Image

Huurwoningmarkt

Samenvatting

Het aantal huurwoningen neemt voor het eerst sinds 2019 af. Vooral het aantal particuliere huurwoningen is afgenomen. De gemiddelde wachttijd (11,7 jaar) en zoektijd (5,9 jaar) voor een sociale huurwoning zijn in het afgelopen jaar vrijwel gelijkgebleven. De huurprijsstijging in Utrecht vlakt in 2025 weer af na een aanzienlijke stijging in 2024 en daalt daarmee onder het landelijk gemiddelde. 

In het kort

Kerncijfers
  2019 2021 2023 2024 2025
aantal huurwoningen (per 1 januari) 78.979 85.498 89.226 91.059 89.354
% huurwoningen (per 1 januari) 51 54 54 54 53
% corporatiewoningen (per 1 januari) 31 31 30 30 30
% particuliere huurwoningen (per 1 januari) 20 23 24 24 23
voorraad sociale huurwoningen in corporatiebezit (per 1 januari) 44.784 46.554 47.515 48.572 47.850
% sociale huurwoningen in corporatiebezit (per 1 januari) 29 29 29 29 28
voorraad corporatiebezit met huurprijs boven liberalisatiegrens (per 1 januari) 3.183 2.808 2.085 1.595 1.981
aantal toewijzingen van sociale huurwoningen - 2.456 2.560 2.755 2.887
gemiddelde inschrijfduur (wachttijd) sociale huurwoning (in jaren)* - 11,6 11,0 11,6 11,7
gemiddelde zoektijd sociale huurwoning (in jaren)* - 6,3 5,7 5,8 5,9
% gemiddelde slaagkans sociale huurwoning** - 5,0 3,7 3,0 2,8
% gemiddelde huurverhoging (inclusief huurharmonisatie) 2,4 1,6 2,4 5,8 4,8
% middenhuur woningen (per 1 januari) 11 11 16 14 13
Bron: BAG, BghU, RWU, bewerking gemeente Utrecht (huurwoningen naar eigendom en huurprijs); Dak; CBS
* Gemiddelde inschrijfduur (wachttijd) en zoektijd in jaren bij verhuring in het aanbodmodel.
** De slaagkans van woningzoekenden is berekend door het aantal toewijzingen te delen door het aantal actief woningzoekenden (in aanbod- en/of lotingmodel).

Aantal huurwoningen voor het eerst sinds 2019 afgenomen, vooral in de particuliere voorraad

Het aantal huurwoningen is het afgelopen jaar gedaald (-1%) en komt uit op ruim 89.300 op 1 januari 2025. De totale woningvoorraad bestaat hiermee voor 53% uit huurwoningen. Begin 2025 bedraagt het aandeel corporatiewoningen 30% en het aandeel particuliere verhuur 23%. Vooral het aantal particuliere huurwoningen nam af. Een mogelijke verklaring hiervoor is de invoering van de Wet betaalbare huur. Door deze wet en belastingmaatregelen die effect hebben op de huurprijs verkopen particuliere verhuurders meer woningen dan dat zij aankopen. 

Grote wijkverschillen in aandeel particuliere verhuur en corporatiebezit

Wijk Binnenstad kent veruit het grootste aandeel particuliere verhuur (45%), op afstand gevolgd door Zuidwest (30%), Leidsche Rijn (26%) en Noordoost (25%). Alleen in Overvecht bleef het aandeel particuliere huur stabiel. In alle andere wijken is het aandeel particuliere huurwoningen afgenomen. In 2024 was nog in geen enkele wijk een afname te zien. Overvecht heeft veruit het grootste aandeel corporatiebezit (60%), gevolgd door Zuid (41%) en Zuidwest (37%). De wijken met het minste corporatiebezit zijn Noordoost en Binnenstad (beide 15%). Het totaal aandeel huurwoningen is het hoogst in Overvecht (79%), Zuidwest (67%) en Binnenstad (60%). De wijken met het kleinste aandeel huurwoningen zijn Vleuten-De Meern (30%), Noordoost (39%), en West (43%).  

Infogram URL

Huurprijsstijging Utrecht vlakt af tot onder landelijk gemiddelde

De huurprijzen zijn in Utrecht per juli 2025 gemiddeld met 4,8% omhooggegaan ten opzichte van een jaar eerder. In juli 2024 stegen de huren in Utrecht met 5,8%. Per juli 2025 stegen de huren landelijk met gemiddeld 4,9%. Hiermee vlakt de huurstijging iets af ten opzichte van het jaar daarvoor. Toen kende Nederland met 5,4% de sterkste huurstijging in ruim 30 jaar.  

Begin 2025 is 33% van de totale woningvoorraad in Utrecht een huurwoning met een (deels geschatte) huurprijs onder de liberalisatiegrens (huurprijs tot € 900 per maand). De meeste woningen in dit sociale segment zijn in bezit van woningcorporaties. Particuliere huurwoningen zijn vooral te vinden in het middensegment (€ 900 tot € 1.185 per maand) en het dure segment (huurprijs boven € 1.185 per maand). 

Aantal sociale huurwoningen in corporatiebezit daalt

Begin 2025 bestaat 28% van de totale woningvoorraad uit sociale huurwoningen in corporatiebezit met een huurprijs onder de € 900 per maand. Dit is een lichte afname ten opzichte van de jaren daarvoor: sinds 2019 was dit aandeel stabiel op 29%. Niet alleen het aandeel, maar ook het aantal sociale huurwoningen in corporatiebezit is afgenomen. Deze afname is echter vooral te verklaren door administratieve correcties, het meetmoment en de gehanteerde meetmethode. Omdat het aandeel sociale huurwoningen in corporatiebezit wordt gemeten op basis van de hoogte van de huurprijs zijn de sociale huurwoningen waarbij de huurprijs door inkomensafhankelijke huurverhogingen hoger is geworden dan € 900 per maand niet meegenomen in dit aandeel. Als deze woningen weer vrijkomen krijgen zij weer een aanvangshuur die onder de sociale huurprijsgrens ligt. In dat geval tellen ze in deze definitie wel weer mee met het aandeel sociale huur. Ten opzichte van eerdere jaren zien we verder geen nieuwe ontwikkelingen die van invloed zijn op het aantal sociale huurwoningen van woningcorporaties. Begin 2025 was het grootste aandeel sociale huurwoningen in corporatiebezit te vinden in Overvecht (58%), Zuid (39%) en Zuidwest (36%).   

Gemiddelde wachttijd en zoektijd voor een sociale huurwoning vrijwel gelijkgebleven

De gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning is afgelopen jaar steeg heel licht van 11,6 naar 11,7 jaar. De zoektijd is de tijd tussen de eerste reactie die een woningzoekende plaatst en de toewijzing van de woning. In 2025 bedraagt de gemiddelde zoektijd 5,9 jaar.  

Infogram URL

Publicatiedatum: 15-04-2026