Image

12. Utrecht Circulair

12.1 Inleiding

Een schets van de resultaten in 2025

Eind 2024 werd de beleidsnota Utrecht Circulair 2050 vastgesteld door de raad. In dit hoofdstuk worden resultaten van drie van de vier prioriteiten uit de beleidsnota beschreven: circulaire bedrijvigheid en circulair ondernemerschap (12.2), circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen (12.4) en circulaire materiaal- en reststromen (12.5). De resultaten van de vierde prioriteit uit de beleidsnota, circulair opdrachtgeven en inkopen, komen aan de orde in hoofdstuk 14.10 Eigen organisatie.

12.2 Circulaire bedrijvigheid en circulair ondernemerschap

We voerden de volgende acties uit om meer ruimte te maken voor circulaire bedrijvigheid:

  • het bestemmingsplan voor circulair bedrijvenpark Strijkviertel is vastgesteld;
  • de (deel)omgevingsvisie Lage Weide (2040) is vastgesteld;
  • de nota Werklocaties 2035 is vastgesteld.

Om Utrecht zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor circulaire bedrijvigheid en circulair ondernemerschap gingen we verder met het stimuleren van circulaire bedrijvigheid door:

  • Het uitvoeren van de regeling mkb innovatievoucher circulaire economie voor de ontwikkeling en/of toepassing van innovatie bij midden- en kleinbedrijven. Deze draagt bij aan de overgang naar een circulaire economie bij het MKB in de provincie Utrecht.
  • We zijn lid geworden van ondernemersvereniging Circulair Utrecht.
  • Uitvoering van het NEx activatieprogramma op thema circulaire economie in samenwerking met MVO Nederland met 8 deelnemende bedrijven.
  • Uitvoering van de Circulaire Innovatietop regio Utrecht in samenwerking met VNO-NCW en regionale partners. Dit biedt een podium aan innovatieve, circulaire bedrijven in verschillende categorieën (startups, ketensamenwerking, changemakers).
  • Voortzetting van het partnerschap met DigiC, het regionale netwerk en programma ter versterking van innovatie in de circulaire bouweconomie.
  • We stelden de beleidsnota arbeidsmarkt vast en werken aan een arbeidsmarktaanpak circulaire economie. In dat kader organiseerden we verschillende bijeenkomsten, waaronder tijdens de Week van de circulaire economie.


Green Deal Lage Weide
Na de ondertekening van de Green Deal Lage Weide in 2024 zijn we met alle overheden en marktpartijen die de Green Deal ondertekend hebben aan de slag gegaan. Als gemeente Utrecht zijn we actief in de werkgroepen energietransitie, duurzame mobiliteit en klimaatadaptatie en zijn we trekker van de werkgroep circulaire economie. Bij de werkgroep circulair ligt de focus op het opschalen van verschillende reststromen, zoals pallets en elektronica: de inzameling van deze materialen centraliseren en de opgehaalde materialen zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken. 

12.3 Circulair opdrachtgeven en inkopen

Circulair opdrachtgeven en inkopen

De behaalde resultaten van circulair inkopen door de gemeente Utrecht staan in het hoofdstuk  eigen organisatie.

12.4 Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen

Circulair bouwen 
In 2025 zetten we verder in op doorontwikkeling van circulair bouwen:
Circulair bouwen is onderdeel van de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030. Utrecht zette de samenwerking met de regio en de organisatie Building Balance van de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) voort. In de Utrechtse tenders zijn we verder gegaan met inzet op bouwen met circulaire materialen (bestaande uit biobased en hergebruikte materialen) door dit in de tenderpunten op te nemen. Dat gebeurde onder meer via indicatoren uit Het Nieuwe Normaal.  We zijn gestart om de energietransitie meer biobased te maken via toepassing van biobased isolatiematerialen. 

Circulaire openbare ruimte
Hergebruik van materiaalstromen en elementen in de openbare ruimte levert een grote milieuwinst op, omdat daarmee de productie van nieuwe materialen en de de bijbehorende ketenactiviteiten wordt vermeden. 
Begin 2025 is een stappenplan opgesteld voor het integraal meewegen van duurzaamheid in openbare ruimte-projecten. De stappen uit dit stappenplan versterken de vertaalslag van beleidsambities naar kaders en bieden praktische handvatten voor de uitvoering. Een onderdeel hiervan is het toepassen van de milieukostenindicator (MKI) om hergebruik in de openbare ruimte te stimuleren en inkoop van primair materiaal te vermijden. De MKI is ook een belangrijke indicator binnen Het Nieuwe Normaal (HNN). Het interne opleidingsprogramma voor MKI is in 2025 voortgezet om medewerkers verder te ondersteunen bij het gebruik ervan. In totaal zijn 250 medewerkers opgeleid.

Eind 2023 zijn wij begonnen om enkele projecten in te kopen met de milieukostenindicator (MKI) om impact op het milieu inzichtelijk te maken en de markt te stimuleren tot duurzame oplossingen. In onderstaande figuren zien we de eerste resultaten in vermindering van materiaalgebonden CO2 en grondstoffenverbruik. In 2023 en 2024 zijn vier projecten met MKI aanbesteed en twee projecten ontworpen met MKI. In 2025 zijn twee raamovereenkomsten en één project met MKI aanbesteed. Van de projecten die met MKI in 2025 zijn aanbesteed wordt 5 x het gewicht van de Dom aan secundair (hergebruikt) materiaal ingezet. Dit gaat vooral over hergebruik van elementenverharding (zoals tegels, of klinkers) en ophoogmaterialen.

Meer dan 60% van de impact van onze gemeentelijke grondstoffenvoetafdruk zit in de inkoopcategorie grond-, weg- en waterbouw. De grootste negatieve milieu-impact in de sector wordt veroorzaakt door de productie van materialen zoals beton, staal, asfalt en ophoogmateriaal. Naast ontwerpen en aanbesteden met MKI gaan we dan ook steeds slimmer om met de materialen die we al in de stad hebben liggen. In 2025 is het gemeentelijke grondstoffendepot Trechterweide geopend. Op deze plek, gelegen op het industrieterrein Lage Weide, verzamelt en repareert de gemeente gebruikte materialen uit de openbare ruimte. De materialen die komen te liggen op Trechterweide worden later weer ingezet in de stad. We zetten in op hergebruik in onze projecten; dat doen we met behulp van het grondstoffendepot Trechterweide en de grondbank. Door elementen en materialen langer te benutten vermindert de vraag naar nieuwe grondstof en de energie-intensieve productie daarvan.

Figuur 12.4.1 toename in vermindering in CO2 uitstoot in projecten ingekocht met MKI

Infogram URL

Dit betreft enkele en de eerste projecten die zijn aanbesteed met de MKI indicator. In totaal hebben we meer resultaten geboekt. Deze resultaten maken we in de komende jaren inzichtelijk.

Figuur 12.4.2 primair en secundair materiaalverbruik in projecten aanbesteed met MKI

Infogram URL

Het doel is om primair materiaalverbruik te verminderen om inkoopketens te vermijden of te verkorten.

Circulaire grondstoffencorridor
In het kader van de Circulaire Grondstoffencorridor Utrecht zijn samen met marktpartijen in de bouw (aannemers, sloop-/demontagebedrijven, hubs en bewerkers, architecten), een woningcorporatie en kennisinstellingen verschillende pilots uitgevoerd, zoals de circulaire herinrichting van openbare ruimte, een circulair sloop-nieuwbouwproject, de ontwikkeling van een duurzaam kindcentrum.

Gebiedsontwikkeling en projecten
Binnen gebiedsontwikkeling en projecten zetten we in de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 in op circulair bouwen binnen onze tenders en maatschappelijk vastgoed. Binnen tenders behaalden we al goede circulaire resultaten, zoals het project Wildgroei te Haarrijn wat een zeer hoog aandeel circulair materiaalgebruik heeft.

Figuur 12.4.3 MPG-waarden vergunningen nieuwbouwwoningen

Infogram URL

De Milieuprestatie Gebouwen (MPG), in dit geval voor de nieuwbouw van woningen, geeft aan welke milieu-impact een gebouw heeft. Hoe lager de MPG-waarde, des te beter voor het milieu. Hiermee vormt het een indicator voor de mate van circulair bouwen. De gemiddelde MPG-waarde in 2025 is 0,55 en daarmee beter dan die van 2024. Als gemeente mogen wij geen strengere eisen stellen aan de MPG dan landelijk is vastgelegd in het bouwbesluit. Vanaf 2026 rapporteren we deze waarde niet meer, mede omdat veel bouwprojecten in gevolgklasse 1 vallen en dus geen MPG-waarde meer aanleveren bij de aanvraag omgevingsvergunning. Vanuit de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 sturen we binnen gronduitgifte op circulair materiaalgebruik via de indicator massapercentage biobased en/of hergebruikt materiaalgebruik. Het massapercentage biobased en/of hergebruikt materiaalgebruik vanuit onze gronduitgifte via tenders en maatschappelijk vastgoed is voor 2024 als volgt:
Tenders:                               tussen 15% en 20%
Maatschappelijk vastgoed:    tussen 5% en 10%
Vanwege foutmarges in de onderliggende berekeningen houden we een marge aan van 5%.

12.5 Circulaire materiaal- en reststromen

Upcyclecentrum Werkspoor
We bouwden het eerste Upcyclecentrum in het Werkspoorkwartier met meer dan 90% gebruikte materialen. In het Upcyclecentrum gaan bewoners en makers aan de slag met hergebruik van goederen en materialen. Er is bijna 90% minder CO2 uitstoot bij de bouw van dit project vergeleken met wanneer we met nieuwe materialen zouden bouwen. Het gebouw voldoet ruim aan de Paris Proof waarde, en valt hiermee binnen planetaire grenzen. Zie voor meer info de Raadsbrief Voortgang Upcyclecentra Utrecht

PREUSE en grondstoffendepot
Begin 2024 is er een start gemaakt met de ontwikkeling van een circulair grondstoffendepot. Op het depot op Lage Weide slaan we materialen uit de openbare ruimte op voor hergebruik. Vanuit het project PREUSE (subsidieprogramma Interreg NWE) krijgt gemeente Utrecht subsidie voor deze ontwikkeling, waarbij er wordt samengewerkt om kennis uit te wisselen met verschillende steden die met vergelijkbare projecten bezig zijn, in onder andere Frankrijk, België en Luxemburg.  
Er zijn verschillende sessies geweest waarin kennis is uitgewisseld tussen de verschillende steden.  Met deze subsidie is onder andere een slag gemaakt in het ontwikkelen van een digitaal platform voor de materialen op het depot. Het project loopt nog tot eind 2027, waarbij het project eindigt met een slotbijeenkomst in Utrecht. Het grondstoffendepot wordt dan uiteraard voortgezet.
 

12.6 Van afval naar grondstof

De inwoners van Utrecht produceerden in 2025 gemiddeld 362 kg afval per persoon, waarvan 168,5 kg aan grondstoffen gescheiden ingezameld werd, oftewel 47% van het afval.

  • Wij hebben de laatste wijk (Oost) omgezet naar Het Nieuwe Inzamelen (HNI). Daarnaast wordt HNI ingevoerd waar herinrichting plaatsvindt en nog geen introductie van HNI had plaatsgevonden én in nieuwbouwgebieden.
  • We hebben voorbereidingen getroffen voor het uitbreiden van het inzamelsysteem voor groente-, fruit-, en etensresten plus tuinafval (gfe+t)
  • We hebben onderzoeken gedaan naar mogelijkheden voor inzameling in de binnenstad.
  • We hebben een transitiepad verduurzaming gemeentelijk wagenpark opgesteld.
  • We hebben een bewonerspanel over de afvalinzameling uitgevoerd;
  • We hebben Swapshares georganiseerd waar inwoners spullen of cadeaus konden ruilen. Hiermee hebben we aan afvalpreventie gewerkt.

GFE+T
Een groot deel van ons ongescheiden restafval bestaat nog uit groente-, fruit-, en etensresten. Samen met het tuinafval is dit samen het gfe+t. Om meer gfe+t te scheiden gaan we het inzamelsysteem uitbreiden, te beginnen met een proef in meerdere gebieden. Voordat een nieuw inzamelsysteem geïntroduceerd kan worden, zijn veel voorbereidingen nodig:

  • Voor de bovenwoningen, appartementen en hoogbouwlocaties met voldoende openbare ruimte breiden we het inzamelsysteem uit door hier containers te gaan plaatsen. We hebben we de volgende voorbereidingen getroffen: 
    * De aanbesteding voor de levering van circa 300+ containers is definitief gegund.
    * Inwoners zijn geïnformeerd over de voorziene locaties waar de containers geplaatst worden, en zijn in de gelegenheid gesteld hier inspraak op uit te oefenen.
    * De communicatiecampagne behorende bij deze proef is ontwikkeld. De communicatie bestaat uit verschillende middelen zoals een animatievideo, flyer met tips om afval te scheiden en een bon om een gratis bakje op te halen. De bakjes worden in de proefwijken door een promotieteam met een herkenbare bakfiets uitgedeeld. 

Om inwoners te laten zien wat we met het ingezamelde gfe+t doen, hebben we meegedaan aan de landelijke compostactie. Inwoners konden een gratis zak compost ophalen.

Binnenstad
De Binnenstad biedt veel uitdagingen op het gebied van logistiek en openbare ruimte. We hebben onderzocht of het inzamelconcept ‘Afval op Afspraak’ een geschikt alternatief is voor de inzameling in de Binnenstad. Bij dit concept hebben inwoners en bedrijven de mogelijkheid een afspraak te maken en het afval aan huis op te laten halen. Gemeenten Amsterdam en Enschede hebben hier al een proef mee gedaan, maar hebben ook beiden besloten om deze methode niet als basis inzamelsysteem toe te passen. Het systeem bracht hoge kosten met zich mee, deelname aan het systeem was laag, inwoners waren niet overtuigend tevreden en veel mensen brachten zelf hun afval weg naar een centraal inzamelpunt. Daarom zien we Afval op Afspraak niet als de oplossing voor de inzameling in de Binnenstad en onderzoeken we hoe we beter kunnen inzetten op het uitbreiden van de ondergrondse containers in de Binnenstad.  

Verduurzaming gemeentelijk wagenpark
Het gemeentelijk wagenpark is deels verouderd en moet worden vernieuwd en verduurzaamd. Dit is een belangrijke stap voor een betrouwbare dienstverlening, doelstellingen op het gebied van luchtkwaliteit en klimaatemissies, en de uitbreiding van de nul-emissiezone voor stadslogistiek naar de gehele stad per 2030. Netcongestie speelt daarbij een beperkende rol; er is nog niet genoeg laadcapaciteit om alle nieuwe voertuigen elektrisch aan te schaffen en op te laden. Het college heeft een transitiepad vastgesteld om binnen de complexe kaders toch stappen te kunnen zetten in het verduurzamen van ons wagenpark (zie raadsbrief 8 juli 2025). De aanbesteding voor de eerste tranche van 31 zware voertuigen voor de afvalinzameling is inmiddels gepubliceerd.

Inwonersenquête en Bewonerspanel
In 2023 hebben we toegezegd de inwonersenquête 2025 uit te breiden met verdiepende vragen om een betere duiding van de waardering van de inzameling te krijgen. In de meeste wijken geven inwoners het afval naast de containers - en onderwerpen die daarmee samenhangen - het vaakst als toelichting op hun cijfer als hun waardering laag is. In de Binnenstad worden ‘opengescheurde zakken’ en rommel op straat het vaakst als toelichting gegeven bij een lage waardering.  
Het probleem van de bijplaatsingen zien we terug in onze inzamelgegevens. De bijplaatsingen zijn ten opzichte van 2021 verdubbeld. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat er minder afval op afspraak wordt aangeboden en meer zonder afspraak. 
Daarnaast hebben we een bewonerspanel gehouden. Deze resultaten zijn niet representatief voor alle inwoners. We hebben hier meer verdiepende vragen gesteld over hoe inwoners onze dienstverlening ervaren. Hieruit blijkt dat de meeste inwoners de afvalinzameling als (zeer) goed beoordelen en men het eenvoudig vindt om de afvalstromen gescheiden in te zamelen. De meeste meldingen gaan over bijplaatsingen.

Afvalproductie per inwoer

Figuur 12.6.1 afvalproductie per inwoner

Infogram URL

In 2025 hebben inwoners 362 kg afval weggegooid. Dit is gescheiden en ongescheiden afval en ongeveer net zo veel als in 2024. Het scheidingspercentage, de verhouding tussen gescheiden en ongescheiden afval, is inclusief nascheiden gestegen van 46% naar 47%.

In totaal zijn er meer grondstoffen door onze inwoners gescheiden, met name oud papier en karton en textiel. GFT is minder goed gescheiden. Daardoor is ook de totale hoeveelheid restafval iets gestegen. 

Er sprake is van een stabilisatie van de hoeveelheid afval dat wordt aangeboden. Op basis van de langjarige ontwikkelingen is te stellen dat de invoering van HNI inwoners gestimuleerd heeft meer afval gescheiden en minder restafval aan te bieden. Met een sorteeranalyse hebben we de samenstelling van ons restafval onderzocht. Hieruit blijkt dat het restafval voor ruim 30% uit gfe+t bestaat. Andere soorten afval die in het restafval zitten en beter gescheiden kunnen worden zijn papier (7%), glas (4%) en textiel (3%). Overigens zit er ook voor 5% luiers in het restafval. Dat is ruim 9 kg/inwoner. De invoering van de gfe containers draagt bij aan het beter scheiden van het gfe afval, maar zal wel meerdere jaren in beslag nemen. Daarmee zal het aandeel gfe in het restafval ook geleidelijk dalen. 

Figuur 12.6.2 ontwikkeling in afval per inwoner 2022 - 2025

Infogram URL

Grof restafval halen we op afspraak aan huis op, op de afvalscheidingsstations en als bijplaatsingen uit de openbare ruimte. Het wordt door de afvalverwerker nagescheiden. De cijfers geven de resultaten weer na nascheiden. Het aantal bezoekers van de afvalscheidingsstations is toegenomen. Per inwoner zijn er meer bezoeken per jaar dan in de voorgaande jaren. Er is echter niet meer afval op de afvalscheidingsstations aangeboden. Inwoners komen vaker met kleinere hoeveelheden. Uit het bewonerspanel dat gehouden is in het najaar van 2025 blijkt dat meer dan twee derde van de panelleden het afgelopen jaar een bezoek gebracht heeft aan het afvalscheidingsstation. Van de panelleden die niet bij het afvalscheidingsstation zijn geweest, geeft 30% aan geen grofvuil te hebben. 20% van het totaal aantal panelleden geeft aan niet bij het afvalscheidingsstation te kunnen komen, met name doordat men geen passend vervoer heeft of kan organiseren.  In de raadsbrief ‘Diverse onderwerpen afval’ hebben wij u geïnformeerd dat we geen reden zagen om de openingstijden uit te breiden. 

Figuur 12.6.3 percentage afvalscheiding na nascheiding

Infogram URL

Van al het ingezamelde huishoudelijk afval wordt 47% gescheiden. Dit is inclusief de resultaten door de nascheiding van het grof afval en het Plastic, Blik en Pak uit het fijne restafval. Met de kliko’s en ondergrondse containers voor grondstoffen wordt 28% van het fijn huishoudelijk afval gescheiden, met nascheiding stijgt het percentage naar 34%. Op de afvalscheidingsstations wordt 70% van het afval gescheiden aangeboden, met nascheiding stijgt het percentage naar 85%.

Afvalpreventie
Met de activatiecampagne SwapShare hebben we inwoners gestimuleerd om meer spullen te delen en hergebruiken. Er zijn drie SwapShare evenementen georganiseerd. Er hebben meer dan 1.100 inwoners aan meegedaan en er is ruim 12.000 kg afval bespaard.

G4 vergelijking

Figuur 12.6.4 afvalproductie van de vier grootste gemeenten van Nederland

Infogram URL

Figuur 12.6.5 afvalscheidingspercentage G4, zonder nascheiden

Infogram URL

Van de vier grootste gemeenten heeft Amsterdam de laagste afvalproductie per inwoner gevolgd door Utrecht. Het aandeel gescheiden inzameling ligt in Utrecht hoger dan in de andere 3 grote steden: Utrecht 38%, Den Haag 18%, Amsterdam 19%, Rotterdam 21%. Het betreft de bronscheiding van het totale huishoudelijke afval. Het restafval wordt met nascheiding nog verder gescheiden, dat is niet in deze cijfers verwerkt. Dit verklaart de afname van het scheidingspercentage in de CBS cijfers voor Utrecht. Tot 2021 vond bronscheiding plaats van PBP (Plastic, Blik en Pakafval). De cijfers vanaf 2022 laten de resultaten zien voordat er nascheiding heeft plaatsgevonden. Het bronscheidingspercentage neemt af, maar het totale scheidingspercentage rond de 46% zoals uit figuur 12.6.2 blijkt. Deze vergelijking betreft (voorlopige) cijfers tot en met 2024. De CBS cijfers wijken daarnaast af van de gemeentelijke cijfers omdat de CBS cijfers niet zijn gecorrigeerd voor bedrijfsafval dat in de route van huishoudelijk afval is opgehaald.