Vertrouwen in de overheid
Samenvatting
Het vertrouwen in de lokale overheid is in 2025 toegenomen, het vertrouwen in de landelijke overheid gedaald. Utrechters hebben het meeste vertrouwen in het college en het minste in de regering. Inwoners zonder startkwalificatie en inwoners die moeite hebben met rondkomen hebben een relatief laag vertrouwen in het college. Inwoners met een hbo/wo-opleiding hebben een hoog vertrouwen. In de wijken Noordoost en Oost hebben inwoners in hoge mate vertrouwen in het college.
In het kort
- Meer vertrouwen in lokale dan in landelijke overheid
- Rustige lokale en onrustige landelijke politieke situatie tijdens looptijd enquête
- Vertrouwen in college verschilt sterk naar opleiding, rondkomen, leeftijd en wijk
- Ipsos I&O, SCP en CBS: Vertrouwen in landelijke politiek daalt
| 2015 | 2019 | 2021 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| % vertrouwen in lokale overheid* | - | - | 57 | 53 | - | 57 |
| % vertrouwen in landelijke overheid** | - | - | 43 | 38 | - | 31 |
De Inwonersenquête houden we elke twee jaar. Dit jaar zijn nieuwe cijfers over 2025 beschikbaar.
* Vertrouwen in college, gemeenteraad en ambtenaren van de gemeente Utrecht.
** Vertrouwen in regering, Tweede Kamer, ambtenaren van de Rijksoverheid.
Meer vertrouwen in lokale dan in landelijke overheid
In 2025 is het vertrouwen van Utrechters in de lokale overheid toegenomen vergeleken met 2023, en ligt het op hetzelfde niveau als in 2021. Ongeveer 57% van de inwoners heeft tamelijk veel of heel veel vertrouwen in de lokale overheid. Dit percentage is een gemiddelde van drie indicatoren: het vertrouwen in het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college), de gemeenteraad en de ambtenaren van de gemeente Utrecht. De drie indicatoren volgen dezelfde trend: het niveau van 2025 komt overeen met dat van 2021, maar was in 2023 lager.
Het vertrouwen in de landelijke overheid is daarentegen verder gedaald. In 2025 geeft slechts 31% van de Utrechters aan tamelijk veel of heel veel vertrouwen te hebben, tegenover 43% in 2021 en 38% in 2023. Ook dit cijfer is een gemiddelde van drie indicatoren: het vertrouwen in de regering, de Tweede Kamer en ambtenaren van de Rijksoverheid. Anders dan bij de lokale overheid, verschillen deze indicatoren sterk. Zo vertrouwt de helft van de Utrechters de rijksambtenaren, terwijl slechts 21% vertrouwen heeft in de regering en 22% in de Tweede Kamer.
Rustige lokale en onrustige landelijke politieke situatie tijdens looptijd enquête
Begin september 2025 ontving een groep Utrechters een uitnodiging om de Inwonersenquête 2025 in te vullen. Dit konden ze doen tot eind november. De lokale overheid was in die periode stabiel, terwijl het bij de landelijke overheid onrustig was.
Lokaal vormen GroenLinks, D66, PvdA, Student & Starter en ChristenUnie samen het college. Eind 2024 en eind 2025 vond een wethouderswisseling plaats. Verkiezingen voor de nieuwe raadsperiode zijn begin 2026.
Landelijke is eind 2025 veel te doen rondom het kabinet. Het Kabinet-Schoof is op 2 juli 2024 gevormd door de PVV, VVD, NSC en BBB. Op 3 juni 2025 besloot de PVV uit de coalitie te stappen en op 22 augustus 2025 volgde NSC. De verkiezingen vonden plaats op 29 oktober 2025.
Vertrouwen in het college verschilt sterk naar opleiding, rondkomen, leeftijd en wijk
Utrechters hebben het meeste vertrouwen in het college als het om de overheid gaat. Gemiddeld vertrouwt 59% van de inwoners hierop. Er zijn echter grote verschillen tussen groepen zichtbaar. De kenmerken opleiding, rondkomen, leeftijd en wijk verklaren verreweg het grootste deel van de verschillen. Alle cijfers en uitsplitsingen zijn te vinden in onze databank Utrecht in Cijfers.
Inwoners zonder startkwalificatie hebben minste vertrouwen
Van de inwoners met een hbo- of wo-opleiding heeft 66% vertrouwen in het college, terwijl inwoners zonder deze opleiding aanzienlijk minder vertrouwen hebben. Voor havo/vwo/mbo-2,3,4 opgeleiden is sprake van een sterke daling, terwijl bij inwoners met een hbo- of wo-opleiding het vertrouwen in het college is toegenomen. Inwoners zonder startkwalificatie, zonder opleiding of met primair onderwijs/vmbo/mbo-1, hebben het minste vertrouwen in het college.
Inwoners die (zeer) slecht kunnen rondkomen hebben minste vertrouwen
De mate waarin inwoners kunnen rondkomen met het inkomen van hun huishouden heeft een grote invloed op het vertrouwen in het college. Van de inwoners die (zeer) slecht kunnen rondkomen, heeft slecht 43% vertrouwen in het college. Daarentegen heeft 64% van de inwoners die (zeer) goed kunnen rondkomen vertrouwen in het college. Bovendien geven in 2025 meer inwoners die (zeer) goed kunnen rondkomen aan vertrouwen te hebben in het college dan in 2023.
Inwoners van 55 jaar of ouder hebben minste vertrouwen
Jongeren hebben het meeste vertrouwen in het college van B&W: 63% van de 18- tot 29-jarigen heeft heel veel of tamelijk veel vertrouwen. Bij 55- tot 64-jarigen en 65-plussers ligt dit percentage lager (respectievelijk 50% en 53%). Bij alle leeftijdsgroepen is het vertrouwen ten opzicht van 2023 toegenomen. De grootste toename in vertrouwen is te zien bij de groep van 65 jaar en ouder.
Inwoners van Vleuten-De Meern hebben minste vertrouwen
Het vertrouwen in het college van B&W varieert sterk per wijk. In Noordoost heeft 72% van de inwoners vertrouwen, terwijl dit in Vleuten-De Meern 42% is. In de wijken De wijken waar het vertrouwen in het college het meest is toegenomen in de laatste twee jaar zijn Noordoost, Zuid en Oost. In Vleuten-De Meern en Binnenstad en Overvecht is geen verschil met de meting in 2023.
Ipsos I&O, SCP en CBS: Vertrouwen in landelijke politiek daalt
Landelijk onderzoek laat net als de Inwonersenquête zien dat het vertrouwen in de landelijke politiek daalt. Uit het Prinsjesdagonderzoek (16 september 2025) blijkt dat 29% van de kiezers vertrouwen heeft. Een jaar eerder was dat nog 44%. Onderwerpen die zorgen voor de onvrede zijn voornamelijk vanwege het beleid op het gebied van immigratie en asiel, woningmarkt en gezondheidszorg.
Ook het SCP ziet in de Burgerperspectieven (3-2025) dat vooral het vertrouwen in de regering laag is. In het voorjaar van 2025 geeft 41% een rapportcijfer 6 of hoger voor vertrouwen in de regering. ‘Het vertrouwen is sinds de Tweede Kamerverkiezing van 2021 laag in vergelijking met de afgelopen twintig jaar’, aldus het SCP.
Het CBS ziet ook dat het vertrouwen in de politiek laag is. Het CBS vraag niet naar het vertrouwen in de regering, maar wel naar het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer. Dit is gevraagd als onderdeel van het vertrouwen in organisaties. Van alle organisaties genieten politici het minste vertrouwen. In 2024 geeft een kwart (25%) van de personen van 15 jaar en ouder aan dat ze ‘heel/tamelijk veel’ vertrouwen hebben in politici. Het meest vertrouwen krijgt de politie met 79%. Bekijk de tabel.