Image

Inleiding

De gemeente Utrecht maakt elk jaar een eigen prognose van de bevolkingsgroei van de stad. Hierin geven we de meest waarschijnlijke ontwikkeling van de Utrechtse bevolking weer voor de periode tot 1 januari 2045. De bevolkings­prognose is gebaseerd op het woningbouwprogramma van de stad in combinatie met demografische trends rondom geboorte, sterfte en migratie. Dit rapport bevat de resultaten van de prognose die in voorjaar 2026 is uitgevoerd. Vanwege onzekerheden door onder meer netcongestie en de aansluitstop wordt in deze rapportage ook een gematigd groeiscenario gepresenteerd.

Groeien in balans als uitgangspunt voor de prognose

Steeds meer inwoners, werkgevers en bezoekers kiezen voor Utrecht. Het is een aantrekkelijke en centraal gelegen stad. De vraag naar woningen in Utrecht blijft onverminderd hoog. Om de groei van de stad in goede banen te leiden heeft de gemeente de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) vastgesteld. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn, waarbij de komende jaren duizenden woningen worden gebouwd. Groei is geen doel op zich. De toename van woningen moet samengaan met de groei van toegankelijk groen, werkgelegenheid, voorzieningen, infrastructuur voor duurzaam vervoer en energie. Naast groei in balans zijn kwaliteit en leefbaarheid leidend in de ontwikkeling van de stad om zo een prettige en gezonde stad te blijven.

Opbouw prognose: van woningbehoefte naar bevolkingsgroei

Om tot een prognose van de bevolkingsgroei te komen volgen we vier stappen. Eerst kijken we naar de woningbehoefte in de stad. De nationale bevolkingsprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vormt de basis voor de prognose van woningbehoefte op landelijk, regionaal en gemeenteniveau (de Primos-prognose van ABF Research). Deze berekening wordt door de landelijke overheid en bijna alle gemeentelijke overheden gebruikt om tot een inschatting van de woning­behoefte te komen. Hieruit komt naar voren dat er in de stad Utrecht een behoefte is aan ruim 60.000 extra woningen in twintig jaar tijd. Om aan deze opgave te voldoen, heeft de gemeente de ambitie om 3.000 nieuwe woningen per jaar te realiseren.

De tweede stap is dat de gemeente voldoende woningbouwplannen faciliteert om deze ambitie te kunnen realiseren. In de RSU staat beschreven wat de meest slimme plekken zijn om die woningen te bouwen. In het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) volgt de gemeente elk jaar wat er in de stad gebeurt met de bouwplannen. In het MPR staan alle bouwplannen voor de stad: zowel de lopende bouwplannen (de zogenoemde ‘harde’ plannen) als plannen waarvan onzeker is of die ook daadwerkelijk en in de verwachte periode worden gebouwd (‘zachte’ plannen). De plannen betreffen niet alleen nieuwbouw, maar ook grotere transformatieprojecten waarbij bijvoorbeeld een kantoorpand wordt omgebouwd naar woningen. Om 3.000 woningen per jaar te kunnen realiseren, neemt de gemeente meer bouwplannen in de programmering op zodat gecompenseerd kan worden voor mogelijke planuitval en vertragingen (dit betreft reguliere vertragingen, los van netcongestie en de aansluitstop). Het woningbouw­programma is daarmee voldoende om te kunnen voorzien in de behoefte uit de landelijke onderzoeken en is in lijn met de RSU.

De derde stap is het uitwerken van een gedetailleerde woningbouwplanning op gebiedsniveau die als input dient voor de doorrekening van de bevolkingsprognose. Het woningbouw­programma van de stad vormt de basis voor de gemeentelijke bevolkings­prognose. Zoals aangegeven bevat het bouw­programma in het MPR een zekere mate van planningsoptimisme. Uit ervaring is bekend dat het programma nooit voor de volle 100% gerealiseerd gaat worden vanwege vertraging of uitval van projecten. Om tot een realistische raming van de bevolkingsgroei te komen, is het bouwvolume voor de huidige prognose teruggebracht tot gemiddeld 3.000 woningen per jaar. Dit is een trendbreuk met de vorige bevolkingsprognose, die nog uitging van een meer optimistische bouwproductie. Voor de aftopping naar 3.000 woningen per jaar hebben we goed naar alle plannen in het MPR gekeken. Met behulp van expert­beoordelingen is een inschatting gemaakt wat de meest realistische plannen zijn. Soms is dat duidelijk, bijvoorbeeld als er al gebouwd wordt of een bestemmingsplan is vastgesteld. Voor de plannen verder in de toekomst betreft het de beste inschatting die we kunnen maken. Voor al deze bouwplannen is vastgesteld in welke subwijk en in welk jaar de projecten worden opgeleverd. Hoofdstuk 3 van deze rapportage geeft een overzicht van de woningbouwplanning die voor de huidige bevolkingsprognose is gehanteerd. In deze rapportage noemen we de prognose die gebaseerd is op het afgetopte bouwvolume van 3.000 woningen per jaar het ambitiescenario.

De laatste stap is het maken van de prognose van hoe de Utrechtse bevolking zich zal ontwikkelen. Het resultaat van deze ­prognose geeft weer in welke omvang en waar de bevolking zal groeien als de woning­bouw­plannen gerealiseerd worden, in lijn met de ambitie die uit de woningbehoefte voorkomt. In het prognosemodel houden we rekening met demografische trends die van belang zijn voor de prognose. We kijken daarbij naar recente ontwikkelingen rondom geboorte, sterfte en migratie, zowel voor de stad als landelijk.

Prognose kent onzekerheid – dit jaar ook gematigd groeiscenario

De bevolkingsprognose beoogt de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkeling van de Utrechtse bevolking te beschrijven op basis van actuele kennis en een aantal veronderstellingen. We houden hierbij rekening met recente ontwikkelingen, zowel op demografisch gebied als voor de woningbouw­planning. Prognose­cijfers zijn echter altijd met onzekerheden omgeven. Zo kan het aantal migranten van jaar tot jaar sterk fluctueren, zoals we bijvoorbeeld zagen bij de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne. Ook is oplevering van toekomstige woningbouw moeilijk te voorspellen. Met de huidige ontwikkelingen rondom de woningbouw geldt dit niet alleen voor de lange termijn, maar ook voor de korte termijn. De laatste jaren waren het bouwtempo en bouwvolume onzeker door veranderende marktomstan­dig­heden zoals stijgende bouwkosten, schaarste aan bouwmaterialen en grondstoffen, beschik­baarheid van aannemers en tekort aan personeel in de bouw. Dit jaar geeft de aangekondigde aansluitstop vanwege netcongestie veel onzekerheid over welke bouwplannen uitvallen of vertraagd worden. Veel van de ontwikkelingen die invloed hebben op de bouwproductie zijn exogene factoren waar de gemeente geen invloed op heeft (bijvoorbeeld de rentestand, beleggings­markt, aanpassing wet- en regelgeving). De onzekerheid rondom een bevolkingsprognose wordt doorgaans groter naarmate er verder in de toekomst gekeken wordt. Om inzichtelijk te maken dat bevolkingsgroei door onverwachte ontwikkelingen lager kan uitvallen dan geprognosticeerd, presenteren we in deze rapportage – naast de prognose die uitgaat van het ambitiescenario – een gematigd groei­scenario op stadsniveau dat rekening houdt met de mogelijke gevolgen van de aansluitstop en eventuele andere onzekerheden.

Meer cijfers op online databank

Prognosecijfers moeten altijd met een onzekerheids­marge worden geïnterpreteerd. Om enige vorm van schijnzekerheid te voorkomen, hebben we de prognosecijfers in dit rapport afgerond op honderd­tallen. Daarom kan het voorkomen dat de totalen in de tabellen afwijken van de som van de afgeronde onderdelen. 

De tabellen in dit rapport vormen een selectie van de resultaten van de Bevolkingsprognose 2026. De online databank Utrecht in Cijfers bevat voor de prognosecijfers in het ambitiescenario een uitgebreidere en meer gedetailleerde dataset: daar is voor elke wijk en subwijk het verwachte inwonertal naar geslacht en leeftijdsjaar gegeven voor elk prognosejaar tot 2045.