2. Onderwijssegregatie in Utrecht
- In Utrecht is onderwijssegregatie op basis van inkomen het grootst
- Kinderen met een laag huishoudinkomen gaan vaker gesegregeerd naar school
- De onderwijssegregatie in Utrecht is licht gedaald
- Onderwijssegregatie in steden is groter dan gemiddeld in Nederland
- Binnen G4 is onderwijssegregatie naar inkomen het hoogst in Den Haag
- Woonsegregatie verklaart ruim de helft van de onderwijssegregatie in de stad
2.1 Voor welk achtergrondkenmerk is de onderwijssegregatie in Utrecht het grootst?
In Utrecht is onderwijssegregatie op basis van inkomen het grootst
Inkomen heeft in Utrecht de grootste invloed op onderwijssegregatie, gevolgd door opleiding. De onderwijssegregatie op basis van herkomst is het kleinst, zie figuur 6. De Dissimilarity Index in figuur 6 heeft een waarde tussen 0 en 1, waarbij 0 betekent dat er geen segregatie is en 1 betekent dat er volledige segregatie is. Van de Utrechtse kinderen die naar de basisschool gaan in Utrecht én waarvan de ouders tot de laagste of de hoogste 20% van de inkomens behoren, zou 60% naar een andere school moeten gaan om tot een evenwichtige verdeling te komen.
Figuur 6: Dissimilarity Index voor inkomen, opleiding en herkomst
2.2 Tussen welke groepen leerlingen (naar inkomen, opleiding of herkomst van ouders) is de onderwijssegregatie het grootst?
Kinderen met een laag huishoudinkomen gaan vaker gesegregeerd naar school
Als we kijken naar de drie groepen per achtergrondkenmerk (bv. laag, midden, hoog) dan zien we ook verschil in de mate van onderwijssegregatie tussen deze groepen. Onderwijssegregatie ten aanzien van de middengroep is doorgaans lager dan die tussen de uiterste groepen (bv. laag – hoog), zoals we die hebben gezien in paragraaf 2.1. Kinderen in de middengroep kunnen bijvoorbeeld vaker samen naar school gaan met kinderen in de hoge groep, of andersom. Figuur 7 laat dat zien voor drie gekozen groepen naar inkomen, opleiding en herkomst. Voor de groep kinderen met een midden huishoudinkomen zien we de grootste onderwijssegregatie met de groep kinderen met een laag huishoudinkomen. Meer dan met de groep kinderen met een hoog huishoudinkomen. Dit laat zien kinderen in de middengroep vaker samen naar school gaan met kinderen in de hoge inkomensgroep dan met kinderen in de lage inkomensgroep. De groep kinderen met een laag huishoudinkomen gaat dus het vaakst gesegregeerd naar school. Bij opleiding zien we juist dat de groep kinderen met ouders met hbo en wo vaker gesegregeerd naar school gaat ten aanzien van de andere twee groepen. Voor de groepen naar herkomst zijn de verschillen minder groot.
Figuur 7: Dissimilarity Index voor alle groepen naar inkomen, opleiding en herkomst
2.3 Hoe ontwikkelt de onderwijssegregatie zich in Utrecht ten opzichte van schooljaar 2020/2021?
De onderwijssegregatie in Utrecht is licht gedaald
In figuur 8 is te zien dat er in schooljaar 2024/2025 een lichte daling is in de onderwijssegregatie ten opzichte van het schooljaar 2020/2021. Dat betekent dus dat er minder leerlingen naar een andere school zouden moeten gaan om tot een evenwichtige verdeling te komen. Deze lichte daling is zichtbaar op alle kenmerken. De sterkste daling is zichtbaar op onderwijssegregatie naar herkomst, gevolgd door onderwijssegregatie naar opleiding. De onderwijssegregatie daalt dus sterker voor de kenmerken met een lagere mate van onderwijssegregatie (herkomst), dan het kenmerk met een hogere mate van onderwijssegregatie (inkomen).
Figuur 8: Dissimilarity Index voor inkomen, opleiding en herkomst
2.4 Hoe groot is de onderwijssegregatie in Utrecht ten opzichte van Nederland en andere G4-gemeenten?
Onderwijssegregatie in steden is groter dan gemiddeld in Nederland
Ook in Utrecht is de onderwijssegregatie hoger dan gemiddeld in Nederland. Dit komt doordat de stad diverser is dan minder verstedelijkte plaatsen, ook naar opleiding, inkomen en herkomst. Hierdoor is er sneller sprake van woonsegregatie. Ook is er in een stad keuze uit meer verschillende scholen in de buurt van huis. Hierdoor is er sneller sprake van schoolkeuzesegregatie. In Nederland is er daarom gemiddeld minder onderwijssegregatie dan in Utrecht (KBA, Kohnstamm Instituut, Oberon & SEOR, 2025). De mate van onderwijssegregatie in Utrecht vergelijken we ook met de andere G4-gemeenten. Om de vergelijking te kunnen maken, kijken we naar een eerder schooljaar (2023/2024).
Binnen G4 is onderwijssegregatie het hoogst in Den Haag
De landelijke monitor laat zien dat de onderwijssegregatie naar inkomen in Utrecht vergelijkbaar is met die in Amsterdam en lager is dan in Rotterdam en Den Haag (figuur 9). In deze vergelijking is er gekeken naar de laagste of hoogste 25% huishoudinkomens, in plaats van de laagste of hoogste 20%. Onderwijssegregatie naar inkomen is het hoogst in Den Haag, als we kijken naar de kinderen uit de laagste en hoogste 25% inkomensgroepen in Nederland (KBA, Kohnstamm Instituut DUO, 2025).
Onderwijssegregatie naar herkomst en opleiding is in Utrecht net iets hoger dan in Amsterdam en Rotterdam, maar lager dan in Den Haag. Het landelijk onderzoek maakt een vergelijking van de onderwijssegregatie over de tijd. Hieruit is op te maken dat de onderwijssegregatie in Utrecht naar inkomen, opleiding en herkomst is afgenomen sinds schooljaar 2017/2018 (KBA, Kohnstamm Instituut DUO, 2025). De onderwijssegregatie in Nederland is volgens het onderzoek een stabiel verschijnsel met weinig verandering over de tijd.
Figuur 9: Dissimilarity Index voor opleiding, inkomen, en herkomst in G4 gemeenten en Nederland in schooljaar 2023/2024
2.5 Welk deel van de onderwijssegregatie in Utrecht is het gevolg van woonsegregatie in de stad?
Woonsegregatie verklaart ruim de helft van de onderwijssegregatie in de stad
Onderwijssegregatie naar inkomen, opleiding en herkomst wordt tussen de 48% en 62% verklaard door woonsegregatie (verschillen tussen wijken), zie figuur 10. Zo’n 38% tot 52% van de onderwijssegregatie wordt toegeschreven aan schoolkeuzesegregatie (verschillen binnen wijken). Zie eventueel nog eens de paragraaf over woon- en schoolkeuzesegregatie in de inleiding voor meer toelichting en het gebruik van de Hutchens Index. Hoewel de totale onderwijssegregatie naar herkomst het kleinst is (zie figuur 6) is het aandeel schoolkeuzesegregatie hierin het grootst. Van de onderwijssegregatie naar herkomst wordt 52% verklaard door verschillen binnen wijken. Bij onderwijssegregatie naar inkomen en opleiding speelt woonsegregatie een grotere rol en zien we minder schoolkeuzesegregatie. Onderwijssegregatie naar opleiding wordt 38% verklaard door schoolkeuzesegregatie, bij inkomen is dit 40%. In hoofdstuk 3 is te zien hoeveel elke wijk bijdraagt aan de totale schoolkeuzesegregatie in Utrecht (verschillen binnen wijken).
Figuur 10: Onderwijssegregatie verklaard door verschillen binnen wijken en tussen wijken op basis van de Hutchens Index voor inkomen, opleiding en herkomst