1. Samenvatting prognose 2026
De gemeente Utrecht maakt elk jaar een bevolkingsprognose van de stad. De nieuwe prognose kent twee grote aanpassingen ten opzichte van de vorige prognose: 1) we gaan nu uit van een geringere woningbouwproductie omdat we het planningsoptimisme eruit hebben gehaald en 2) we hebben een gematigd groeiscenario toegevoegd dat rekening houdt met extra planuitval als gevolg van de aansluitstop en eventuele andere onzekerheden.
400.000ste inwoner van Utrecht bereikt in 2030
Op 1 januari 2026 telde Utrecht 378.140 inwoners. Op basis van de huidige bevolkingsprognose is de verwachting dat Utrecht in 2030 het aantal van 400.000 inwoners passeert en in 2039 het aantal van 450.000 inwoners. In 2045 – het laatste jaar van deze prognose – komt de raming uit op 488.000 inwoners. Aan deze flinke toename van de bevolking ligt een uitgebreid woningbouwprogramma ten grondslag. In de prognose houden we rekening met een uitbreiding van de Utrechtse woningvoorraad met ongeveer 57.000 woningen in de periode 2026 tot en met 2044. Dit bouwvolume betreft een aftopping van de plannen in het MPR tot gemiddeld 3.000 woningen per jaar, wat in lijn is met de ambitie van de gemeente.
Figuur 1.1 – Inwonertal Utrecht volgens Bevolkingsprognose 2026, 1 januari 2026-2045
Utrecht groeit naar verwachting met 85.000 tot 110.000 inwoners tussen 2026 en 2045
Als de uitbreiding met 57.000 woningen wordt gerealiseerd, dan verwachten we dat de Utrechtse bevolking tot 2045 met 110.000 inwoners toeneemt. Vanwege de aansluitstop of andere tegenvallers kan de bouwproductie achterblijven bij de ambitie. In dit rapport hebben we daarom ook een gematigd bouwscenario doorgerekend (zie hoofdstuk 3 voor toelichting). Daarbij doen we de aanname dat vanaf 2029 de oplevering van het aantal woningen met 25% terugloopt ten opzichte van het ambitiescenario. In dat geval komt de uitbreiding van de woningvoorraad uit op 45.000 woningen en groeit de bevolking met 85.000 inwoners. Afhankelijk van ontwikkelingen rondom woningbouw – waaronder exogene ontwikkelingen waar de gemeente geen invloed op heeft – verwachten we dus dat Utrecht de komende negentien jaar zal groeien met een aantal dat tussen de 85.000 en 110.000 inwoners ligt. Ter vergelijking: in de afgelopen negentien jaar kreeg Utrecht er 90.000 inwoners bij.
Alle leeftijdsgroepen groeien, veel 65-plussers erbij
Volgens de prognose die uitgaat van het ambitiescenario groeit Utrecht in de periode tot 2045 met 29%. In alle leeftijdsgroepen is een toename te zien. De oudere leeftijdsgroepen groeien relatief gezien het hardst, de groep van schoolgaande kinderen groeit het minst hard. Het aantal jonge kinderen tot 4 jaar daalt nog tot 2027, waarna het weer gaat groeien.
Nederland vergrijst in rap tempo. De groep 65-plussers gaat ook in Utrecht sterk groeien: van 42.600 in 2026 naar 67.000 in 2045. Dit is een toename van bijna 25.000 ouderen in negentien jaar tijd (+57%). Deze toename komt met name door het ouder worden van de mensen die al in Utrecht wonen. Van de mensen die zich in Utrecht vestigen is slechts een zeer gering deel 65 jaar of ouder. Deze flinke toename is van belang voor het voorzieningenniveau voor ouderen in de stad. Het gematigde groeiscenario laat zien dat een geringere bouwproductie minder gevolgen heeft voor de bevolkingsgroei in de oudere leeftijdsgroepen, die blijven sterk groeien.
Figuur 1.2 – Aantal inwoners per leeftijdsjaar, 1 januari 2026 en 2045
Alle wijken groeien, Zuidwest wordt het grootst
Alle Utrechtse wijken zullen in de periode tot 2045 groeien. De prognose toont dat Zuidwest de grootste wijk van de stad wordt. Zuidwest groeit van 41.500 inwoners in 2026 naar ruim 71.000 inwoners in 2045. Deze toename van bijna 30.000 inwoners vindt grotendeels plaats in de Merwedekanaalzone. Na Zuidwest zal de sterkste groei in Oost plaatsvinden: het inwonertal in deze wijk neemt tot 2045 met 22.000 toe. De wijk Leidsche Rijn groeit geleidelijk door met ongeveer 15.000 inwoners tot 2045. Vleuten-De Meern gaat ook sterk groeien, afhankelijk van de toekomstige ontwikkeling van een nieuwe stadswijk in polder Rijnenburg na 2035. Met de groei van het inwonertal neemt ook de bevolkingsdichtheid in de stad sterk toe. In negentien jaar tijd zal de bevolkingsdichtheid van Utrecht groeien van 4.000 naar 5.200 inwoners per km2 land, een toename van 1.200 inwoners per km2.
Sterke samenhang tussen woningbouw en bevolkingsgroei
In de periode 2026-2044 is een uitbreiding van de Utrechtse woningvoorraad voorzien van ruim 57.000 woningen. Als deze woningbouwplanning wordt gerealiseerd, dan zal de bevolkingsomvang van de stad in die periode met 110.000 inwoners groeien. In het prognosemodel is de mate waarin de bevolking jaarlijks groeit, sterk afhankelijk van de woningtoename die voor dat jaar is ingepland. In de werkelijkheid kan dit verband van jaar op jaar meer fluctueren door demografische ontwikkelingen rondom bijvoorbeeld migratie, trek uit de stad van jonge gezinnen of geboortecijfer. Specifieke gebeurtenissen als de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne en de herinvoering van de uitwonende studiebeurs hebben in het desbetreffende jaar een sterk effect op de bevolkingsgroei gehad, meer dan op de woningtoename in dat jaar. Tegelijkertijd zien we het aantal personen per woning over de jaren heen geleidelijk afnemen. In de bevolkingsprognose daalt de gemiddelde woningbezetting verder door van 2,21 inwoners per woning in 2026 naar 2,13 in 2045.
Figuur 1.3 – Verwachte groei van woningvoorraad en inwonertal per jaar, 2026-2044
Prognose uit 2026 komt op lagere bevolkingsgroei uit dan prognose uit 2025
Volgens de huidige raming komt het inwonertal in 2045 uit op 488.000, terwijl de vorige prognose uitkwam op 521.000 inwoners. Dit verschil met de vorige prognose is grotendeels terug te voeren op de bijstelling van het woningbouwprogramma waarop de bevolkingsprognose is gebaseerd. Het MPR bevat een ‘overschot’ aan bouwplannen om te compenseren voor mogelijke planuitval en vertraging. Voor de input in de bevolkingsprognose wordt jaarlijks een deel van dit planningsoptimisme eruit gehaald door (zachte) plannen te schrappen of uit te spreiden over latere jaren. Voor de huidige bevolkingsprognose is de input teruggebracht tot gemiddeld 3.000 woningen per jaar. In de vorige prognose was meer planningsoptimisme meegenomen en is gerekend met een toename van gemiddeld 3.600 woningen per jaar. Dit verschil werkt door in het groeitempo van de bevolking. Omdat het planningsoptimisme is teruggebracht tot een meer realistisch woningbouwvolume, verwachten we dat de nieuwe prognose een betere raming van de bevolkingsgroei geeft dan de vorige prognose.