Image

6. Vergelijking met vorige prognose

In dit hoofdstuk brengen we in beeld in hoeverre de verwachte groei volgens de huidige Bevolkingsprognose 2026 afwijkt van de vorige prognose van de gemeente Utrecht. De vorige prognose is medio 2025 vastgesteld en gepubliceerd onder de titel Bevolkingsprognose 2025. In de prognose van vorig jaar is geen gematigd groeiscenario doorgerekend. Daarom laten we in dit hoofdstuk het gematigde groeiscenario uit de nieuwe prognose buiten beschouwing.

De gemeentelijke bevolkingsprognose is gebaseerd op enerzijds het woningbouwprogramma van de stad en anderzijds demografische trends rondom geboorte, sterfte en migratie. Als nieuwe prognose­cijfers afwijken van de vorige prognose, dan komen deze voort uit een bijstelling van het woningbouw­programma en/of recente ontwikkelingen in demografische trends. 

Figuur 6.1 – Inwonertal uit Bevolkingsprognose 2026 vs. 2025, 1 januari 2025-2045

Infogram URL

Prognose uit 2026 komt op lagere bevolkingsgroei uit dan prognose uit 2025

Figuur 6.1 geeft de groei van de Utrechtse bevolking zoals geraamd in de huidige prognose en die van vorig jaar. We zien dat de nieuwe raming van het inwonertal lager uitkomt. Volgens de huidige voorspelling komt het inwonertal op 1 januari 2045 uit op 488.000, terwijl de vorige prognose uitkwam op 521.000 inwoners. In de prognose van vorig jaar passeerde Utrecht de grens van 400.000 inwoners in het jaar 2029. In de nieuwe raming wordt die grens in het jaar 2030 bereikt.

Het verschil tussen de prognoses van 2026 en 2025 is grotendeels terug te voeren op de bijstelling van het woning­bouwprogramma waarop de bevolkingsprognose is gebaseerd. De ambitie van de gemeente is om 3.000 extra woningen per jaar te realiseren. Zoals in de inleiding van dit rapport is uitgelegd, bevat het MPR veel meer bouwplannen om te compenseren voor mogelijke planuitval en vertragingen. In de woningbouwplanning van de gemeente is sprake van planningsoptimisme. In de prognose wordt met dit planningsoptimisme rekening gehouden door de oplevering van deze plannen over meerdere jaren te verspreiden. Voor de huidige bevolkingsprognose is deze aanpak veel stringenter toegepast met als doel een woning­bouwplanning door te rekenen die in lijn is met de ambitie van de gemeente. Daarnaast wijzigen (zachte) plannen waaronder de woningaantallen per jaar kunnen verschillen van de vorige prognose.

In de Bevolkingsprognose 2026 is rekening gehouden met een toename van 57.368 woningen in de periode 2026-2044, dat is gemiddeld 3.019 woningen per jaar. In de Bevolkingsprognose 2025 is gerekend met een toename van 71.572 woningen in de periode 2025-2044, dat komt uit op gemiddeld 3.579 woningen per jaar. Dit verschil werkt door in het groeitempo van de bevolking. Omdat het planningsoptimisme nu is teruggebracht tot een meer realistisch woningbouwvolume, verwachten we dat de nieuwe prognose een betere raming van de bevolkingsgroei geeft dan de vorige prognose.