. Mensen die (zeer) slecht kunnen leven van hun inkomen doen minder vaak mee (62%). In 2025 doet gemiddeld 84% van de Utrechters mee aan activiteiten zoals school, werk, sport, cultuurbezoek en buurtcontacten.
Minder U-pashouders, maar groter aandeel budget besteed
Tussen 1 juli 2024 en 1 juli 2025 hebben 38.487 Utrechters een U-pas gekregen, dit gaat om bijna 23.700 huishoudens. In 2021 en 2022 zagen we een dip in het aantal U-pashouders, in 2023 en in 2024 nam het aantal (flink) toe. Waarschijnlijk komt dit doordat huishoudens met energietoeslag ook benaderd zijn voor een U-pas. Aan een U-pas is een budgetIn 2021 is het gezinstegoed geïntroduceerd en zijn de voorwaarden versoepeld: het budget van de kinderen in een gezin kan gecombineerd worden en het kopen van een laptop of fiets is niet meer gebonden aan maximumbedragen, termijn of leeftijd. gekoppeld. In 2024-2025 is gemiddeld 74,9% van het budget door U-pashouders gebruikt. Dat is een toename, in 2020 was dit 49%, in 2022 65% en in 2024 70%. De besteding van het budget voor kinderen is nog iets hoger, namelijk ruim 88% in 2024-2025.