Image

Inkomen & uitkeringen

Samenvatting

In 2025 is ondanks de inflatie, de koopkracht landelijk licht gestegen. Het aantal huishoudens dat leeft van een bijstands-, WW- of arbeidsongeschiktheidsuitkering in Utrecht neemt toe. Dit heeft geen effect op de inkomensverdeling in de stad. In vergelijking met andere grote steden blijft Utrecht een stad met relatief veel hoge inkomens. De energietoeslag zorgde in 2022 voor een afname van de inkomensongelijkheid, in 2023 is de ongelijkheid in Utrecht en landelijk iets toegenomen.    

In het kort

Kerncijfers
  2015 2019 2021 2023 2024 2025 2026
aantal personen met uitkering, exclusief AOW, inclusief Tozo* 31.810 29.070 31.120 27.310 28.040 29.440 -
aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering* 13.680 13.270 13.250 13.740 14.060 14.420 -
aantal WW-ers* 6.760 4.330 3.680 2.720 3.010 3.580 -
% doorstroom van WW naar bijstand 6,4 3,9 4,1 3,5 3,6** - -
aantal huishoudens met bijstand - 9.637 9.808 9.208 9.341 9.698 10.046
% huishoudens met bijstand - 5,3 5,4 4,9 4,8 5,0 5,1
Bron: gemeente Utrecht; UWV; CBS
* Stand 30 juni betreffende jaar.
** 2024 is voorlopig cijfer.
Landelijk: inflatie net als vorig jaar 3,3%, lichte stijging koopkracht 
In 2025 blijft de Gemiddelde prijsstijging van goederen en diensten die consumenten kopen. De inflatie wordt uitgedrukt in een percentage dat aangeeft hoeveel geld huishoudens gemiddeld meer kwijt waren aan hun normale uitgaven in vergelijking met een jaar eerder. steken op 3,3%, net zoveel als in 2024 (3,3%). De prijsontwikkelingen van huisvesting, voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken hadden de grootste bijdrage aan de inflatie in 2025. De cao-lonen stegen gemiddeld met 5%. Door de hogere lonen stegen de dienstenprijzen, tabaksaccijnzen en voedselprijzen. De energieprijzen daalden licht en goederenprijzen stegen maar beperkt, wat per saldo zorgt voor een koopkrachtverbetering (een stijging van 1,4%).


Meer Utrechters met een uitkering, ondanks krappe arbeidsmarkt

We zien een stijging van het aantal Utrechters met een uitkering, hoewel de arbeidsmarkt nog steeds krap is (zie ook Arbeidsmarkt). In 2025 stijgt het aantal inwoners met een uitkering (Werkloosheidswet (WW), bijstand en arbeidsongeschiktheid). Deze toename is eind 2022 ingezet. In 2021 was sprake van een tijdelijke piek door inkomensondersteunende corona uitkeringen zoals Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers). In juni 2025 ontvingen 29.440 Utrechters een uitkering, in juni 2024 waren dit er 28.040. Een stijging van 5%. Net als in 2024 neemt het aantal inwoners met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (+2,6%) en bijstandsuitkering (+3,6%) toe. Ook het aantal inwoners met een WW-uitkering neemt toe (+18,9%). 

Infogram URL

Meer WW-uitkeringen en toename van doorstroom naar bijstand

In 2025 nam het aantal mensen met een WW-uitkering flink toe. In juni 2025 ontvingen 3.580 Utrechters een WW-uitkering, 570 meer dan een jaar eerder. UWV-cijfers laten zien dat de doorstroom naar bijstand bij afloop van de WW-uitkering, licht toeneemt. De doorstroom naar bijstand was in 2024 in Utrecht (3,6%) vergelijkbaar met landelijk gemiddeld (3,7%) en lager dan in veel andere grote steden. Het aandeel mensen dat na afloop van WW in de bijstand terechtkomt verschilt per regio en hangt samen met het aantal banen, het soort werkgelegenheid en de regionale economische groei. In grote steden is de doorstroom van WW naar bijstand vaak hoger omdat alleenstaanden en jongeren (die meer in de steden wonen) minder vaak een financiële buffer of vangnet hebben.    

Meer huishoudens met een bijstandsuitkering

Op 1 januari 2026 hadden 10.046 huishoudens een bijstandsuitkering, 3,6% meer dan begin 2025. Deze toename is bijna net zo groot als in 2024 (+3,8%). Het aandeel huishoudens met een bijstandsuitkering is hierdoor iets gestegen van 5,0% naar 5,1%. Sinds het voorjaar van 2019 nam het aantal bijstandsuitkeringen af tot het begin van de coronapandemie. Tijdens het begin van de pandemie zagen we een flinke stijging. Halverwege 2021 trok de arbeidsmarkt aan en daalde het aantal bijstandsuitkeringen weer. Sinds eind 2022 zien we weer een licht stijgende trend. In 2025 zet deze trend zicht voort. De stijging van het aantal bijstandsuitkeringen komt vooral door de instroom van Utrechters door het verlies van werk, een lagere uitstroom doordat mensen minder makkelijk bemiddelbaar zijn naar werk en door instroom van statushouders.

Infogram URL

Meer hoge en minder lage inkomens dan in de andere grote steden

Vergeleken met andere grote steden heeft Utrecht meer huishoudens met hoge inkomens en minder met lage inkomens. In alle vier de grote steden (G4) zien we minder middeninkomens dan landelijk. De meeste recente inkomensgegevens van 2024 laten zien dat de inkomensverdeling (exclusief studentenhuishoudens) in Utrecht door de jaren heen redelijk stabiel is gebleven. Het aandeel huishoudens met lage inkomens is licht gedaald, terwijl het aandeel met hoge inkomens iets is gestegen. Over het algemeen hebben Utrechters een relatief hoog inkomen. Het gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen (inclusief studentenhuishoudens) is met € 56.000 bijna net zo hoog als in Amsterdam. In Amsterdam is het aandeel huishoudens met de hoogste inkomens groter dan in Utrecht, maar ook het aandeel met de laagste inkomens is daar groter. Rotterdam heeft geen oververtegenwoordiging van hoge inkomens, maar wel van lage inkomens. Den Haag zit hier tussenin, met iets minder lage inkomens en iets meer hoge inkomens dan Rotterdam.

Infogram URL

Inkomensongelijkheid hetzelfde als landelijk gemiddeld en iets toegenomen

In Utrecht is de inkomensongelijkheid in het laatste jaar (2023) iets gestegen met een Gini-coëfficiënt van 0,30 (was 0,29). Dit betekent dat de ongelijkheid iets is toegenomen. In 2022 was dit lager door de energiemaatregelen in dat jaar. Landelijk is de Gini-coëfficiënt voor inkomensongelijkheid ook 0,30 (was 0,28). In de wijken van Utrecht varieert de inkomensongelijkheid. In Overvecht is de ongelijkheid het minst (0,24) en in Oost het grootst (0,40). Belastingen helpen om inkomens gelijker te verdelen, maar dit gaat voorbij aan de hoogste inkomens.

Naast inkomensongelijkheid is er ook vermogensongelijkheid: sommige mensen hebben veel meer bezittingen dan anderen. Vermogensongelijkheid wordt vooral bepaald door het bezit van aandelen en een eigen huis. Vermogensongelijkheid heeft een grote invloed op de kansen die mensen krijgen. In grote steden is de vermogensongelijkheid hoger doordat er relatief veel jongeren en uitkeringsontvangers wonen met een lager vermogen. De Een Gini-coëfficiënt meet ongelijkheid: een Gini-coëfficiënt van 0 betekent dat iedereen hetzelfde inkomen heeft, terwijl een waarde van 1 betekent dat één persoon al het inkomen heeft. voor vermogen in Utrecht is 0,76. Landelijk gemiddeld is het 0,71.  
 

Publicatiedatum: 15-04-2026