3.7 Verduurzaming energiebronnen - elektriciteit
In dit hoofdstuk:
- Aandeel hernieuwbare elektriciteit
- Opwekpotentie schone elektriciteit
- Opgewekte zonnestroom
- Daken met zonnepanelen
- Netcongestie
Aandeel hernieuwbare elektriciteit
Tot en met 2024 zijn zon op dak en zonnepark Meijewetering de enige hernieuwbare bronnen voor elektriciteit in de gemeente. In 2023 werd 11,8% van alle stroom op hernieuwbare wijze opgewekt Voor 2024 is een inschatting gemaakt op basis van de bekende hoeveelheid hernieuwbare energie van zonnestroom gedeeld door het totaal elektriciteitsverbruik. Hierdoor komt het percentage uit op 13,9%.
Figuur 3.7.1 aandeel hernieuwbare elektriciteit
Opwekpotentie schone elektriciteit
Figuur 3.7.2 opwerkpotentie schone elektriciteit (exclusief zon op dak)
In de beleidsnota opwekgebieden voor schone energie (december 2024) is een nulmeting opgenomen van het aantal gigawattuur (GWh) aan opwekpotentie schone elektriciteit al is vergund en gerealiseerd (exclusief zon op dak). In 2025 is zonnepark Brailledreef gerealiseerd, met een omvang van 4,3 GWh. Met de vergunning voor het drijvend zonnepark Nedereindse plas is daar in 2025 5 GWh vergunde opwekpotentie aan toegevoegd.
Opgewekte zonnestroom
De groei van kleine zonne-energiesystemen met minder dan ongeveer 45 panelen was met 17% ongeveer even groot als in 2023 (16%). In 2024 is de groei van grote systemen voor zonne-energie (op bedrijfsdaken) 29%.
Na 2024 is een groei van 14,4% per jaar nodig om het RES-bod van 168 GWh in 2030 te realiseren. In het eerste halfjaar van 2025 zien we bij de voorlopige cijfers van het CBS geen groei in het opgestelde vermogen van grote systemen, en 2% groei van kleine systemen. Dit komt door wijzigingen in het landelijke beleidsinstrumentarium (afschaffen salderingsregeling), netcongestie en door gestegen materieelkosten.
Figuur 3.7.3 Opgewekte zonnestroom
Daken met zonnepanelen
Er is op basis van luchtfoto’s van mei – juli 2025 bepaald dat er op 40% van alle daken zonnepanelen lagen. In Leidsche Rijn en Vleuten-de Meern hebben relatief de meeste gebouwen een zonnepaneel. De historische gebouwen in de binnenstad blijven achter op het gemiddelde.
Figuur 3.7.4 Aandeel daken met zonnepanelen per wijk
Aandeel daken met zonnepanelen van diverse groepen
Op 48% van de koopwoningen liggen zonnepanelen, bij sociale huurwoningen is dat 34%. Bij bedrijven op grote bedrijventerreinen liggen op 24% van de daken zonnepanelen, op overige bedrijven is dat bij 18% het geval. Bij alle bedrijven samen is het 19%.
Figuur 3.7.5 Aandeel daken met zonnepanelen van diverse groepen
Aandeel daken met zonnepanelen van bedrijventerreinen
In Lage Weide ligt op 24% van de daken een zonnepaneel. De oppervlakte hiervan maakt twee derde uit van alle zonnepanelen op bedrijventerreinen. Papendorp (39%) en Oudenrijn (27%) hebben het hoogste percentage daken met zonnepanelen.
Figuur 3.7.6 aandeel daken met zonnepanelen per bedrijventerrein
Netcongestie
Er dienen vele transformatorhuisjes bij te komen om het energienetwerk toekomstbestendig in te richten. Voor vier buurten is bekeken waar mogelijkheden zijn om extra transformatorhuisjes toe te voegen. Dat heeft ertoe geleid dat er voor 8 locaties voorbereidingen gestart zijn voor de realisatie. De stappen die nu gezet worden vormen de basis voor een standaard proces, waarbij de plaatsing wordt versneld (van gemiddeld 11 maanden naar 5 maanden). Daarbij nemen we ook mee dat met behulp van een betere aankleding (bijvoorbeeld met extra groen) de acceptatie en mogelijkheden voor het plaatsen van extra huisjes worden vergroot.
Figuur 3.7.7 wachtrij grootverbruikers en nieuwe trafohuisjes
Figuur 3.7.8 aantal laadpalen met netbewust laden
In 2025 zijn er 21 nieuwe locaties voor nieuwe trafohuisjes bepaald, inclusief trafohuisjes die vervangen moeten worden en een nieuwe plek krijgen. Er zijn 8 nieuwe trafohuisjes gerealiseerd en er zijn er 11 vervangen. Voor Vleuterweide-Zuid en -West zijn bijna alle vergunningen verleend. In Tuinwijk-Oost is het vergunning traject gestart en wordt begin Q2 2026 afgerond.