Image
Burendag met geveltuin

Sociale leefomgeving

Gezondheid

Met de meeste Utrechtse kinderen en jongeren gaat het goed

90% van de basisschoolleerlingen in groep 7 en 8 en 86% van de jongeren in klas 2 en 4 van het voorgezet onderwijs voelt zich gezond. Dit is vergelijkbaar met voor de coronacrisis. Ruim acht op de tien kinderen zijn meestal gelukkig en bijna negen op de tien jongeren zijn voldoende weerbaar. Ook uit kwalitatief onderzoek (april 2021) onder Utrechtse kinderen uit groep 7 en jongeren uit klas 2 en 3 blijkt dat het over het algemeen goed met hen gaat en ze perspectief zien ondanks het gemis van uitjes en sociale contacten.

Naar Gezondheid jeugd

Gezondheidsverschillen in Utrecht blijven groot

De levensverwachting bij geboorte in Utrecht is 81,3 jaar. Utrechters worden daarmee gemiddeld iets ouder dan inwoners van Den Haag en Rotterdam. Gemiddeld leven Utrechters 65,0 jaar in goed ervaren gezondheid (dit noemen we gezonde levensverwachting). Als we kijken naar levensverwachting zien we maximaal 5,1 jaar verschil tussen de wijken. Voor gezonde levensverwachting is het verschil maximaal 14,9 jaar. Deze informatie is niet vergelijkbaar met de informatie van de periode 2007-2010. De vraagstelling is namelijk veranderd.

Naar Gezondheid volwassenen

Image
Skatebaan Griftpark

Sociale kracht

Zelf-organiserend vermogen stabiel, verschillen zichtbaar binnen de stad

Utrechters scoren gemiddeld een 7,0 voor zelf-organiserend vermogen, vergelijkbaar met 2019. Deze score op een schaal van 1 tot 10 komt tot stand op basis van stellingen of iemand zich weet te redden in moeilijke tijden, zelf hulp regelt als dat nodig is en daarvoor een beroep kan doen op zijn/haar netwerk. Zelf-organiserend vermogen neemt af naarmate mensen ouder worden. Ook Utrechters met basisonderwijs of vmbo als hoogst behaalde opleiding, Utrechters met een lichamelijke of psychische beperking en Utrechters die precies of slecht kunnen leven van hun inkomen scoren hierop lager.

Naar Zelfredzaamheid

Image
Twee vrouwen wandelen met een hond

Utrechters minder hoopvol over de toekomst sinds de coronacrisis

Dat geldt voor zowel het hoopvol zijn over de toekomst van Nederland, Utrecht en de buurt. Het aandeel Utrechters dat moeite heeft om hoopvol te zijn over de toekomst van Nederland neemt toe van 27% in 2019 naar 40% in 2021. Met de hoop over Utrecht en de buurt is het beter gesteld, al zien we daar ook een negatieve ontwikkeling. Zo is het aandeel Utrechters dat het moeilijk vindt om hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht en van de buurt toegenomen van beide 20% in 2019 naar respectievelijk 28% en 27% in 2021. Inwoners van Overvecht en Zuidwest geven vaker dan gemiddeld aan dat ze het moeilijk vinden om hoopvol te zijn over de toekomst van hun buurt. Inwoners van Noordoost en Oost geven dit minder vaak aan. Daarnaast zijn inwoners in oudere leeftijdsgroepen hier vaker pessimistisch over dan jongeren. 

Naar Sociale cohesie

Meedoen in de samenleving niet voor iedereen vanzelfsprekend

In een gezonde samenleving is het van belang dat iedereen op zijn manier meedoet aan het maatschappelijk leven. Op basis van een aantal vragen over school, werk, sport, cultuurbezoek, buurtactiviteiten en sociale contacten bepalen we of inwoners in de stad meedoen. Het aandeel Utrechters dat meedoet is in de coronaperiode gedaald van 81% in 2019 naar 78% in 2021.

Naar Maatschappelijke participatie

Eén op de drie ouders heeft nooit zorgen over de opvoeding

Door de jaren heen blijft het aandeel ouders dat in de afgelopen 12 maanden (wel eens) zorgen had over de opvoeding stabiel. Eén op de drie ouders (33%) heeft nooit zorgen over de opvoeding van hun kinderen. Voor 10% van de ouders geldt dat zij meestal of altijd zorgen voelen over de opvoeding. De rest heeft af en toe of soms zorgen (58%).

Naar Ondersteuning jeugd

Helft panelleden heeft het gevoel de zorg te kunnen krijgen die nodig is

Ongeveer de helft (51%) van de panelleden van het Utrechtse Bewonerspanel heeft het gevoel de zorg te kunnen krijgen die ze (eventueel) nodig hebben. Dat blijkt uit de januaripeiling in 2022. Ruim een kwart (26%) van de panelleden heeft dat gevoel niet en 19% is neutraal. 59% van de panelleden verwacht in de toekomst de zorg te kunnen krijgen die zij nodig hebben. Dit aandeel is lager dan in de peilingen in 2020 en 2021. 20% verwacht in de toekomst niet de zorg te kunnen krijgen die nodig is en 19% is neutraal. Een klein deel (8%) heeft in de januaripeiling in 2022 aangegeven in de afgelopen weken te maken gehad met uitgestelde zorg vanwege het coronavirus. Voor driekwart van de panelleden geldt dit niet.

Naar Ondersteuning volwassenen

Onderwijs & vaardigheden

Kwart van peuters bezoekt voorschool

Het aandeel peuters met risico op taal- en/of ontwikkelachterstand dat een voorschool bezoekt is toegenomen van 67% in 2020 naar 69% in 2021. In 2018 ging nog 89% van de peuters met risico op taal- en/of ontwikkelachterstand naar de peuterspeelzaal of voorschool. In 2021 is het aandeel peuters dat de voorschool bezoekt gelijk gebleven aan dat in 2020 (25%). In 2018 was nog 35% van de peuters geplaatst op een peuterspeelzaal. De daling in 2020 volgt na een jaar met coronamaatregelen en de harmonisatie van peuterspeelzalen en voorscholen. Dat jaar waren de voorscholen twee keer gesloten als gevolg van de coronapandemie.

Naar Het jonge kind

Aantal leerlingen op Utrechtse scholen blijft groeien

Het aantal leerlingen in het primair- en voortgezet onderwijs blijft groeien, al is de groei in schooljaar 2020/2021 en 2021/2022 beperkt (+1%). De sterkste groei is te zien binnen het (voorgezet) speciaal onderwijs (+5%), gevolgd door het voortgezet onderwijs (+4%). Het aantal leerlingen in het speciaal basisonderwijs krimpt dit jaar met 6%. De daling van het aantal leerlingen in het (gewone) basisonderwijs zet in schooljaar 2021/’22 voorzichtig door (-1%).

Naar Leerlingpopulatie

Meer dan de helft van de ouders heeft zorgen over leervertraging

Vlak na de tweede schoolsluiting in februari 2021 maakt 56% van de ouders van kinderen op de basisschool zich zorgen over leervertraging. Op dat moment was de tweede schoolsluiting nog wel van kracht in het voorgezet onderwijs, waar dan 78% van de ouders zich zorgen maakt over leervertraging bij hun schoolgaande kind(eren). In juli 2021 maakt nog 50% van de ouders met kinderen op het basis- en/of voortgezet onderwijs zich zorgen terwijl dit percentage in januari 2022 weer oploopt naar 63%. De enquête van januari 2022 is beantwoord in de eerste week na de derde schoolsluiting. Basisschoolleerlingen in groep 5, 6 en 7 hebben tijdens de eerste schoolsluiting gemiddeld twee à drie maanden leervertraging opgelopen. Ook in Utrecht lopen de jongste leerlingen de meeste leervertraging op.

Naar Onderwijsprestaties & -tevredenheid

Een op de vijf Utrechters is lid van bibliotheek Utrecht

In 2021 is het ledenaantal van Bibliotheek Utrecht met 2% toegenomen naar 77.386. Ook het aantal fysieke bezoeken is ongeveer 2% toegenomen ten opzichte van 2020. In 2021 hebben de dertien vestigingen in de stad zo veel mogelijk gepoogd de deuren open te houden tijdens de coronaperiode, al ligt het bezoekersaantal nog wel lager dan in 2019. Ook in 2021 zijn diensten digitaal aangeboden en zijn er boeken gebracht bij de leden. Het aantal paginaweergaven van de digitale bibliotheek is 9% lager dan in piekjaar 2020 maar nog steeds fors hoger dan voor de coronacrisis (+19%). Inwoners zijn vaker tevreden over de bibliotheek in de buurt dan in voorgaande jaren (71%).

Naar Bibliotheken

Digitaal aanvragen doen of afspraken maken kost 3 op de 10 inwoners moeite

Het merendeel van de Utrechters van 18 jaar en ouder kan goed uit de voeten met activiteiten op het internet, al is het aandeel dat moeite heeft met online activiteiten op alle onderdelen toegenomen sinds de coronacrisis. 85% heeft geen moeite met het opzoeken van informatie via internet en 89% verstuurt zonder moeite e-mails of chat online. Het doen van aanvragen of het maken van afspraken bij instanties kost meer Utrechters moeite. 29% heeft hier moeite mee of geeft aan het niet te kunnen, onder 65-plussers is dit aandeel nog hoger. Ook kost het inwoners met een lichamelijke of psychische beperking en Utrechters met basisonderwijs of vmbo-opleiding of Utrechters met een havo-, vwo- of mbo-opleiding meer moeite dan gemiddeld. Het gaat hier om de hoogst behaalde opleiding.

Naar Digitale vaardigheden

Image
Mbo'ers werken aan creatieve opdracht

Cultuur

14% minder museumbezoekers dan in 2020

Vergeleken met 2019 trokken musea (aangesloten bij de Museumvereniging) 67% minder bezoekers. Alle musea verwelkomden minder bezoekers dan een jaar eerder. Coronamaatregelen hebben hier grote invloed op. Musea waren deels gesloten of konden minder bezoekers ontvangen. Dit beeld zien we ook landelijk. Volgens de Museumvereniging waren de bezoekerscijfers in 2021 opnieuw dramatisch.

Naar Cultuurdeelname

Image
Festival Berlijnplein Raum

Veel minder optredens door corona

Het aantal optredens is in 2020 maar liefst 63% lager dan een jaar eerder. Er waren vooral minder muziekoptredens en muziektheateroptredens. Door coronamaatregelen konden veel optredens niet doorgaan. Het gaat alleen om voorstellingen van professionele podiumkunsten. Utrecht heeft na Amsterdam het grootste aanbod aan podiumkunsten in Nederland. We zien dat het aanbod in de Domstad relatief vaak uit muziek bestaat. In Amsterdam zijn bijvoorbeeld meer theateroptredens en in Rotterdam meer cabaret en kleinkunst.

Naar Cultureel aanbod

Tevredenheid over culturele voorzieningen onveranderd, maar verschillen per persoon

Een ruime meerderheid (85%) is tevreden over culturele voorzieningen in Utrecht. Dit zijn musea, theaters, concertzalen en bioscopen. Inwoners zijn even positief als voor corona. Ondanks het feit dat musea een deel van het jaar gesloten waren of minder bezoekers konden ontvangen. Het effect op cultuurdeelname is wel groot. Bijna de helft miste het bezoek aan culturele instellingen heel erg toen dit niet mogelijk was door coronamaatregelen. Dit blijkt uit een peiling in het Bewonerspanel Utrecht in juni 2020. De tevredenheid over kunst in de openbare ruimte is hoger dan in 2019.

Naar Tevredenheid culturele voorzieningen

Sport & vrije tijd

Wekelijkse sportdeelname gemiddeld genomen stabiel gebleven

56% van de Utrechters sport wekelijks. Dit aandeel is vergelijkbaar met de periode voor corona (2019). Wanneer we echter kijken naar achtergrondkenmerken, zien we dat dit stabiele beeld voornamelijk lijkt te gelden voor inwoners met een hbo- of wo-opleiding. Het lijkt erop dat Utrechters met basisonderwijs of een vmbo-opleiding en Utrechters met een havo-, vwo- of mbo-opleiding minder zijn gaan sporten op wekelijkse basis vergeleken met de periode voor corona. Het gaat hier om de hoogst behaalde opleiding. Het Mulier Instituut bevestigt deels het beeld in haar landelijke onderzoek, waarin zij constateren dat sociale ongelijkheid in sportdeelname licht is toegenomen in tijden van corona.

Naar Sportdeelname

Bezetting sporthallen in 2021 hoger dan het jaar ervoor, maar door corona nog niet op oude niveau

Door de coronamaatregelen konden gebruikers in 2021 alleen van 31 mei tot en met 18 december terecht bij de binnensportlocaties. Binnen deze periode was ook nog een aantal weken beperkte openingstijden van kracht. Om een goede vergelijking te kunnen maken met voorgaande jaren, schetsen we een beeld van de maanden september t/m december. De bezetting bleef in alle maanden achter op het gebruik in 2019. De hogere bezetting ten opzichte van 2020 komt door verschillende ingangsdata van de maatregelen. Het gebruik in het weekend is in 2021 relatief hoog, onder meer omdat verenigingen het gemiste gebruik doordeweeks compenseerden door in de weekenden te trainen. Bij de bezetting van de gymzalen en sportzalen zien we minder grote verschillen ten opzichte van 2019.

Naar Sportaccommodaties

Image
Zwemmers in zwembad Fletiomare

Amelisweerd/Rhijnauwen met stip op nummer één als recreatiegebied

Ook de Maarsseveenseplassen en Utrechtse Heuvelrug zijn populaire gebieden. Met buitenrecreatie bedoelen we: in de buitenlucht ontspannen in 28 gebieden in en rond de stad. Het gaat niet om de kleine(re) parken en groengebieden binnen Utrecht. Hierover lees je meer in het hoofdstuk Aanbod openbare ruimte. Inwoners gaan vooral naar gebieden aan de kant van de stad waar ze wonen. Naar Haarzuilens gaan bijvoorbeeld veel inwoners uit Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern en minder mensen die wonen aan de oostzijde van de stad. Amelisweerd/Rhijnauwen staat in elke wijk in de top vijf van meest bezochte gebieden.

Naar Recreatie

Veiligheid

Totale criminaliteit neemt af met 11%

Hoewel corona van invloed is op de ontwikkeling van een aantal delicten, past deze afname ook in de dalende tendens die we al enkele jaren zien. Het zijn vooral de wat meer traditionele vormen van criminaliteit die een daling laten zien, zoals woninginbraak (-18%), autokraak (-15%) en geweldsmisdrijven (-12%). Ook het aantal door de politie geregistreerde misdrijven met huiselijk geweld neemt af (-12%). Bij hulpverleners bestaat de vrees dat de cijfers van huiselijk geweld in werkelijkheid hoger zijn, doordat tijdens periodes van lockdown of andere coronamaatregelen kwetsbare gezinnen niet goed in beeld waren bij scholen en andere professionals.

Naar Criminaliteitsontwikkeling

Totale overlast daalt, maar niveau nog steeds hoger dan voor corona

Hoewel de totale door de politie geregistreerde overlast in 2021 met 11% daalt, ligt deze nog altijd beduidend hoger dan in de jaren voor corona. Hetzelfde beeld zien we bij jongerenoverlast (-24%) en bij vuurwerkoverlast (-15%). Andere vormen van overlast laten al een aantal jaren op rij een toename zien, zoals de overlast van verwarde personen (+6% in 2021) en drugs- en drankgerelateerde overlast (+5%). In de landelijke Veiligheidsmonitor wordt onderscheid gemaakt in sociale overlast (o.a. van jongeren, verwarde personen, drugs/alcohol en buren) en milieuoverlast (o.a. horeca-, stank- en geluidsoverlast). Ten opzichte van de G4 is de ervaren sociale overlast in Utrecht nagenoeg gelijk en de ervaren milieuoverlast lager. Per saldo ligt de totale ervaren overlast in Utrecht (52%) op het gemiddelde van alle gemeenten met meer dan 70.000 inwoners (circa 51%) en lager ten opzichte van de G4 (58%).

Naar Veiligheidsbeleving & overlast